Meteen na de oprichting in 2020 was het al hommeles bij de commerciële huisartsenketen Co-Med; toch zou het nog vier jaar duren voor verzekeraars de contracten beëindigden. Bij de betrokkenen overheerst nu vooral een gevoel van opluchting, maar waarom duurde dit zo lang?
Als er één woord is dat doorklinkt in alle reacties op het onvermijdelijke einde van de commerciële huisartsenketen Co-Med is het een breed gedeelde verzuchting: eindelijk.
Eindelijk schorten de zorgverzekeraars hun betalingen en contracten op. Eindelijk durft iemand in te grijpen. En eindelijk komt er daarmee een einde aan het bedrijf dat al jaren verkwanselt wat goede huisartsenzorg moet zijn: aanwezige huisartsen die hun patiënten kennen, die ze gerust kunnen stellen als er niets aan de hand is en die meteen ingrijpen in geval van spoed.
Over de auteur
Michiel van der Geest is de zorgverslaggever van de Volkskrant.
Want de klachten over Co-Med zijn zo oud als het in 2020 opgerichte bedrijf zelf. De telefoon wordt niet of nauwelijks opgenomen, de spoedlijn evenmin, een afspraak met de dokter is net zo moeilijk te bemachtigen als een kaartje voor Taylor Swift, praktijken zijn van de ene op de andere dag dicht, zoals gebeurde in het Brabantse Reusel, in het Noord-Hollandse Anna Pauwlona, in Den Haag, in Waalwijk.
Dus waarom heeft het zo lang kunnen duren als evident was dat de zorg bij Co-Med niet op orde was? Sterker nog, dat patiënten zelfs gevaar liepen, zoals bleek uit het artikel dat de Volkskrant vorige week publiceerde?
Veel van de vertraging is terug te voeren op een rechtszaak die Co-Med vorig jaar zomer voerde tegen de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) - en opmerkelijk genoeg won. Al in juni 2023 was de IGJ ervan overtuigd dat de patiëntveiligheid bij de praktijken van Co-Med zwaar ondermaats was. De toezichthouder wilde Co-Med een ‘aanwijzing’ opleggen; een verplichting dat het bedrijf zich binnen een week moest houden aan alle richtlijnen voor huisartsen.
Die voorgenomen ingreep was keihard, zegt gezondheidseconoom Xander Koolman. ‘Het leek erop dat het de bedoeling was om Co-Med om zeep te helpen.’
De poging faalde; de voorzieningenrechter veegde de aanwijzing voorlopig van tafel. De inspectie had onvoldoende rekening gehouden met het tekort aan huisartsen, de huisartsenrichtlijnen waren niet hard genoeg, en de termijn van één week was onredelijk.
In Nederland, zegt Koolman, zijn bedrijven uitstekend beschermd tegen willekeur van de overheid, en dat is een groot goed. ‘Maar die enorme bescherming geldt ook voor bedrijven die in de zorg publiek geld opstrijken. Dat maakt hard ingrijpen lastig.’ Te lastig wellicht. Koolman: ‘Als je het mij vraagt had de waarde van het patiëntenbelang in dit geval zwaarder moeten wegen dan de bescherming van de ondernemer.’ Pas in april van dit jaar, na een tijdrovende bezwaarprocedure en een nieuwe uitspraak van de rechter, mocht de IGJ alsnog de aanwijzing opleggen.
Ook verzekeraars waren al maanden bezig met Co-Med, maar konden niet in één keer het contract met de hele keten verscheuren, zegt Rogier van der Hooft, bestuurder zorg bij CZ. CZ sluit contracten af met individuele praktijken, niet met de organisatie als geheel. ‘Het afgelopen jaar hebben we per praktijk gekeken wat we konden verbeteren. En daar is al veel gebeurd.’ Zo is er bij verschillende Co-Med-praktijken ingegrepen, bijvoorbeeld in Waalwijk, Den Haag en Oirschot. ‘Maar bij een aantal andere praktijken zagen wij dat het wel goed liep’, aldus Van der Hooft.
Pas de afgelopen twee maanden, zegt hij, ‘kwamen we in een fase waarbij de zorg structureel niet goed was’. Pas toen Co-Med ‘aantoonbaar’ door de mand viel, ‘konden verzekeraars samen zo’n grote verantwoordelijkheid nemen, een uitzonderlijke combinatie’.
Complicerende factor daarbij: de toezichthouder en de zorgverzekeraars waren in grote mate afhankelijk van de informatie die Co-Med zelf verschafte. De instanties zijn er maar deels op ingericht om aan waarheidsvinding te doen, met een beperkt aantal medewerkers. (Koolman: ‘voor je het weet ken je iedereen die bij de IGJ werkt’). Maar Co-Med leverde ‘op het randje van nog wat betrouwbaar was’, zegt Van der Hooft. Of, in de woorden van andere bronnen bij de IGJ en verzekeraars, ‘de directie kon bijzonder goed liegen’.
Tegelijkertijd was de angst voor nieuwe juridische procedures groot. Een onvoldoende onderbouwd besluit zou kunnen leiden tot zowel de ondergang van Co-Med, als een miljoenenclaim.
En dan was er nog de zorgplicht van de zorgverzekeraars. De sluiting van Co-Med betekent ook dat de zorgverzekeraars huisartselijk onderdak voor tienduizenden patiënten moesten regelen. Daarin konden de zorgverzekeraars pas gezamenlijk optrekken, nadat het ministerie in april de Nederlandse Zorgautoriteit de opdracht had gegeven scenario’s voor een eventueel faillissement van Co-Med voor te bereiden.
Dat laat onverlet dat de slepende procedures en het eindeloze overleg tussen de instanties onomstotelijk tot gezondheidsschade bij patiënten heeft geleid. Ook na de publicatie van afgelopen zaterdag kreeg de Volkskrant nog meldingen binnen van patiënten die door de gebrekkige bedrijfsvoering van Co-Med niet de zorg hebben gekregen die zij hadden moeten krijgen.
Dat had wellicht niet gehoeven. Toen een huisartsenpraktijk van een andere commerciële keten in Pijnacker geen spoedzorg kon leveren, stopte zorgverzekeraar DSW (alleen in de regio rondom Delft de grootste verzekeraar) onmiddellijk de betalingen. Het besluit was het gevolg van de visie ‘dat wij in de regio geen commerciële huisartsenbedrijven willen’, zegt bestuursvoorzitter Aad de Groot.
De verzekeraar heeft samen met andere zorgpartijen een stichting opgericht die jonge huisartsen helpt een eigen praktijk op te richten; door panden op te kopen en die tegen een gunstig tarief te verhuren, en met training en advies aan beginnende praktijkhouders.
‘Een aantal collega-verzekeraars ziet nog altijd heil in de innovatieve, commerciële ketens, alsof die een oplossing zijn voor het huisartsentekort’, zegt De Groot. Onterecht, denkt hij, want als het doel van een huisartsenbedrijf winst maken is, tast dat de onafhankelijkheid van de huisarts aan. ‘Juist door die onafhankelijkheid kunnen huisartsen een relatie met de patiënt aangaan, op welke manier die er ook uitziet. Dat is belangrijk, want bij de huisarts begint de zorgketen. Organiseer je dat niet goed, dan heeft de rest van de zorg daar last van.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant