De Israëlische premier Netanyahu heeft grote moeite bondgenoten te vriend te houden. Zijn onbuigzaamheid maakt zijn draagvlak steeds kleiner.
Benjamin Netanyahu lijkt er genoegen in te scheppen zichzelf in de hoek te schilderen. De afgelopen week heeft de Israëlische premier opnieuw mensen verder van zich vervreemd: de president van de VS, zijn eigen legerleiding en de gematigde Israëlische oppositie.
Dat het nog droge vloeroppervlak om hem heen steeds kleiner wordt, deert hem kennelijk niet. Integendeel, ongenaakbaar doet Netanyahu de groeiende internationale kritiek op zijn regering af als oprispingen van antisemitisme en stelt hij dat, als het erop aankomt, Israël zijn eigen boontjes wel kan doppen.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.
Dat is feitelijk onjuist. Israël is voor zijn veiligheid volkomen afhankelijk van de politieke, financiële, militaire en diplomatieke rugdekking van de Verenigde Staten. Dat leek de oorlogspremier te zijn vergeten, toen hij deze week een sneer uitdeelde aan het adres van de regering-Biden. Niet als slip of the tongue (daar valt Netanyahu zelden op te betrappen), maar in een welbewust voorbereide videoboodschap.
Daarin noemde hij het ‘onvoorstelbaar’ dat de Amerikaanse regering ‘de afgelopen maanden wapens en munitie voor Israël kon achterhouden’. In werkelijkheid gaat het om één lading zware raketten, die nog de Amerikanen nog even vasthouden om te checken of ze niet worden ingezet tegen burgerdoelen in Rafah. Verder hebben de VS de afgelopen acht maanden alles uit de kast getrokken om Israël bij te staan in de strijd tegen Hamas.
Dat was precies de strekking van de getergde reactie uit Washington. Netanyahu’s uitlatingen zijn ‘zeer teleurstellend en ongetwijfeld beledigend’, zei John Kirby, de woordvoerder van het Witte Huis. ‘Geen enkel ander land doet meer om Israël te helpen zich te verdedigen.’
Eerder al liet de Israëlische leider president Biden in de kou staan door niet toe te happen toen die een gedetailleerd vredesvoorstel presenteerde, dat nota bene al met Israëlische toponderhandelaars was afgestemd. Blijkbaar heeft Netanyahu volstrekt geen behoefte aan een staakt-het-vuren; voortzetting van de oorlog komt hem om diverse redenen beter uit.
Wat dat betreft kan hij Hamasleider Yahya Sinwar een hand geven. Ook die liet bewust de kans voorbijgaan op een langdurig bestandsakkoord, één dat nota bene de ‘totale vernietiging’ van Hamas feitelijk uitsloot. ‘En als Hamas overleeft, dan hebben ze gewonnen’, zei Khaled el-Gindy van de Amerikaanse denktank Middle East Institute tegen persbureau AP. Kennelijk acht Sinwar het lonend nog meer Palestijnse kinderen te offeren.
Ook in eigen land heeft de Israëlische premier grote moeite potentiële bondgenoten aan de borst te houden. Tot tweemaal toe kwam hij in botsing met het instituut dat meer dan wat ook de veiligheid van de staat Israël moet waarborgen, de strijdkrachten.
Eerst liet het leger weten ter wille van de hulpverlening in Gaza ‘tactische gevechtspauzes’ in acht te nemen; dit bleek zeer tegen de zin van de regering. Vervolgens liet legerwoordvoerder admiraal Daniel Hagari blijken niet langer geloof te hechten aan het voornaamste oorlogsdoel van de regering-Netanyahu.
‘Hamas vernietigen? Dat is simpelweg zand in de ogen van het publiek strooien’, zei hij tegen het Israëlische Channel 13 TV. ‘Hamas is een idee, het is geworteld in de harten van de mensen. Wie denkt dat we Hamas kunnen elimineren, heeft het mis.’
Deze eigenzinnige uitingen geven blijk van realisme. Niet alleen omtrent de veerkracht van het Palestijnse verzet, ook omtrent de begrenzingen van het eigen militaire vermogen. Dat is des te prangender, nu aan de grens met Libanon daadwerkelijk een oorlog dreigt. Dat Hezbollah dan niets ontziend zal worden afgestraft, laat onverlet dat ook Israël zelf keihard zal worden getroffen. En Gaza, én de Westoever, én Hezbollah: kan het vermoeide Israëlische leger dat allemaal aan?
Zo wordt Netanyahu’s hoekje kleiner en kleiner, ook in politiek opzicht. Begin deze week maakte de premier een einde aan het fenomeen ‘oorlogskabinet’, de kerngroep van ministers waarbij na 7 oktober ook oppositieleider Benny Gantz was aangeschoven, ter wille van de ‘nationale eenheid’. Kort daarvoor was Gantz zelf uit het oorlogskabinet gestapt, uit onvrede over Netanyahu’s koers.
Sindsdien is de premier voor zijn overleven nog meer afhankelijk van de extreemrechtse partners in zijn regering. Een van hen, minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir, gooide dinsdag in het parlement olie op het vuur met een initiatief om straks opnieuw Gaza door Joodse kolonisten te laten bezetten.
Met zulke politieke vrienden heeft Netanyahu geen vijanden meer nodig. ‘Terwijl de Gazaoorlog Israël ondermijnt,’ schreef journalist Yossi Verter de volgende dag in de linkse krant Haaretz, ‘komen de waanzin en grootheidswaan van Netanyahu volledig tot uiting.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant