Bij de rentree van Ronald Koeman als bondscoach verloor het Nederlands elftal met 4-0 van Frankrijk. Het was een afgang en een ijkpunt richting het EK voetbal. Vijftien maanden later moet de puzzel van Oranje in elkaar vallen. Weer tegen Frankrijk. Een analyse.
Kenneth Taylor wilde niet praten. In de gangen van het Stade de France liep de jonge Ajacied zonder opkijken door met een telefoon in zijn hand, in de hoop dat geen enkele journalist hem aansprak. En dat gebeurde ook niet.
Voor het eerst had Taylor mogen starten bij Oranje, maar na 33 minuten haalde Koeman hem er al af. Met een te korte pass op Marten de Roon had de middenvelder de 1-0 van Frankrijk ingeleid. Hij was niet de enige Oranjespeler die in de fout ging. "We leden balverlies op plekken waar dat never nooit mag", zei Koeman na afloop.
Taylor werd daarna nooit meer opgeroepen. En zo zijn er wel meer spelers die na die rampzalige avond in Parijs uit de selectie van Oranje zijn verdwenen. Jasper Cillessen stond op 24 maart 2023 nog op doel, Steven Berghuis was rechtsbuiten en Davy Klaassen en Tyrell Malacia mochten invallen.
Er waren verzachtende omstandigheden. Mede door een virusuitbraak (of was het toch bedorven kip kerrie?) miste Koeman zeven spelers in Parijs, onder wie Cody Gakpo en Frenkie de Jong. Maar toen die er drie maanden later wel bij waren in de finaleronde van de Nations League ging het niet veel beter.
Oranje werd bij vlagen overklast door Kroatië (4-2), waarna een beschamende eerste helft volgde in het met 3-2 verloren duel met Italië. Tot woede van Koeman. "Het was lamlendig", zei hij in De Grolsch Veste. "Ik miste de bereidheid. En dat is het ergste wat kan ontbreken, vind ik. Daar heb ik een bloedhekel aan."
Hij voelde een generatiekloof, toen Donyell Malen niet meeverdedigde en Denzel Dumfries er niets van zei. "Dit gebeurde vroeger niet. Wij waren vroeger hard naar elkaar, het wilde niet meteen zeggen dat je iemand niet mocht. Dat mis ik zo in deze groep. Het is te lief."
Het corrigerend vermogen werd daarna een thema binnen de selectie. En dat is het nog altijd. "Het stadium dat we steeds roepen dat we een leuke groep hebben is nu wel voorbij", zei Nathan Aké een paar maanden geleden op een persconferentie. "We mogen meer van elkaar eisen."
Anderzijds bleef Koeman worstelen met hoe ver hij kon gaan in zijn kritiek op spelers. Aan de Rondo-tafel bij generatiegenoot Marco van Basten verbaasde hij zich hardop over de slechte balaanname en afwerking van Brian Brobbey. "Dan vraag ik me af: wat doe je dan bij de clubs waar je hebt gespeeld", zei hij over de Ajax-spits.
Een paar dagen later pakte Koeman de telefoon om excuses aan te bieden voor die opmerking. "Ik had Brobbey iets meer in bescherming moeten nemen."
Het was niet het enige waar Koeman mee worstelde. Het kan anders, dacht de bondscoach toen hij het behoudende spel van Oranje onder voorganger Louis van Gaal zag. Terug naar 4-3-3, kondigde hij aan bij zijn presentatie. Maar na drie nederlagen in zijn eerste vier wedstrijden koos ook hij voor een extra centrale verdediger.
Met die extra zekerheid achterin ging het in oktober beter tegen Frankrijk. Geen kansloze 4-0 dit keer, maar een 1-2-nederlaag in de Johan Cruijff ArenA. Toen het EK dichterbij kwam, schakelde Koeman toch weer terug naar 4-3-3.
Koeman wil kunnen switchen tussen systemen, maar de mogelijkheid om daar met een vaste groep op te trainen was er niet. Laat staan dat de selectie ingespeeld kon raken. Daarvoor miste Oranje elke interlandperiode te veel spelers door blessures.
Eerst tot ergernis van Koeman. Hij mopperde over de overvolle speelkalender, tot hij zich erbij neerlegde. "We zijn eraan gewend geraakt. Het is niet anders", verzuchtte hij in november.
De steeds weer lange lijst geblesseerden had ook voordelen. Koeman, die niet bekendstaat als trainer die snel doorselecteert, moest nieuwe spelers de kans geven. Na Cillessen keepten Justin Bijlow en Mark Flekken, waarna Koeman met Bart Verbruggen zowaar een onomstreden eerste doelman voor Oranje vond.
En bij afwezigheid van Frenkie de Jong groeide Tijjani Reijnders uit tot de meest constante factor op het middenveld. "Ik kijk ernaar uit om een keer samen met Frenkie vanaf het begin te spelen", zei Reijnders in oktober in Athene toen het EK-ticket zo goed als binnen was voor Oranje.
Dat herhaalde hij na vrijwel iedere interland, tot een paar dagen voor het EK duidelijk werd dat De Jong niet op tijd hersteld zou zijn van een enkelblessure om mee te gaan naar Duitsland. Op diezelfde avond viel met Teun Koopmeiners nog een ervaren middenvelder weg door een een pijnlijke lies.
"Dit is klote. We missen een speler die een meerwaarde kan zijn", zei Koeman over De Jong. Het wegvallen van Koopmeiners noemde hij dramatisch. Zo was het een raar einde van een feestelijke Oranjeavond in De Kuip. Er was net met 4-0 gewonnen, voor de tweede keer in vijf dagen tijd.
Bij afwezigheid van De Jong en Koopmeiners leek het middenveld met Jerdy Schouten, Joey Veerman en Reijnders ineens in elkaar te vallen tegen IJsland. Drie middenvelders zonder toernooi-ervaring. In de laatste linie stonden wel ervaren spelers van wereldklasse. Daar heeft Koeman slechts luxeproblemen, terwijl voorin Gakpo en Memphis Depay onomstreden zijn.
Met Memphis is de grootste meevaller voor Koeman genoemd. Een jaar lang sukkelde de spits met zijn fysiek, tot hij met het EK in aantocht eindelijk fit werd én bleef. Zo had Koeman een belangrijk stukje terug bij het leggen van zijn EK-puzzel. En hij had eindelijk tijd gehad om die puzzel te leggen.
In de eerste wedstrijd tegen Polen leidde dat in grote delen van de wedstrijd al tot goed voetbal van Oranje. Maar de vraag blijft of het genoeg is om vanavond in Leipzig een derde nederlaag op rij tegen de Fransen te voorkomen.
Koeman heeft goede hoop. "We hebben een redelijke voorbereiding gedraaid", zei hij donderdagavond op zijn persconferentie in Red Bull Arena. "En veel meer kunnen trainen. Er zal morgen ongetwijfeld een beter Nederlands elftal staan dan de laatste keren tegen Frankrijk."
Source: Nu.nl algemeen