Home

‘Soedan is een vergeten conflict, terwijl het om een allesverwoestende oorlog gaat’

De Soedanese stad Omdurman ligt al een jaar zwaar onder vuur. Woensdag zijn bij een mortieraanval op een ziekenhuis nog drie mensen omgekomen. Tot afgelopen weekeinde werkte Marcella Kraay, bij Artsen zonder Grenzen verantwoordelijk voor Soedan, in dit ziekenhuis.

De soek van Omdurman was een begrip in heel Soedan. Handelaren verkochten er goud- en zilverwerk, er waren schalen vol kruiden, eindeloze stapels textiel. Maar sinds het uitbreken van de burgeroorlog, nu ruim een jaar geleden, is de bruisende straatmarkt veranderd in een ruïne. Winkelpuien zitten vol kogelgaten, langs de kant staan de karkassen van uitgebrande auto’s.

Enkele kilometers ten noorden van het oude stadshart ligt Al Nao, een ziekenhuis dat voor veel Soedanezen is uitgegroeid tot een belangrijk houvast. Terwijl veel omliggende ziekenhuizen in het afgelopen jaar werden geplunderd of kapotgeschoten, ontvangt dit staatsziekenhuis nog steeds grote aantallen patiënten.

Maar ook in Al Nao zijn Soedanezen niet veilig, bleek woensdag toen bij een mortierinslag drie mensen in het ziekenhuis de dood vonden, onder wie een vrijwilliger. Zeker 27 mensen belandden op de spoedeisende hulp. Het is vooralsnog onduidelijk wie er achter de aanval zit. ‘Maar zoals altijd zijn gewone burgers de pineut,’ zegt Marcella Kraay, die tot afgelopen weekeinde vanuit Omdurman de missie van Artsen zonder Grenzen (AzG) in Soedan leidde.

Over de auteur
Saskia Houttuin is correspondent Sub-Sahara Afrika voor de Volkskrant. Zij woont in Dakar, Senegal.

De hulporganisatie ondersteunt het Al Nao, inclusief een kraamafdeling die er tijdelijk is ondergebracht. Het ziekenhuispersoneel is erg van de aanval geschrokken, vertelt Kraay via een videoverbinding vanuit Amsterdam, waar ze zich voorbereidt op een nieuwe missie. In oktober werd het ziekenhuis eveneens bestookt, daarbij kwamen twee mensen om. ‘We worden ons er wederom van bewust dat bommen van alle kanten kunnen komen en op elk moment kunnen vallen. En van het feit dat het ziekenhuis geen bescherming biedt, ook al zou het volgens het internationaal recht geen doelwit mogen zijn.’

Omdurman, dat grotendeels onder controle staat van het regeringsleger, ligt aan de westoever van de Nijl, tegenover de hoofdstad Khartoem. Daar ontaardde vorig jaar april een machtsconflict tussen het regeringsleger, onder leiding van generaal Abdel Fattah al-Burhan, en de Rapid Support Forces (RSF), de paramilitaire eenheid van generaal Mohamed Hamdan Dagalo, in een totale burgeroorlog.

Steeds veranderende frontlinies

Sindsdien heeft een wirwar van steeds veranderende frontlinies zich als een web over het land verspreid. Er wordt gevochten met machetes en kalasjnikovs, met raketten en met drones. Zeker 15.500 mensen zijn inmiddels omgekomen, meer dan negen miljoen sloegen er op de vlucht. Het merendeel verblijft ontheemd in Soedan.

De mortierinslag in het Al Nao-ziekenhuis was de zoveelste in een reeks aanvallen op gezondheidsinstellingen in het land. Eerder deze maand moest AzG al de deuren sluiten van een ziekenhuis in Al-Fashir in de regio Darfur, waar zwaar wordt gevochten. Dat is niet alleen desastreus voor reguliere patiënten en oorlogsslachtoffers, maar ook voor de groeiende groep Soedanezen die de gevolgen ondervindt van het nijpende voedselgebrek.

Ondervoede kinderen

Bij een kinderziekenhuis in Omdurman zag Kraay het aantal ondervoede kinderen toenemen. ‘Veel mensen leven op één maaltijd per dag. Zij zijn continu bezig eten bij elkaar te sprokkelen, voor de gaarkeukens staan elke dag lange rijen. Moeders nemen gevaarlijke routes om met hun ondervoede kleine kinderen het ziekenhuis te bereiken. Voor sommige kinderen is het tegen de tijd dat ze aankomen te laat.’

Kunnen de ziekenhuizen het aan?

‘Er wordt een selectie gemaakt, zoals eigenlijk in elk ziekenhuis: kritieke gevallen eerst. Wat indrukwekkend is, is dat iedereen er helemaal voor gaat – niet alleen ons team, maar ook het personeel dat in dienst is van de overheid. Dat neemt niet weg dat de drie ziekenhuizen die wij steunen in Omdurman helemaal afgeladen zijn, vooral de kraamafdeling en de eerste hulp.’

Wat voor mensen komen er binnen op de eerste hulp?

‘Het zijn oude mensen, kinderen – heel gewone burgers die bijvoorbeeld geraakt zijn door granaatscherven. Vanuit het ziekenhuis hoor je elke dag uitgaand mortiervuur dat vanuit Omdurman richting Khartoem wordt geschoten. Dat maakt veel herrie. We hebben vaak pas door dat er is teruggeschoten als er opeens allemaal gewonden binnenkomen. Op zo’n moment zie ik ook hoe het team in actie komt, en dat is indrukwekkend om te zien. Zij doen dit nu al meer dan een jaar lang en zijn helemaal op elkaar ingespeeld. Het is een zeldzaam lichtpuntje in deze vreselijke situatie: er worden mensenlevens gered.’

Omdurman is grotendeels onder controle van het regeringsleger, maar jullie werken ook in RSF-gebieden. Hoe doen jullie dat?

‘Dat deden we al voor de oorlog, en dat doen we nu nog steeds. Beide kanten zijn er niet blij mee, ze vinden allebei dat de tegenpartij terroristen zijn. Het is ingewikkeld, maar op de een of andere manier is het ons wel gelukt daar te werken. We hopen dat dat zo blijft.’

Journalisten en internationale organisaties komen Soedan moeilijk in. Draagt dat bij aan het tekort aan hulpgeld?

‘We roepen andere organisaties op om meer te proberen, en wij vinden dat de internationale gemeenschap veel meer moet doen. Ik snap heel goed dat er ook andere crises zijn waar aandacht, geld en mensen voor nodig zijn. Maar als het gaat over hulpverlening en meewerken aan een politieke oplossing, dan geeft de internationale gemeenschap simpelweg niet thuis. Soedan is nu een vergeten conflict, terwijl het om een allesverwoestende oorlog in een groot land gaat.’

Met wat voor gevoel heeft u Soedan vorige week achter u gelaten?

‘Dat Soedan óók een hartstikke mooi land is. Het zou er zo geweldig kunnen zijn. Ik heb veel waardering en respect voor de mensen die ik in mijn tijd daar heb ontmoet. En ik voel ook onbegrip, waarom het allemaal zo moet zijn – die mannen die zo vechten met elkaar… ik zei tegen mijn collega’s: de volgende keer dat ik hier kom, gaan we picknicken op een bootje op de Nijl. Ik hoop dat dat ooit mag gebeuren.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next