Home

Een ‘kameleon’ met een karakterkop, die voor geen rol terugdeinsde

Met zijn typische voorkomen verdween de Canadese acteur Donald Sutherland nooit geheel in een personage. In zijn zeventig jaar lange acteercarrière ‘hield hij van wat hij deed, en deed hij waarvan hij hield’, zegt zijn zoon Kiefer op X.

Een ‘kameleon’ werd Donald Sutherland ook wel genoemd. De donderdag op 88-jarige leeftijd overleden Canadees – goed voor ongeveer tweehonderd optredens in films en series – was zo’n acteur die eigenlijk in alle soorten rollen of genres wel op zijn plaats was.

Wat niet wil zeggen dat hij ooit wegviel tegen de achtergrond, of geheel verdween in zo’n personage. Zoiets was onmogelijk met zijn typische voorkomen: de machtige grijns op dat lange gezicht, de innemende helderblauwe ogen. Een blik waarin vaak iets lichtzinnigs, sardonisch of manisch fonkelde. Maar waarin ook iets vaderlijks school. Iets kwetsbaars en droefs.

Over de auteur
Bor Beekman is filmredacteur van de Volkskrant.

Toen hij in 1962 auditie deed voor zijn allereerste filmrol, kreeg Sutherland te horen dat hij weliswaar uitstekend acteerde, maar de rol toch niet kreeg. Ze zochten een ‘gewone man’, verklaarde de producent, iemand die ieders buurman zou kunnen zijn. Hij kon zich simpelweg niet voorstellen dat déze acteur ‘naast wie dan ook’ woonde.

‘Ere-Oscar’

Donald McNichol Sutherland bracht zijn eerste en door verschillende ziekten (reuma, polio) getekende levensjaren door op en om een boerderij in het Canadese plaatsje Lakeside. De band met zijn strenge vader, die niks ophad met het acteren, was beroerd en zou zo blijven. Donald zag toch maar af van een gepland bestaan als ingenieur, om zich in Engeland en Schotland te bekwamen in drama. Zo begon zijn filmleven met minirolletjes in Britse horrorproducties, zoals Castle of the Living Death (1964) en Dr. Terror’s House of Horrors (1965).

Dat Sutherland in zijn zeventig jaar lange acteercarrière nooit ook maar genomineerd werd voor een Oscar, moet haast wel stom toeval zijn (hij kreeg in 2018 wel een ‘ere-Oscar’, de excuusprijs voor over het hoofd geziene grootheden). Er waren kansen en grote rollen zat. Zijn doorbraak als de losbandige chirurg ‘Hawkeye’ in Robert Altmans M*A*S*H bijvoorbeeld, de oorlogkomedie uit 1970 die zich afspeelde in een legerhospitaal tijdens de Koreaanse oorlog, maar eigenlijk de Vietnam-oorlog bekritiseerde.

Of zijn onvergetelijke spel als de getraumatiseerde en door wanen bevangen vader die door Venetië dwaalt, in Nicolas Roegs doodenge alternatieve thriller Don’t Look Now (1973). Een film die ook vermaard werd vanwege de controversiële, voor die tijd verregaande en volgens sommige bronnen ‘echte’ seksscène met tegenspeler Julie Christie. Ook op hoge leeftijd moest Sutherland in interviews altijd weer verklaren dat wat in films echt oogt, nog niet echt hoeft te zijn.

‘Meneer X’ en ‘President Snow’

Een andere vroege en bepalende rol was die van de wrede lokale fascist Attila in Bernardo Bertolucci’s plattelands-epos Novocento (1976), tegenover de als ‘jeugdvrienden’ gecaste acteerkanonnen Robert De Niro en Gerard Depardieu. Sutherland beheerste als geen ander de kunst om het geëxalteerde kwaad te vertolken, zonder daarbij door te schieten in schmieren. En ook zijn meer ingetogen en gevoelige vaderrol in Ordinary People (1980) was memorabel. Zijn filmvrouw (Mary Tyler Moore) én filmzoon (Timothy Hutton) uit het gezinsdrama van Robert Redford werden genomineerd, Sutherland weer eens niet.

Als bijrol-acteur viel hij altijd op, zelfs in zo’n drukbezet drama als Oliver Stone’s JFK (1991). Het gekonkel rond de Kennedy-moord werd zelden zo fraai gevat als in die treurige, moegestreden blik van Sutherlands ‘meneer X’, de geheime bron die onderzoeker Garrison (Kevin Costner) op het juiste spoor zet. Op latere leeftijd wist hij plots weer een hele nieuwe generatie voor zich te winnen als ‘president Snow’ in The Hunger Games (2012), naar de young-adultboekenreeks van Suzanne Collins. Weer zo’n rol waarin Sutherland zich genoeglijk wentelt in het fascistisch kwaad, als de sadistische heerser Snow, maar die hij met zijn verfijnde spel toch ook van reliëf voorziet.

Jane Fonda

Als ‘leading man’ kende de acteur het geluk van de tijd: in de jaren zeventig brak Hollywood open voor sterren met een ‘karakterkop’; die mochten plots ook de eerste viool spelen. De Amerikaanse meester van de paranoiathriller, Alan J. Pakula, strikte Sutherland voor de detectiverol in zijn neo-noir Klute (1971). De Canadees kreeg een relatie met tegenspeler Jane Fonda, met wie hij zich nadien ook in links-activistische kringen begaf: de FBI hield de Canadees scherp in de gaten. Die jaren wenste Sutherland ook even niet meer in gewelddadige films te acteren: rollen in Straw Dogs en Deliverance werden afgeslagen.

Sutherland huwde viermaal, en laat vier zoons en één dochter na. Al zijn zoons werden vernoemd naar regisseurs met wie hij werkte. Acterende zoon en ster Kiefer naar Warren Kiefer, de regisseur van Castle of the Living Death (1964), waarin vader Donald ooit debuteerde.

Zijn vader (‘een van de belangrijkste acteurs in de filmgeschiedenis’) deinsde nooit terug voor een rol, schreef zoon en acteur Kiefer Sutherland op X, bij de bekendmaking van het overlijden van zijn vader. ‘Of die rol nu goed, slecht of lelijk was. Hij hield van wat hij deed, en deed waarvan hij hield.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next