Home

Lidy van Marissing was zeker zo vernieuwend als Jan Cremer. En ze had net zo veel lef

In het jaar waarin de woensdag overleden Jan Cremer op zijn geleende Harley Davidson ‘wijdbeens de literatuur in denderde’, de tank gevuld met zelfvertrouwen en het 24-jarige lijfje gehuld in een stoer spijkerpak, maakte de twee jaar jongere Lidy van Marissing stilletjes haar entree op de redactie van de Volkskrant. Het was 1964, in Nederland gebeurde niks, of zoals Cremer het later zou omschrijven: ‘Alles was grijs, mistig en nevelig.’

Terwijl Jan Cremer met zijn autobiografische ‘schelmenroman’ Ik Jan Cremer Nederland in één klap ‘wakker schudde’, zoals het de afgelopen dagen veelvuldig heette, begon Lidy van Marissing rustig met het schrijven van stukken voor de kunstredactie van de krant. Niet omdat de journalistiek haar droom was; Lidy van Marissing had het niet zo op simpele stukjes met een kop en een staart. Liever zou ze schrijver zijn, van literatuur die de mechanismen achter die koppen en staarten zichtbaar maakte; maar er moest geld worden verdiend.

Van Marissing maakte interviews voor de krant over kunst, met schilders, musici en schrijvers als Hugo Claus, Andreas Burnier en Sybren Polet. Polet was schrijver van experimentele romans. ‘Een van de aantrekkelijkheden van de moderne roman is dat je geen realistische personen hoeft te scheppen’, zei Polet tegen Van Marissing.

Op de dag waarop Jan Cremer overleed, de schrijver die zó realistisch wilde schrijven dat hij zijn debuutroman maar gewoon bij zijn eigen geboorte liet beginnen, werd in Amsterdam aan Lidy van Marissing de Sybren Poletprijs uitgereikt. Die prijs, 35 duizend euro, is de bekroning van het oeuvre van een Nederlandstalige schrijver, dichter of essayist die schrijft in de geest van Sybren Polets werk.

Want Van Marissing werd uiteindelijk tóch schrijver, van experimentele romans die door de gevestigde orde met net zo veel onbegrip werden ontvangen als de bonkige straattaal van Jan Cremer. ‘Je moet ongeveer een psychoanalyticus zijn om haar kronkellijnen te ontwarren’, knorde de literair criticus van een Zeeuwse krant over haar debuutroman Ontbinding uit 1972. ‘Het enige goed leesbare deel bestaat uit de laatste vijf pagina’s: ‘Notities bij een moeilijk boek’.’

Het moeilijke boek van Van Marissing is niet meer in druk, net zomin als haar andere moeilijke boeken, maar bij Het Balanseer verscheen woensdag wel een nieuwe, laatste dichtbundel: De verwerping van het stilzitten. Intussen legde De Bezige Bij woensdag een spoedherdruk op van Ik Jan Cremer; de 59ste alweer.

De boeken van Lidy van Marissing en Jan Cremer zijn totaal onvergelijkbaar, maar vernieuwend waren beide schrijvers wel, en lef hadden ze ook. Wat is de Nederlandse literatuur van nu dan eigenlijk saai.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next