Na de moord op Pim Fortuyn heeft de politie maandenlang onderzoek gedaan naar de mogelijke leverancier van het pistool: een oude handlanger van topcrimineel Stanley H. De toenmalige verdachte, Paul M., stond op de radar van de inlichtingendienst.
M. woonde vier jaar in het Wageningse kantoorpand waar de milieuvereniging van Volkert van der G., de moordenaar van Fortuyn, was gevestigd. Dat blijkt uit de podcast Vriend van Volkert van het radioprogramma Argos, die vanaf zaterdag 22 juni te beluisteren is. Het nieuws is onder meer gebaseerd op vertrouwelijke politierapporten.
Over de auteur
Menno van Dongen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
Onderzoeksjournalist Eric Arends (VPRO, Human) heeft de rapporten al ruim een jaar, zegt hij: ‘Ik heb natuurlijk gekeken of er iets is dat duidt op een samenzwering, een complot. Omdat dit de meest geruchtmakende moord is uit de recente Nederlandse geschiedenis: Fortuyn stond op het punt de verkiezingen te winnen. En er zijn nog steeds theorieën dat Van der G. niet in zijn eentje handelde, op 6 mei 2002. Maar zelfs in deze geheime stukken staan geen aanwijzingen dat hij zijn plannen met anderen heeft gedeeld of dat iemand erbij betrokken was.’
Wel bevatten de rapporten tot dusver onbekende informatie die vragen oproept. Wie was in beeld als leverancier van het moordwapen en waarom is zijn naam nooit naar buiten gekomen?
Paul M., geboren in Den Haag, is minstens zestien keer in aanraking geweest met politie en justitie. Hij stond onder meer terecht voor een bankoverval met Stanley H. – die tot zijn liquidatie in 2011 een van de kopstukken van de Nederlandse onderwereld was.
Intrigerend is dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst, de voorloper van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst AIVD, acht dagen na Fortuyns dood een ‘ambtsbericht’ naar het Openbaar Ministerie (OM) heeft gestuurd. Hoogstwaarschijnlijk naar aanleiding van de moord. Daarin staat dat M. volgens een betrouwbare bron medio jaren negentig betrokken was bij handel in wapens en explosieven. Kennelijk stond hij al langer op de radar van de dienst, maar om welke reden?
In dat licht is het opvallend dat Paul M. tot driekwart jaar voor de aanslag op de politicus in onderhuur woonde in het pand waar Vereniging Milieu-Offensief (VMO) kantoor hield. Hij was zelfs ‘bevriend’ met Van der G., een van de oprichters van VMO, volgens de auteur van een vertrouwelijk rechercherapport.
(Oud-)politiemedewerkers spreken in de podcast het vermoeden uit dat M. een tijdlang informant was van de AIVD, en de groep milieu- en dierenrechtenactivisten rond Van der G. in de gaten hield. Dat vermoeden werd onder andere gewekt doordat M. na de moord een lang gesprek heeft gevoerd met de vriendin van de moordenaar.
‘Dat weten we omdat de politie hen heeft geschaduwd’, zei een anonieme bron uit de opsporingswereld tegen Eric Arends. ‘Dit gesprek vond plaats op het uiteinde van een pier in Harderwijk, waar geen camera’s of microfoons konden hangen.’
De argwaan in politiekringen nam toe toen M.’s naam in 2004 opdook in het onderzoek naar de radicaal-islamitische Hofstadgroep, na de moord op Theo van Gogh. Een woning die goed zicht bood op de verblijfplaats van verdachte Jermaine W. bleek op M’s naam te staan. ‘Toen dachten we wel: kan dit allemaal nog toeval zijn?’, zegt een insider in Vriend van Volkert, waarvan de Volkskrant drie afleveringen – van in totaal zeven – mocht horen.
Het eerste deel van de podcast laat meerdere vragen onbeantwoord. In sommige gevallen wordt later meer duidelijk, zegt Arends. ‘Zo heb ik Paul M. uitvoerig gesproken. Hij ontkende dat hij AIVD-informant was, en zei dat hij niets te maken had met de dood van Fortuyn of het moordwapen.’
Drie maanden na de aanslag, tijdens de eerste openbare zitting van de zaak-Volkert van der G., gaat het OM nog uit van de hypothese dat M. het pistool heeft geleverd, blijkt uit een geheim document. Dat verandert als zich in oktober 2002 een getuige bij de politie meldt. Deze man, die in dezelfde studentenflat heeft gewoond als Volkert, beweert dat ze het wapen samen hebben gekocht. Dat zou zijn gebeurd in een Turks café in Ede, in de jaren negentig, omdat Van der G. zich bedreigd voelde door boeren.
Nadat Fortuyns moordenaar dit verhaal heeft bevestigd, komt in november 2002 ‘geheel’ een einde aan de verdenking van Paul M. Vijf maanden later komt het onderzoek naar een wapenleverancier heel kort aan de orde in het requisitoir van de zaak-Van der G., zonder dat M.’s naam wordt genoemd.
Het OM heeft Argos laten weten dat M. destijds ‘is aangehouden en gehoord als verdachte. Ook is zijn woning doorzocht. Deze doorzoeking leverde geen belastende informatie op. In het verhoor ontkende M. elke betrokkenheid.’ Toen ook het horen van getuigen niets opleverde, besloot de officier van justitie ‘tot een sepot 01 (ten onrechte als verdachte aangemerkt)’. Van der G. heeft zijn straf, 18 jaar, inmiddels uitgezeten.
Hoogleraar strafrecht Sven Brinkhoff vraagt zich in de podcast af of er wel voldoende onderzoek is gedaan naar M., en het verbaast hem dat er nu alsnog geheime rapporten opduiken. ‘Dit doet toch vermoeden dat er iets af te schermen is’, zegt hij. ‘Ik weet niet of dat zo is, maar die zweem brengt het wel met zich mee. En ik denk dat het niet handig is om zo’n zweem te laten bestaan. Deze zaak lag onder een vergrootglas, en dan is het goed om zo veel mogelijk openheid van zaken te geven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant