Tijdens het WK voetbal in 2014 zag ik Memphis Depay voor het eerst. Een bescheiden lefgozertje, dat zomaar de bal opeiste en in de kruising schoot. Vragen beantwoordde hij met lichte spot – de bescheidenheid kon niet lang duren.
Een paar jaar later zei hij dat hij graag Memphis genoemd wilde worden – zo stond het voortaan ook op zijn shirts. Memphis, geen Depay, omdat hij, zo las ik, niets meer met zijn achternaamgever te maken wilde hebben. Intussen lees je dat hij zich met de vader heeft verzoend, en maakt het geloof ik niet zoveel meer uit, maar we zijn hem met z’n allen Depay blijven noemen tot het pijn bleef doen.
Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Memphis heeft altijd wat nieuws, het kan nooit eens gewoon. Soms komt-ie aanzetten met een grote hoed op zijn hoofd. (Een sportjournalist: wat doet een man met een hoed? Memphis: ja, die zet hij op.) Doelpunten viert hij door een tijdlang onbewogen voor het juichende legioen te gaan staan, met de ogen dicht en de vingers in de oren. Zo is hij blind en doof voor kritiek, wat natuurlijk mooi is voor hem, en voor de rest een beetje stom. Juist als de groep je in zich wil opnemen, ga je er met afgesloten zintuigen voor staan – omarm me maar, ik voel toch niks.
Later ging hij de Bijbel lezen. Tijdens een reis naar zijn roots in Ghana kwam hij in contact met blinde en dove kinderen. Als ik het allemaal goed heb begrepen, kreeg hij toen een visioen en wist hij vervolgens dat hij deze kinderen wilde helpen. Sindsdien is er een Memphis Foundation en steekt hij veel geld en energie in zijn goede werken. Zo heeft Onze Lieve Heer de betekenis van zijn gebaren na een doelpunt veranderd: nu denkt hij even aan zijn blinde en dove kinderen.
Georginio Wijnaldum zag ik voor het eerst tijdens de bekerfinale van 2008. Na afloop keek hij in de camera’s met een lach die iedere kijker deed smelten, zo zachtaardig zag je ze anders nooit. Hij bedankte juist een familielid, een oma, geloof ik, omdat ze tijdens de jeugdopleiding altijd zo goed voor hem had gezorgd.
Wijnaldum voetbalt bij een club in Saoedi-Arabië, voor een paar ton per week, als wandelende reclame voor het regime. Het leven bevalt prima. Alles is goed verzorgd. Van openbare martelingen en executies merkte je niks. Onderweg naar de training hingen er nooit homoseksuelen aan de lantaarnpalen. En trouwens, in Nederland hadden we toch ook een toeslagenschandaal, en daar mocht je toch ook gewoon voetballen?
Wijnaldum heeft zich hetzelfde kapsel als Memphis aangemeten. Ingevlochten achterover, met een bijbehorende baard. Bij Wijnaldum heeft de haardracht niet hetzelfde Warrior-effect. Integendeel eigenlijk – zijn morele domheid wordt er alleen maar extra door benadrukt. Wijnaldum die een stoer kapsel neemt, is als een naakte man die een T-shirt aantrekt: eerst zie je alleen een naakte man, daarna alleen nog maar de piemel.
Over de nieuwe zweetband van Memphis is al veel gezegd dat er veel over gezegd is. Voor mij is die band zijn antwoord op de navolgers, de neppers. Eat this, phony’s. Zet deze maar eens op je hoofd, Wijnaldum – ik weet bijna zeker dat je dan moet huilen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns