Schrijver, bedenker en illustrator Jet Boeke was nauw betrokken bij de totstandkoming van het bioscoopdebuut van haar Dikkie Dik. Het blijft tenslotte háár kat. ‘Zelfs als de film helemaal gebaseerd is op mijn tekeningen, kan het toch nog fout gaan.’
‘Dikkie Dik heeft drie streepjes op zijn kop. En op zijn rug zijn het er dan weer vijf, waarvan de derde wat langer is. Bij mij gaat dat vanzelf als ik teken, maar een ander let er misschien niet op.’
Jet Boeke (75) waakte over de totstandkoming van de allereerste lange (62 minuten) Dikkie Dik-animatiefilm, die vanaf deze week te zien is in de bioscoop. Het blijft tenslotte haar kater. Niks ten nadele van de Rotterdamse animatiestudio Ka-Ching Cartoons, waar men eerder ook al mee tekende aan de eerste Heinz-bioscoopfilm, maar niemand weet zo goed hoe Dikkie Dik er wel (en niet) uit hoort te zien als de bedenker, schrijver en tekenaar van de ooit bij Sesamstraat begonnen serie en kinderboekenreeks.
Over haar inbreng tijdens het maakproces van de met de hand getekende film: ‘Ik lette op duizend dingen tegelijk. De tekeningen voor de film worden door andere mensen gemaakt. Zelfs als het helemaal gebaseerd is op mijn tekeningen, kan het toch nog fout gaan. Dat gaat om kleine, subtiele dingen. De staart van Dikkie Dik bijvoorbeeld, is géén doorgetrokken lijn. Ik weet niet of u het kunt zien? Nou, de staart bestaat uit stukjes lijn. En die stukjes lijn teken ik op gevoel. Bij iemand anders wordt het misschien te groot of te klein. En dan vind ik Dikkie Dik niet zoals hij zou moeten zijn.
‘Verder wilde ik de illustraties niet te glad. Gewoon basic, direct. Níét zoals in die nieuwe film van Garfield (The Garfield Movie, red.). Dat is meer getekend voor volwassenen.’
Over de auteur
Bor Beekman is filmredacteur van de Volkskrant.
Boeke belt vanuit haar woning in het centrum van Amsterdam, waar ze woont met haar twee katten (lapjeskat Dona en de zwart-wit gevlekte Sokjes). Ze is héél blij met Dikkie Dik en de verdwenen knuffel, van regisseurs en animatoren Joost van den Bosch en Erik Verkerk. ‘Het is prachtig geworden. Een heel groot team heeft er ongelofelijk hard aan gewerkt.’
Dikkie Dik bestaat al sinds 1978. Waarom dan nu pas een bioscoopfilm?
‘Daar was ik eigenlijk nooit mee bezig. Ik vond het vooral fijn dat de boeken zo aansloegen. Het is te danken aan Burny: hij was er wel al jaren mee bezig.’
De eind vorig jaar overleden Burny Bos, vermaard producent en maker van kindertelevisie (onder meer bij de VPRO) en kinderfilms, schreef de scenario’s voor deze én de volgende Dikkie Dik-film, die later dit jaar al te zien is. Ook sprak hij de vertelstem in: de kater zelf spreekt niet in de films.
Het idee voor dit verhaal deed Boeke ooit op na afloop van voorleessessies in bibliotheken. ‘Dan hoorde je verhalen van ouders: dat hun kind een knuffel was kwijtgeraakt, waarna ze een nieuwe hadden gekocht en het kind nog steeds de oude knuffel miste. Want die rook lekkerder, of had een iets andere kleur. Kinderen zijn daar heel gevoelig voor. Dus ik dacht: zo’n zoekgeraakte knuffel is wel iets.’
Het is absoluut een dramatisch gegeven.
Ze lacht. ‘Ja, heel zielig.’
Wat zijn de voorwaarden voor een geslaagd Dikkie Dik-avontuur?
‘Het moet voor kinderen herkenbaar zijn. En eenvoudig. En niet iets wat niet zou kunnen. Vliegen bijvoorbeeld, dat kan Dikkie Dik niet. Kijk, ik weet veel van poezen, want ik heb ze altijd om mij heen gehad. Honden niet. Honden komen ook wel in de verhalen voor. Dan denk ik: dit is een lieve hond, dit een kwade. Maar van poezen weet ik veel beter hoe ze kijken. Of hoe ze kunnen denken.’
Boeke, nooit gehuwd en geen kinderen, reisde na haar afstuderen aan de Rietveld Academie door Midden- en Noord-Amerika, waar ze midden jaren zeventig een illustrator van Sesame Street ontmoette. Terug in Nederland hoorde ze van de plannen voor een Nederlandse pendant van het kinderprogramma: ze stelde voor iets voor de allerkleinste kijkers te maken. Geïnspireerd door haar toenmalige kater Dikkie Dik, de telg van een uit Costa Rica naar Nederland gebrachte poes, waarover ze zich had ontfermd tijdens een reis door het land.
Wat voor een kater was de echte Dikkie Dik?
‘Hij kon écht zielig kijken. Of slaperig, of wat dan ook. Een ontzettend leuke en dynamische kat, met veel gezichtsuitdrukkingen. En hij heette al Dikkie Dik, dus over de titel hoefde ik niet meer na te denken. De inspiratie kwam van heel dichtbij. Of hij echt dik was? Dikkie Dik ís niet dik. Hij is gewoon fors. Eerder stevig dan dik. Geen slome kat in ieder geval.’
Hij was ook wit, las ik. Waarom koos u voor een kater van kleur?
‘Ha, ik heb Dikkie Dik éérst als witte kater aangeboden bij Sesamstraat. Maar ze hadden al een witte kat in het programma. Een handpop-poes, als ik het me goed herinner. Nou, dacht ik, dan maak ik hem oranje. Een vrolijke kleur. En dan kan ik illustraties maken zonder achtergrond, want die achtergrond kon gewoon wit blijven. Het maakte het simpeler.’
Kunt u zich voorstellen dat iemand ooit een Dikkie Dik-film maakt met echte dieren?
‘Op zich zou dat wel kunnen. Er zijn echte katten die er heel erg Dikkie Dikkerig uitzien. Maar of ik erachter sta, hangt ook van de sfeer in zo’n film af. En het karakter van de kat, of het wel klopt.’
Boeke wijst op een huidige commercial van KPN, waarin een rode kat aansluiting zoekt bij de sterspelers van het Nederlands elftal. ‘In die reclame knijpt die kat de hele tijd zo met de ogen. Dat vind ik lelijk, omdat die poes iets doet wat er níét poezig uitziet. Het is nogal intensief gefotoshopt. Nou, dat moet je nooit doen bij Dikkie Dik.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant