Home

Gekreun en gehijg, gevoos en geseks: tentoonstelling ‘Liberté’ in het Eye Filmmuseum maakt iedereen medeplichtig

In de duistere tentoonstelling Liberté in Filmmuseum Eye belandt de bezoeker midden in een 18de-eeuwse orgie in een donker bos. Wat wil de maker, cineast Albert Serra, hiermee bereiken? Is het de bedoeling dat je zelf een potje meesekst?

Beter eerst even diep ademhalen. Even je ogen aan het donker laten wennen voordat je in het Amsterdamse filmmuseum Eye de tentoonstelling Liberté betreedt. Nooit eerder voelde de vloer van de expositieruimte zo mossig, nog nooit was de sfeer zo hitsig.

Speciaal voor Eye transformeerde de Catalaanse filmmaker en theaterregisseur Albert Serra zijn speelfilm Liberté (2019) tot een hallucinante, zaalgrote installatie zonder taboes of schaamte. Loop op beschermhoezen om de schoenen de duisternis in, al dan niet gewapend met een zaklampje, en de betonvloer verandert onder je voeten in bosgrond. Het beschaafde geroezemoes van het nabije museumrestaurant maakt plaats voor gekreun en gesteun, gehijg en zweepslagen.

Over de auteur
Kevin Toma schrijft voor de Volkskrant over film, met een speciaal oog voor filmmuziek en horror.

Schandelijke vrijplaats

De beelden, geprojecteerd op vijf enorme beeldschermen, liegen er niet om. Tussen de bomen en struiken van een donker woud geven gepruikte en wit geschminkte libertijnen zich gulzig over aan hun lusten. Op het doek links van je laat een edelman zich gedwee onderpiesen, rechts doopt een ander zijn monstrueuze geslacht in een pot blauwe verf. Er wordt volop gefrunnikt, gepijpt, gebeft en gevoosd in deze orgie van 18de-eeuwse slaapwandelaars, traag seksende mannen en vrouwen die vanwege hun losbandigheid zijn verbannen uit het hof van Lodewijk XVI. In een Pruisisch bos creëren ze hun eigen schandelijke vrijplaats. Hier worden enkel sappen uitgewisseld, geen woorden.

En dat in een toestand van collectieve hypnose of mechanische apathie; tussen de bomen lijkt de tijd stil te staan. ‘Liberté is een gedicht over de nacht’, zei Serra in 2020 tegen het filmtijdschrift Film Comment. ‘Een nacht die een logica van onproductiviteit of nutteloosheid oproept. Onze nooit eindigende nacht mist elke vorm van evolutie of geheugen.’

De Amsterdamse installatie, gemaakt op initiatief van Eye-curator Jaap Guldenmond, is de allereerste Nederlandse tentoonstelling rondom Serra’s werk. Het is ook alweer de vierde incarnatie van zijn orgastische nachtgedicht. Het begon allemaal met de door de pers bijzonder slecht ontvangen toneelvoorstelling Liberté die Serra in 2018 in opdracht van het Berlijnse theater Volksbühne maakte (‘Lusteloos op-en-neer-gezweep’ oordeelde een van de vele negatieve recensies).

Hierop volgden de twee schermen bevattende installatie Personalien (2019) in het Reina Sofia Museum te Madrid, de speelfilm, en nu dus de vijfkoppige variant in Eye. Liberté, waarin je eerder van rituele handelingen dan van scènes kunt spreken en de personages elkaar stilzwijgend begluren zonder dat er een narratieve samenhang tussen de beelden ontstaat, lijkt steeds weer opengebroken en veranderd te willen worden.

Dikke deken van seksgeluiden

Misschien dat de versie van Eye zich nog het meest op het snijvlak tussen film, theater en beeldende kunst beweegt. Voor de vijf beeldschermen hermonteerde Serra de film tot evenzoveel loops van 35 minuten, daarbij ook gebruikmakend van opnamen die bij de eindmontage van de film waren blijven liggen. Maar liefst 60 zaalspeakers leggen een dikke deken van seksgeluiden en tjirpende krekels over de beelden – een enkele keer overstemd door onweergedonder.

Het krijgt allemaal reliëf dankzij het ontwerp van Django Walon, vormgever bij Internationaal Theater Amsterdam. Tientallen kubieke meters aarde en takken en een container vol ongesorteerde compost werden in Eye tot een surrealistisch boslandschap geboetseerd. Rekwisieten uit het toneelstuk – groezelige koetsen en vermolmde draagstoelen – staan ontzield tussen modern afval: vertrapte bierblikjes, stukken piepschuim, gebruikte condooms, een gesloopte wasmachine vol lege wijnflessen.

Intimiderend dicht op de huid

De combinatie van projecties en set, van het visuele met het tastbare, werkt erg goed. Met de radicale slow cinema van Liberté, La mort de Louis XIV (2016) en Pacifiction (2022) bewees Serra zich als een cineast die liever werelden bouwt dan verhalen vertelt, en die eigenschap wordt in Eye uitbundig gemaximaliseerd.

Op zich was Liberté als film al enerverend genoeg, met zijn 132 minuten vol statisch gesjor. Maar het is een ander verhaal om zo intimiderend dicht op al die zweterige huiden en lillende vleespartijen te zitten, om er letterlijk door omgeven te worden terwijl je zelf tussen de bosjes en struiken scharrelt en ook de andere bezoekers als schimmen door de cruisezone ziet dwalen. Het bos uit de film lijkt als het ware de expositieruimte in te lekken. Of misschien is het andersom, en bevonden al die pruikenkoppen zich hier in de zaal tot ze door de beeldschermen werden opgezogen.

Voyeuristisch spel

De grens tussen beeld en zaal wordt nog verder vertroebeld doordat de edellieden niet alleen elkaar lijken te bespioneren, van scherm naar scherm: ze richten hun verrekijkers geregeld ook op de tentoonstellingsbezoekers. Op die manier raak je persoonlijk bij dit voyeuristische spel betrokken en wordt Liberté een spiegelpaleis waarin de rolverdeling tussen gluurder en begluurde voortdurend verschuift.

Hoe je vervolgens geacht wordt te handelen, dat laat Serra in het midden. Het lijkt in elk geval niet de bedoeling dat je onder invloed van alle indrukken ook zelf tussen de koetsen en struiken gaat zitten seksen, terwijl dat toch een logische reactie zou zijn – en een passend radicaal antwoord op de vragen die bij de zaalingang op de muur geschreven staan: ‘Hoeveel zelfcontrole zijn we bereid op te geven om volledig vrij te zijn? Waar liggen de grenzen van het subversieve? Waar trekken we de streep, of moet in kunst en film alles geoorloofd zijn?’

Morsig en betrapt

Wat je ook denkt of doet in Liberté, de expositie maakt vooral indruk wanneer je de tijd neemt om je je erin te verliezen, om je te laten absorberen door de duisternis en alles wat daar broeit. Alleen dan kan het geheel de schijn van een alternatieve werkelijkheid krijgen. En alleen dan sorteert die ene manipulatieve meesterzet van Serra zijn veelzeggende effect. Na een minuut of dertig gaan de zaallichten langzaam aan, zó traag dat je het eigenlijk pas echt merkt wanneer de beeldschermen synchroon op zwart overschakelen en de seksgeluiden abrupt verstommen: opeens sta je daar in een bij elkaar geraapt nepbos dat van alle geile magie is ontdaan, de andere expositiebezoekers ontnuchterd in de ogen kijkend. Probeer je dan maar eens niet medeplichtig of betrapt te voelen. Misschien ook een beetje morsig en besmeurd. Of toch eerder gezuiverd?

Gelukkig maar dat het vervolgens snel weer donker wordt. Filmpersonage of museumbezoeker, de sekskosmos van Liberté verandert iedereen in nachtdieren.

Albert Serra, Liberté, t/m 29/9 in Filmmuseum Eye, Amsterdam.

Wie is Albert Serra?

De Catalaanse filmregisseur, toneelmaker en kunstenaar Albert Serra (Banyoles, 1975) is een van de meest provocatieve en eigenzinnige cineasten van deze tijd. Al vanaf zijn speelfilmdebuut Crespià: The Film Not the Village (2003) volgt Serra zijn eigen wetten, zonder rekening te houden met filmconventies of publieksverwachtingen. Neem een radicaal slow cinema-meesterwerk als La mort de Louis XIV (2016), dat feitelijk precies doet wat de titel belooft: in tergend lange, even schilderachtige als benauwende tableaus worden de laatste reutelende uren van de Zonnekoning gevat, zonder dat je als toeschouwer een kompas krijgt.

Levende organismen die hun geheimen niet prijsgeven, zo werden de films van Serra vorig jaar omschreven in het interview dat Volkskrant-filmjournalist Berend Jan Bockting met Serra hield. Dat gesprek vond plaats naar aanleiding van zijn meest recente speelfilm Pacifiction (2022), die zich aan de zijde van een Franse overheidsfunctionaris op Tahiti schaart: vanuit diens steedse labielere perspectief schept Serra de besloten wereld van het door atoomproeven bedreigde eiland. ‘Er is voor mij voldoende geld bij Europese filmfondsen binnen te halen, waardoor ik volledige vrijheid krijg bij het maken van mijn films’, vertelde Serra. ‘Die vrijheid is het belangrijkst. Ik denk niet na of mijn film meer of minder succesvol wordt dan mijn eerdere werk. Of de mensen wel of niet van me houden, I don’t give a shit.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next