Home

In het ontroerende ‘Jongens zonder thuis’ zien we flarden van pijn, humor, hoop en soms ook hopeloosheid

‘Wat is belangrijk bij een sollicitatie?’ vraagt Zakaria, begeleider in een kleine jeugdzorginstelling. ‘Dat ik diegene aankijk’, antwoordt de jongere die een sollicitatiegesprek voor vakkenvuller heeft. Hij kijkt naar zijn handen.

Tijd voor een rollenspel. ‘Wat is nou het verschil tussen Vomar, Dirk en Albert Heijn?’, vraagt de begeleider. ‘Er is geen verschil. Ik ging gewoon solliciteren. Jullie waren de enige die op mijn sollicitatie hebben...’

‘Nee, zo ga je dat niet zeggen. Soms moet je niet zeggen wat je voelt vanbinnen. Zo van: ja, ik zie het wel. Ik heb gewoon geld nodig. Nee, je moet effetjes laten zien dat je daar heel graag wil werken.’

Wonen met Kansen is de kleinschalige jeugdzorginstelling waar documentairemakers Maria Mok en Meral Uslu een aantal samenwonende jongeren een jaar lang mochten filmen. In het ontroerende Jongens zonder thuis (KRO-NCRV ) zien we de jongens werken aan hun zelfstandigheid, maar ook flarden van hun pijn, humor en hoop of, in sommige gevallen, hopeloosheid.

Jongens zonder thuis is de nieuwste toevoeging aan het omvangrijke oeuvre van de filmmakers. Eerder maakten ze onder meer De blauwe familie, over racisme bij de politie, en een tweeluik over strafadvocaten en broers Anker & Anker.

Uslu en Mok vielen voor de manier waarop de begeleiders met de jongens omgaan, vertelden ze in een interview met NRC: ‘Vriendschappelijk, met heel veel vertrouwen. Als oudere broers.’ Ze koken met de jongens, muziekje op de achtergrond, delen krullen uit op een memobord als er (huishoudelijke) taken goed volbracht zijn en geven tips, zoals dus ter voorbereiding op een sollicitatiegesprek.

De jongens zijn opvallend aardig voor elkaar. Door een broek uit lenen aan de huisgenoot die moet solliciteren, bijvoorbeeld. Aaron, die de enige scheurloze broek in zijn bezit uitleent, heeft ook nog wel een sollicitatietip: ‘Beetje liegen.’

De filmmakers interviewen de jongeren ook, een-op-een. Uslu en Mok vragen de jongeren te reageren op steekwoorden, met hun ogen dicht. Thuis, bijvoorbeeld. Maar hoe te reageren op dat woord als je in je leven al zo vaak bent verhuisd, de plek waar je nu woont tijdelijk is en je geen idee hebt wat je volgende bestemming is?

De moeder van een van de jongeren, Tygo, is overleden. Terwijl Tygo aan het gamen is, probeert zijn begeleider plannen te maken voor na de uitvaart. Even wat eten, ‘maccie’ halen met z’n allen, rijden naar het strand. De jongen vindt het allemaal best.

‘En alsjeblieft Tygo, schroom niet om te huilen. Je mag huilen. Daardoor laat je al je emoties los. Als je alles gaat inhouden, ga je jezelf alleen maar pijn doen’, zegt de begeleider. ‘Ja weet ik, komt goed’, zegt Tygo. De begeleider blijft proberen: ‘Dus wees niet verlegen om te huilen. Yes? Het gaat om je moeder dus je mag een traan laten.’

Over de auteur
Yasmina Aboutaleb is tv-recensent voor de Volkskrant.

Source: Volkskrant

Previous

Next