Home

McKinsey: ‘Computers en robots kunnen in Nederland meer dan een miljoen vacatures vervullen’

Er dreigt in 2030 een tekort van 1,4 miljoen werknemers als gevolg van de economische en demografische ontwikkeling in Nederland. Dat schrijft adviesbureau McKinsey in een dinsdag gepubliceerd rapport.

Maar de consultants zouden de consultants niet zijn als ze ook met een oplossing komen. Door de opkomst van technologieën, zoals digitalisering en artificiële intelligentie, kunnen computers en robots een groot deel van dat tekort aan arbeidskrachten opvullen. Verder moet er veel meer geïnvesteerd worden in bijscholing. McKinsey-partner Marc de Jong, gespecialiseerd in technologie en een van de auteurs van het rapport Bouwen aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt, legt uit hoe Nederlandse werknemers de komende jaren productiever en flexibeler kunnen worden.

Eerst even over de reden dat jullie dit publiceren. Voor wie is het en welk doel heeft McKinsey ermee?

‘De aanleiding is dat McKinsey in Nederland zestig jaar bestaat. Bij elk decennium doen we een onderzoek dat niet specifiek in opdracht van een cliënt is, maar omdat we het een belangrijk thema vinden.

‘Veel van onze cliënten zijn grote bedrijven en daar speelt het tekort aan goede mensen enorm. Er is de laatste jaren al veel over gezegd en geschreven, maar wij wilden beter begrijpen hoe groot het probleem nu is en wat eraan gedaan kan worden.’

Dan komen jullie dus op een concreet tekort van 1,4 miljoen banen in 2030 ‘als er niets gebeurt’. Wat er is verder nieuw aan jullie analyse?

‘Vooral dat we, met hulp van het kennisinstituut van McKinsey wereldwijd, een heel complex model hebben gemaakt met daarin 850 beroepen en 2.100 taken. Vervolgens hebben we gekeken in hoeverre die taken dankzij de opkomst van moderne technieken vervangen kunnen worden. Wij schatten dat dat in Nederland om zo’n 1,1 miljoen banen gaat.’

Geef daarvan eens voorbeeld?

‘De zorg is een van de sectoren waar nu al tekorten zijn. En dat zal de komende jaren alleen maar toenemen. Zorgmedewerkers besteden veel tijd aan administratieve taken die voor een belangrijk overgenomen kunnen worden door het slim toepassen van technologie. Dat is niet makkelijk, maar wel mogelijk. Dan kan zo’n medewerker meer tijd aan patiëntenzorg besteden.’

In dat voorbeeld zal die zorgverlener blij zijn. Maar in andere sectoren verliezen mensen hun baan door technologie en die hebben lang niet altijd een opleiding waarmee ze nieuw werk kunnen krijgen waarvan ze gelukkig worden.

‘Dus moet de arbeidsmarkt ook flexibeler worden. Met name door goede scholing, zodat mensen tijdens hun carrière kunnen doorgroeien naar een volgend beroep. Dat gebeurt nu natuurlijk al. De gemiddelde Nederlander beoefent in zijn werkzame leven 1,9 beroepen. Maar volgens ons zou dat moeten groeien naar 2,4 beroepen.

‘Er zijn al veel initiatieven voor bij- en omscholing. Maar die zijn klein en gefragmenteerd, dat moet structureler worden aangepakt. We zien paradoxaal genoeg ook dat werknemers door de krappe arbeidsmarkt nu minder tijd en prikkels hebben om zich te scholen. Daarom adviseren wij werkgevers, werknemers, onderwijsinstellingen en de overheid om veel beter samen te werken om mensen op te leiden voor banen waar grote behoefte aan is.’

De studie sluit aan bij recente discussies over de concurrentiepositie van de Nederlandse economie. Daarover zei president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank begin dit jaar dat sommige bedrijfstakken ook gewoon moeten krimpen. Hij noemde expliciet de glastuinbouw, de slachthuizen en distributiecentra. Dat zijn volgens Knot sectoren die weinig toegevoegde waarde hebben voor de economie, maar wel een zwaar beroep doen op de Nederlandse samenleving.

Hebben jullie ook gekeken of bepaalde arbeid niet gewoon uit Nederland moet verdwijnen?

‘Wij vinden het niet aan ons om te zeggen ‘Nederland kan wel zonder die en die sectoren’. Dat is meer iets voor de politiek. Maar we zien natuurlijk wel dat vooral sectoren die leunen op goedkope arbeid, het in een krappe arbeidsmarkt moeilijk hebben.’

Bij de sectoren die Knot noemde, leeft de veronderstelling dat zij hun bestaansrecht in Nederland dankzij robotisering kunnen behouden. Terecht?

‘Ik denk het wel. In warehousing, die distributiecentra, zie je bijvoorbeeld dat je enorme slagen kunt maken door te automatiseren.’

Er kwamen dinsdag direct veel scherpe reacties op jullie rapport. McKinsey adviseert altijd dat de productiviteit omhoog moet, zeggen critici. Wat dat betekent voor mensen, zou jullie niet interesseren. Wat vindt u van die kritiek?

‘Ik kan mij niet zo vinden in dat beeld. Wij proberen onze cliënten succesvol te maken in een wereldwijd competitief systeem. Daarbij zien wij vijf levers (hefbomen, red.) die bedrijven kunnen gebruiken. Het verhogen van arbeidsproductiviteit er één van.

‘In de jaren zeventig kon de hogere productiviteit werknemers hard raken die daardoor hun baan hadden verloren. Omdat de werkloosheid hoog was. Maar nu is de situatie dus totaal anders. Voor iedereen die zijn baan verliest, zijn er de komende jaren meerdere banen beschikbaar. Het werk dat overblijft, is gemiddeld genomen interessanter. Het verdient ook beter.

‘Werk is voor veel mensen naast een bron van inkomsten ook een bron van geluk en betekenisgeving. De kunst is dus een arbeidsmarkt te creëren waar die mensen die banen ook kunnen bereiken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next