Home

Om macht uit te stralen zijn geen woorden nodig, een notitieblok van Ongehoord Nederland volstaat

Een bak talent, ervaring, energie, ambitie, kennis en ijdelheid liep drie dagen lang de biechtkamer van de formatiezone binnen, en buiten gingen de beoogde bewindslieden alle vragen uit de weg. Daar was op geoefend, sommigen gebruikten dezelfde taal: ze wilden het ‘hierbij laten’ en de radicaalsten gingen hun radicale gedachtengoed ‘niet recenseren’, maar namen er ook geen afstand van.

De formatiezone is een afgezonderd gebied bovenaan de roltrap bij de dienstingang van de Tweede Kamer, alleen uitverkoren ‘visuele media’ mogen een blik werpen op de plek waar geschiedenis wordt geschreven. De rest van de pers bewaakt al weken de beveiligingspoortjes. ‘Tuig van de richel’, volgens de eigenlijke leider van het komende kabinet.

In de biechtkamer schuiven integriteitsvragen over de houten tafel, nevenfuncties en zakelijke belangen, en daarna lopen de beoogde bewindslieden het licht van de camera’s in waar ze het maliënkolder dragen van geen commentaar. Terwijl er grote vragen zijn.

Hoe gaat minister Paul de seksuele voorlichting op basisscholen te lijf? Minister Klever de ontwikkelingshulp? Hoe pakt minister Bruins de woke-activistische universiteiten aan, hoe gaat hij de journalistiek ‘kwalitatief hoogwaardig’ maken? Hoe gaat minister Faber illegalen uitzetten? Hoe gaat minister Keijzer huizen bouwen met de grenzen dicht? Hoe gaat staatssecretaris Rummenie natuurgebieden opheffen?

Minister Wiersma: ‘Daar wil ik het voor nu bij laten.’

De nieuwe bestuurscultuur is ijzerenheinig je mond houden en verwijzen naar de periode ‘na de zomer’; ‘dan zult u het wel zien’.

Of niet?

Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver. 
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Straks staan vier kabinetten tegelijk op het bordes, schreef Hans Goslinga, langjarig politiek commentator van dagblad Trouw: elke partij zijn deel. Toch heeft het kabinet één stem. Wat gaan ze doen, tijdens de ministerraad? Deelt de premier-procesbegeleider dan oogkleppen uit?

Iedereen die daar zit is verantwoordelijk, ook de niet-rancuneuzen zijn deel van de rancunepolitiek. ‘Mijn uitspraken leidden tot commotie’, zei beoogd minister Faber met haar kenmerkende stem, ‘maar ik ben nu minister van iedereen.’ Omdat ze niks terugneemt, zijn haar uitspraken nu ook van iedereen geworden: ‘We gaan samen de moskeeën dichtdoen.’ ‘Koran verbieden, weg met die islam.’ ‘Omvolking.’ ‘mensenrechtengeneuzel.’ Klimaatverandering: ‘Komt door de activiteit van de zon.’

Faber en haar PVV-collega’s zijn niet nieuw in de politiek, ze werken al jaren gestaag aan hun carrière en bleven tekstvast – bij twijfel vliegen ze eruit. Die veranderen niet. Martin Bosma is nog steeds de Martin Bosma die je tegenkwam bij de spaarzame bijeenkomsten van zijn partij, waar de journalisten opgehokt achter een lint alleen maar mochten toekijken. Geert Wilders is nog steeds de Geert Wilders die het uitschelden in de Tweede Kamer acceptabel maakte, en de overtuiging dat sommige mensen minder waard zijn dan andere.

Voortschrijdend inzicht is voor watjes: stap voor stap maakten de PVV’ers hun extreme gedachtengoed modieus.

Het zijn andere partijen die veranderen. In hetzelfde gebouw, in de bijna verlaten plenaire zaal gaf VVD’er Ruben Brekelmans, ook beoogd minister, tijdens een asieldebat nog maar eens asielzoekers de schuld van de ‘asielcrisis’. Iedereen weet dat het niet klopt, toch stond hij bozig aan de interruptiemicrofoon. Voor ‘morele bezwaren’ is in dit kabinet geen plek.

Het midden houdt niet, het helt over naar de radicale kant. Zo wrikken de extremen de samenleving open. En als er vragen over komen geef je geen antwoord, ook dat is een strategie die Wilders al twintig jaar gebruikt.

Minister Wiersma: ‘Ik ben nog geen minister.’

Minister Bruins: ‘Op deze vragen kan ik niet ingaan.’

Minister Beljaarts: ‘Ik snap de vraag, maar het is niet mijn beleidsterrein.’

Superieur is minister Klever, die de pers niets zegt maar wel iets laat weten. Ze draagt een jurk in precies het radicale rood van Ongehoord Nederland, haar eigen omroep die zo extremistisch is dat ze bijna uit het publieke bestel werd gegooid, maar nu trots een minister levert. Opzichtig toont ze een notitieblok met logo. Geen veeg teken, een overwinningsgebaar: wij hebben de macht. Wen er maar aan.

‘Ik zal mij op een nette manier gedragen’, zegt ze tenslotte. En onderweg naar de roltrap: ‘Maar ik neem nergens afstand van.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next