Home

Hun kinderen zijn uitgevallen op school en zitten al maanden, soms zelfs jaren thuis

Steeds meer kinderen gaan niet naar school en zitten lange tijd thuis. Hoe kan dit? Hebben ouders onrealistische verwachtingen, of zijn scholen niet in staat om passend onderwijs te verzorgen? ‘Mijn kind is leerbaar, maar niet schoolbaar.’

In groep 3 wilde Katja niet meer naar school. Als het ’s ochtends tijd was om te gaan, barricadeerde ze de deur van haar slaapkamer. ‘Ze veranderde van een zachtaardig, introvert meisje in een kind dat spullen door het huis ging gooien’, zegt Saskia Diederik, haar moeder.

In groep 6 – en een schoolwissel verder – viel Katja voor het eerst uit. ‘Ze zei dingen als: ‘Was ik nog maar een baby, dan hoefde ik niet naar school.’ Op gegeven moment zat ze alleen nog maar wiegend en neuriënd op haar bed. Ik verlangde zelfs terug naar die driftbuien, naar de tijd dat er nog leven in haar zat.’

Katja is inmiddels 14 jaar en behoort tot de zogeheten ‘thuiszitters’, kinderen die wel leerplichtig zijn, maar niet meer naar school gaan. Hun aantal groeit, wat haaks staat op de ambitie die de overheid zichzelf in 2014 stelde met de invoering van de Wet passend onderwijs. Voortaan, was de gedachte, zouden scholen aan ieder kind onderwijs moeten kunnen bieden, ongeacht zijn of haar ondersteuningsbehoefte.

In plaats daarvan zitten er momenteel zo’n 17.500 kinderen thuis, berekende het ministerie van Onderwijs vorige maand op basis van de jaarlijkse leerplichttelling. Dat is ruim een kwart meer dan het jaar daarvoor. Het gaat om leerplichtige leerlingen die langdurig (16 uur of meer per vier weken) ongeoorloofd afwezig waren. Hieronder vallen onder anderen nieuwkomerskinderen, voor wie nog geen plek is in een Internationale Schakelklas.

In werkelijkheid ligt het aantal thuiszitters volgens Ingrado, de brancheorganisatie voor leerplichtambtenaren, ‘minstens acht keer zo hoog’ – wat neerkomt op zo’n 150 duizend kinderen. Ingrado concludeerde dit vorige maand, gelijktijdig met de publicatie van de cijfers van het ministerie, op basis van interviews met leerplichtambtenaren in veertien gemeenten.

De reden voor dit aanzienlijke verschil, is dat kinderen die ‘geoorloofd’ thuis zitten – mét geldige reden dus – niet worden meegenomen in de cijfers van het ministerie. Ze staan nog wel ingeschreven op school, maar zijn ziek gemeld door hun ouders. ‘Het gaat om jongeren die met klachten thuis zitten, vaak langer dan drie maanden’, zegt Ingrado-directeur Corien van Starkenburg. ‘Of ze staan op een wachtlijst voor een plek in het speciaal onderwijs.’

Hoewel de onderliggende problematiek van deze jongeren sterk uiteenloopt, van autisme tot adhd, hoogbegaafdheid, prikkelgevoeligheid of sociale angst, geldt in de meeste gevallen dat reguliere scholen niet altijd kunnen voorzien in de extra ondersteuning die deze kinderen nodig hebben. Hierdoor vallen ze bij duizenden uit. Soms een paar weken, soms jaren. Het zijn de verborgen thuiszitters.

Onbegrepen

Om een beeld te krijgen van wie deze kinderen zijn, sprak de Volkskrant met drie ouders van thuiszitters. Ze zeggen er alles aan te hebben gedaan om hun kinderen op school te houden. Talloze gesprekken met leerkrachten, extra begeleiding, wisselen van school: niets hielp. Ze zagen hun kinderen steeds verder afglijden, tot een punt waarop ze dachten: het gaat zo niet langer.

De ouders besloten hun kind thuis te houden. Ze hebben hun werk deels of helemaal opgegeven, om voor hun kind te zorgen en een programma op te zetten ter vervanging van school. Uitjes zijn spaarzaam geworden, sommigen leiden een geïsoleerd leven en zijn veel tijd kwijt aan gesteggel met instanties. Ook geven ze aan dat ze zich vaak ongezien en onbegrepen voelen door hun omgeving.

‘Je wordt al snel weggezet als iemand die te hoge of onrealistische verwachtingen heeft van zijn kind’, zegt Stephanie Hibberd, moeder van twee kinderen die meermaals uitvielen op school. ‘Terwijl: het is geen keuze om een kind thuis te houden.’

Over de reden dat haar kinderen op school uitvielen, wil ze niets kwijt. ‘Door steeds de eigenschappen van de kinderen die uitvallen te benoemen, wordt de oorzaak indirect bij hen gelegd’, zegt ze. ‘Dat is de omgekeerde wereld.’

De oorzaak moet volgens Hibberd bij het onderwijs zelf worden gezocht. ‘Dat slaagt er nu niet in om alle kinderen binnenboord te houden, terwijl het een recht is van ieder kind om goed onderwijs te ontvangen.’

Voor Liza (17) was school in de klassieke vorm – in een klaslokaal – geen optie, zegt haar moeder Petra de Blok. Liza heeft McDD (Multi Complex Development Disorder), een vorm van autisme die gepaard gaat met angsten, wanen en schizofrenieklachten. ‘In groep 4 vertelde de leerkracht een keer over de Watersnoodramp. Daarna heeft ze weken in haar slaap gevochten tegen water. Zo werkt haar brein nou eenmaal.’

De Blok dacht dat ze beter af zou zijn in het speciaal onderwijs, maar de school dacht hier anders over en weigerde de benodigde toelaatbaarheidsverklaring af te geven. ‘We stonden met onze rug tegen de muur.’ Ze wisselden van school, maar Liza was zo overprikkeld dat niets meer binnenkwam. Uiteindelijk kwam ze met een psychose thuis te zitten. Dat was acht jaar geleden, en ze zit nog altijd thuis.

‘Mijn kind is wel leerbaar, maar niet schoolbaar’, zegt De Blok. ‘Ze heeft zichzelf bijvoorbeeld vloeiend Engels aangeleerd.’ Liza kan bovendien goed omgaan met computers. Een groot deel van haar leven speelt zich online af. Ze heeft vrienden van over de hele wereld. Afstandsonderwijs zou in beginsel een goede optie zijn geweest, denkt De Blok. ‘Alleen voorzag niemand daarin.’

Gezamenlijk belang

Hoe kan het dat er zo veel kinderen thuiszitten? De verhalen van de ouders die in dit artikel worden opgevoerd zijn lastig te verifiëren, omdat scholen hier om privacyredenen niet op kunnen ingaan.

Ruth Julen, adjunct-directeur van Baken Stad College, een middelbare school in Almere, die beroepsgericht onderwijs op vmbo- en havo-niveau aanbiedt, wil er wel in algemene zin over kwijt dat er nooit één oorzaak is. ‘Soms spelen er problemen thuis, zoals schulden of trauma’s. Of zijn de ouders de grip verloren, waardoor ze hun kind met geen mogelijkheid naar school krijgen. Die zitten zelf ook met hun handen in het haar.’

Een school kan het probleem in kaart brengen, het onderwijsprogramma aanpassen en jeugdhulp inschakelen, maar daarmee houden de mogelijkheden op. ‘We kunnen niet een kind uit zijn bed komen halen’, zegt Sanna Dijkhuizen, zorgcoördinator van Baken Stad College. De school heeft momenteel acht leerlingen die langdurig thuiszitten.

De meeste ouders werken goed mee, is de ervaring van Julen en Dijkhuizen. Ze hebben een gezamenlijk belang om een kind weer naar school te krijgen. Maar er zitten uitzonderingen tussen: ouders met wie het contact moeizaam verloopt, of die eisen stellen die voor een school met overvolle klassen en een lerarentekort niet te realiseren vallen. Als die eisen niet worden ingewilligd, wisselen ze van school. Dijkhuizen: ‘Maar het kind neemt zichzelf mee, dus met een andere omgeving is het probleem niet opeens opgelost.’

Ouders en scholen hebben vaak een andere lezing van de reden waarom een kind uitvalt op school, merken onderzoekers van het Kohnstamm Instituut op. Het onafhankelijke bureau, dat onderzoek doet naar onderwijsvraagstukken, concludeert in een recente studie naar thuiszitters dat de school vaak de gedragsproblematiek van een kind aanhaalt als reden, terwijl ouders van mening zijn dat de school te weinig heeft gedaan om passend onderwijs te bieden en hun zorgplicht na te leven.

Een andere interessante bevinding, is dat scholen hun verzuimregistratie niet altijd op orde hebben, waardoor te laat wordt gesignaleerd dat een kind al geruime tijd thuiszit. De meeste kinderen vallen uit in het voorgezet onderwijs, en dan met name op het vmbo, al speelt de problematiek doorgaans al langer. ‘Een verklaring is dat leerlingen ervaren dat het voortgezet onderwijs vaak minder ruimte biedt voor steun, positieve aandacht en maatwerk’, staat in het rapport.

Dwang en drang

De ouders die de Volkskrant voor dit verhaal sprak, vertellen dat het sterk per school verschilt hoe er wordt omgegaan met kinderen die meer ondersteuning nodig hebben. Een schoolleider of leerkracht die zijn nek uitsteekt, kan volgens hen een wezenlijk verschil maken. Zo gold voor Katja, de dochter van Saskia Diederik, dat ze goed presteerde onder een juf met wie ze een klik had en waar ze als 7-jarige bij in de klas terechtkwam, op een Montessorischool. Ze haalde redelijke resultaten en vond aansluiting bij klasgenoten.

Toen ze in groep 6 een nieuwe leerkracht kreeg, ging het bergafwaarts. Ze wilde niet meer naar kinderfeestjes. Zelfs haar eigen verjaardag wilde ze niet vieren. Haar schoolresultaten liepen in het rood. ‘De juf voelde haar niet goed aan’, zegt Diederik. Het dieptepunt was een gesprek op school, waarbij de juf aan Katja vroeg om zelf haar ouders te vertellen hoe slecht ze er voorstond. ‘Ik schiet weer vol als ik daaraan denk.’

Dat jaar kwam Katja, inmiddels 14 jaar, thuis te zitten. ‘Ze gaf aan dat ze het leven niet meer zag zitten.’ Katja belandde op een wachtlijst voor jeugdhulp, maar die bleek zo lang dat Diederik uiteindelijk zelf maar een orthopedagoog inschakelde. Die voerde een test uit: Katja bleek hoogbegaafd. Nog een aantal keer ging Katja terug naar school, maar steeds weer viel ze uit. De school verklaarde zich op gegeven moment ‘handelingsverlegen’: ze konden niets meer voor haar betekenen.

Ouders die hun kind thuishouden, krijgen te maken met leerplichtambtenaren. Die komen langs om poolshoogte te nemen en gaan samen met de ouders of verzorgers op zoek naar een oplossing. Soms wordt er een onderzoek ingesteld en in uitzonderlijke gevallen wordt een boete uitgeschreven of een melding gedaan bij Veilig Thuis.

Om deze vorm van dwang en drang te ontlopen, vragen steeds meer ouders een vrijstelling van de leerplicht aan. ‘Dat geeft tijdelijk rust in het gezin’, zegt Corien van Starkenburg van Ingrado. ‘Maar een half jaar of een jaar later komt een ouder erachter van: hè, niemand voelt zich meer verantwoordelijk voor mijn kind, want ik heb geen schoolinschrijving meer.’

In Nederland is thuisonderwijs, anders dan in landen als België, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, niet verankerd in de wet. Ouders die een vrijstelling hebben aangevraagd, zijn voor het thuisonderwijs volledig op zichzelf aangewezen. De kinderen hoeven geen examens af te leggen en er vindt ook geen toezicht vanuit de overheid plaats. ‘Ze verdwijnen echt uit beeld’, zegt Van Starkenburg. Dit leidt soms tot schrijnende voorbeelden, zoals een meisje van 16 dat nog altijd analfabeet is.

In de Tweede Kamer ligt momenteel een wetsvoorstel om thuisonderwijs alsnog op te nemen in de leerplichtwet, zodat de overheid hier voorwaarden aan kan verbinden.

Positief

De ouders van Katja hebben de hoop dat hun dochter terugkeert naar een reguliere school opgegeven. In plaats daarvan hebben ze hun focus verlegd naar het creëren van de best mogelijke thuisomgeving. Ze zijn hiervoor verhuisd van Dordrecht naar Vlagtwedde, in Noordoost-Groningen. Daar hebben ze een boerderij gekocht met een paardenbak en stallen aan huis.

‘Katja is een paardenmeisje’, zegt Saskia Diederik. ‘Ze komt het meest tot rust in de natuur. Nu kan ze vanuit ons huis zo met het paar het bosgebied inlopen.’ Twee weken per week loopt ze stage op een manege in de buurt. Ze heeft laatst staatsexamen Engels gedaan.

Diederik durft inmiddels met vertrouwen naar de toekomst te kijken. Misschien kan Katja via de zogeheten 21-plustoets alsnog een opleiding doen in het hoger onderwijs, oppert ze. ‘Maar er zijn ook genoeg mensen die zonder opleiding fantastische dingen doen. Ik ben ervan overtuigd dat als ze goed in haar vel zit, dat het dan wel goed komt met haar.’

Taai probleem
Het ministerie van Onderwijs noemt thuiszitters in een reactie ‘een taai probleem’. Volgens de woordvoerder wordt er hard aan gewerkt om de drempel om naar school te gaan zo laag mogelijk te houden, bijvoorbeeld door afstandsonderwijs te faciliteren of kinderen met een zorgindicatie ook ondersteuning op een reguliere school te bieden. Ook is er een wetsvoorstel ingediend dat tot doel heeft om het verzuim beter in beeld te krijgen, te voorkomen en terug te dringen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next