Eén woensdag, twee nieuwsberichten. Het eerste nieuwsbericht: ‘Grote bedrijven laten duurzame ambities varen.’ Het tweede: ‘Niet eerder werd er in Nederland zo weinig gegeven aan goede doelen als in 2022.’ En zoals bij alle nieuwsberichten, was ook hier sprake van een context. Vaak maakt die context nieuws beter te verteren, of op z’n minst: eenvoudiger te begrijpen.
Vaak, niet altijd. De Nieuwsuur-reportage over bedrijven als Shell en Unilever, die hebben aangekondigd dat ze het klimaat tijdelijk terzijde schuiven om de kortetermijnbelegger te plezieren, werd dinsdag ingeleid door berichten van overzee. In de Verenigde Staten is dit al langer aan de hand; daar is de onverenigbaarheid van kortetermijnwinst en enigszins prudent ondernemen inmiddels een twistpunt tussen Democraten en Republikeinen, onderdeel van wat een behoorlijk geschift en kwaadaardig conflict aan het worden is. En, mede met dank aan een motie van Thierry ‘rendement moet op plek 1, 2 en 3 staan’ Aartsen (VVD) – die om minder ‘activistisch’ beleggingsbeleid van pensioenfondsen verzocht – kunnen we er nu ook in Nederland van meegenieten.
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Je vraagt je af wat zich in het hoofd van Aartsen bevindt. Gokje: een eenvoudig te bedienen machine, een neoliberale Siri die wordt geactiveerd door woorden als ‘rendement’, ‘vrije markt’ en ‘ik’. Bij ‘duurzaam’ en ‘gemeenschap’ slaan de metertjes op tilt, en schakelt de machine over op een noodprogramma dat automatisch een lesje ‘economie voor dummies’ aanzwengelt: meer rendement is meer geld, en dus meer investeringen, en meer banen en meer welvaart. En dat steeds opnieuw, tot iemand hem uitzet. Ik bedoel: afzet. Ik bedoel, nou ja.
Het tweede bericht was afkomstig van het Centrum voor filantropische studies van de VU. Schitterende naam, je ziet direct een gigantische fabriekshal voor je, vol professoren die doorwrochte studies schrijven over filantropen en mecenaten. En dan, na jaren vorsen, is er weer een studie voltooid en kan het persbericht de wereld in. Ditmaal in de vorm van een emmer koud water voor die paar mensen die nog altijd hardnekkig in Hollandse ruimhartigheid geloofden: in 2022 gaf Nederlands slechts 0,62 procent van het bbp aan goede doelen. Nooit eerder waren we zo knieperig: vooral bedrijven lieten het afweten, en rijkere huishoudens bleven flink achter bij de armere. Kortom: zij die het kunnen missen, willen niks missen. Rijke mensen doen liever aan impact investing, schreef het centrum, vandaar. Of, om met een groot denker te spreken: ‘Rendement op 1, 2 en 3.’
Een zin die bleef hangen: ‘De geefbereidheid van de Nederlanders (…) neemt al sinds 2002 af.’ Voor mijn gevoel neemt er vrij veel af, in Nederland. Je zou je kunnen afvragen of er nog weleens wat toeneemt, op de vermogens van de rijksten, het aantal racistische halvegaren in het kabinet en de algehele neembereidheid na dan natuurlijk. Daarom riepen bericht drie, vier en vijf – dat de VVD zich uit alle macht probeert te distantiëren van een regering waar ze zelf in zitten – toch enige bevreemding op. Dit kabinet is toch de uiterste consequentie van een jarenlange, partijbrede obsessie met het ik. Sterker nog: het is de grandioze overwinning van ‘ik’, dat ‘wij’ op alle fronten heeft verpletterd. Gefeliciteerd ik, wij geven ons gewonnen. ‘Wij’ wordt voortaan alleen nog gebezigd wanneer Oranje speelt, bij wijze van koninklijk meervoud of als verkapt ‘ik’. De Ik Jan Cremer van najaar 2024 zal Wij, Nederlander heten. En het zal een onverbiddelijke bestseller zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant