Home

Van koddige rode katers tot vileine perzen: films worden hoe dan ook beter met een kat in de cast

Met zijn bioscoopdebuut sluit Dikkie Dik zich aan bij de talloze filmkatten die al eerder op het witte doek verschenen. Oppassen geblazen voor de kater, want uit ‘schokkende cijfers’ blijkt dat collegakatten vaak als (schootaccessoire van) de slechterik getypecast worden.

Dat katten ‘eindelijk’ hun Hollywoodmoment beleven, berichtte het tijdschrift The Hollywood Reporter onlangs. Van de zo betekenisvol naar Ripleys misdaden starende kat in de nieuwe miniserie naar Patricia Highsmiths misdaadklassieker (Ripley, Netflix) tot de eerder dit jaar in de bioscoop uitgebrachte spionagethriller Argylle, waarin een detectiveschrijver rondsjokt met een kat in haar van kijkluikje voorziene rugzak.

Veel werd ook verwacht van A Quiet Place: Day One, de prequel van de succesvolle horrorreeks waarin een post-apocalyptische wereld wordt geteisterd door scherp horende en vraatzuchtige buitenaardse wezens. In de trailer van de film, die vanaf volgende week te zien is, vergezellen een vrouw (actrice Lupita Nyong’o) en een allerliefst katje elkaar tijdens de eerste dagen van de verwoestende buitenaardse plaag.

Schnitzel, zoals het volgens Amerikaanse kattentrainers zeer begaafde diertje in het echt heet, figureert inmiddels ook al op TikTok en andere sociale media. De enorme populariteit van online kattenfilmpjes voedt de belangstelling van filmstudio’s voor de kat als (bij)personage, zo constateerde het Amerikaanse filmblad. Wat ook helpt: de computereffecten waarmee allerlei mini-aanpassingen kunnen worden gedaan in de expressie en beweging van de ‘acterende’ dieren zijn tegenwoordig zo verfijnd, dat ze geen afbreuk meer doen aan de door de kijker beleefde ‘echtheid’.

Toch moet de Nederlandse kattentrainer Sabine van der Helm niks weten van zulke computereffecten. ‘Ik háát het als mondjes en ogen zo onnatuurlijk bewegen’, zegt de eigenaar van het Nederlandse castingbureau Catvertise, dat dieren levert voor films, series, reclames en toneelvoorstellingen. ‘Je ziet het toch. Ik tenminste wel hoor. Een glimlachende kat, dat klopt niet. Dat is gewoon geen kat. Ken je die Disney-film De ongelooflijke reis?’

In de met échte dieren opgenomen Disney-klassieker uit 1993 leggen een kat, een puppy en een oudere golden retriever een enorme reis af, op zoek naar hun baasjes. ‘Kijk, ik ben heus niet ouderwets, maar dáár kan ik echt van genieten.’

Over de auteur
Bor Beekman is filmredacteur van de Volkskrant.

Haar beroemdste medewerker is Abatutu, de cypers-bruine ster uit de dierenfilm De wilde stad (2018), die ook figureerde in de dansvoorstelling Don Quichote (2013) en die later dit jaar weer te zien zal zijn in de nieuwste van de De Grote Sinterklaasfilm-reeks. Abatutu wordt inmiddels al wat ouder. ‘Ik geloof zo’n 13, 14 jaar. Ik lieg er altijd een beetje over: hij is nog heel fit.’

De vraag naar haar katten is ‘constant’, zegt Van der Helm. ‘Ook vanuit het buitenland weten ze ons te vinden.’ Abatutu’s zusje Chui (‘3 kilo lichter’) is inmiddels ook een veelgevraagd talent: zij stond deze week nog op set van een nieuwe Nederlandse speelfilm.

Virale kattenfilmpjes

Soms verbaast de kattentrainer zich wel over de enorme explosie aan kattenfilmpjes. Ze deed er zelf aan mee: een door Van der Helm op Instagram geplaatst filmpje waarin Abatutu zich op koddige wijze over wat dichtklappende theaterstoelen manoeuvreert ging viraal. ‘25 miljoen keer gezien!’ Maar dat zit haar toch ook een beetje dwars: ‘Die kat heeft álles gedaan. Stond op het toneel, zat in films… En dan gaat een filmpje waarin-ie van een stoel afdondert de hele wereld rond? Krankzinnig.’

Dat films beter worden met de toevoeging van een kat, wist ook Francis Ford Coppola. Pal voor de opname van de openingsscène van The Godfather (1972) overhandigde hij een katje aan Marlon Brando. Een impulsieve daad, verklaarde de regisseur later: het wit-grijze dier zwierf gewoon wat door de studio en kwam niet voor in het scenario. Brando was een kattenliefhebber: het dier geniet zichtbaar van zijn gestreel, terwijl de acteur (in de rol van Don Corleone) de klaagzang aanhoort van begrafenisondernemer Bonasera. Die vraagt om ‘wraak’ voor zijn door Amerikaanse onverlaten verkrachte dochter, maar betuigt (eerst nog) onvoldoende respect voor de maffiabaas.

De scène prijkt al decennialang hoog in de lijstjes van de allermooiste ‘kattenmomenten’ uit de filmgeschiedenis, of zulke overzichten nu samengesteld zijn door hobbyisten of door het gerenommeerde British Film Institute. Het katje voorziet de statige Godfather-dramatiek van een speels contrast, zijn omgang met het dier suggereert ook iets zachts onder Corleone’s maffiaharnas en richt de blik van de kijker al vroeg in de scène op de aaiende hand van de godfather; de hand die dient te worden gekust door de menselijke ondergeschikten van dit baasje.

Kat als slechterik

Het is ook een oerbeeld: het ‘kwaad’ met een kat op schoot. Met als meest bekende variant James Bonds aartsvijand Blofeld, wiens hand (met inktvisring) nooit ver verwijderd is van de witte vacht van een pers of Turkse angora. De traditie voert al minstens terug tot Richelieu, de in films vaak als sinister vertolkte kardinaal (The Three Musketeers, 1948), die afgaand op vroege prenten graag een van zijn veertien katten op schoot trok.

Minstens 60 procent van de filmkatten kwalificeerde zich als ‘slechterik’, zo bleek uit de vorig jaar gepresenteerde ‘schokkende’ cijfers van het Engelse adviesbureau Evoluted. Daar had men onderzoek gedaan naar het negatieve imago van katten in films en series. Binnen de animatietak bleek de situatie nog nijpender, met een gehalte van 84 procent aan ‘negatieve verbeeldingen’. De kat, zo meenden de onderzoekers, stond er slecht op.

Een over de uitkomst geraadpleegde Londense dierenarts zocht een mogelijke verklaring in de gewoonte van katten om niet te strooien met emotie of onmiddellijke waardering. De door ons vaak (en onterecht) als mysterieus veronderstelde aard van het dier maakte het makkelijker en verleidelijker om duistere emoties op de kat te projecteren. Makkelijker dan bij honden, althans.

Cijfers liegen niet. Of soms toch wel een beetje. Want hoe slecht of negatief verbeeld was zo’n kat in de schoot van het kwaad nou werkelijk? Kon je niet evenzeer betogen dat die kat het pluizige plukje yin was, in de duistere yang? En verkondigde de schunnige jarenzeventiganimatie Fritz the Cat nou werkelijk een anti-kattenboodschap, zoals de Engelse onderzoekers concludeerden? Waren er mensen die dát dachten, als ze Robert Crumbs kater Fritz in de badkuip in de weer zagen met drie rondborstige poezen? En ja, de ‘slechterik’ uit Stephen Kings Pet Sematary (1989) was een loeder. Maar dan had je dat arme door een truck overreden dier – roepnaam Church – misschien ook niet uit de dood moeten opwekken.

Typecasting

Het onderzoek wees ook op een andere, onmiskenbare tendens: de typecasting naar soort en vachtkleur. Kwade katten zijn in films vaak zwart of grijs. En perzen en siamese katten kun je maar beter helemaal niet vertrouwen. Daarnaast constateerde men een oververtegenwoordiging van roodharige katten, maar dan enkel binnen het ‘goede’ spectrum. Van ruimte-scheepskat Jonesy uit Alien (1979) tot de gehavende Buttercup uit The Hunger Games Catching Fire (2013) of die ontsnapte kater Ulysses uit Inside Llewyn Davis (2013) van de gebroeders Coen: het kwaad hult zich maar zelden in een rode vacht.

Ook binnen de animatie staat rood, oranje of rossig voor goeiig, met de luie doch sympathieke Garfield als voornaamste representant; de in de jaren zeventig als krantenstrip begonnen kat vult momenteel wereldwijd de filmzalen met The Garfield Movie.

En krijgt daar vanaf deze week gezelschap (of concurrentie) van Dikkie Dik en de verdwenen knuffel, het eerste lange animatieavontuur (62 minuten) van de ooit in Sesamstraat begonnen televisie- en boekenreeks van schrijver en tekenaar Jet Boeke. Dikkie Dik, mogelijk ‘s wereld meest zachtmoedige kattenpersonage, stond (nog) niet op de internationale radar, maar zijn film krijgt wel een Engelstalige release als Tummy Tom and the Lost Teddy Bear.

‘Ik heb er acht’, zegt kattentrainer Van der Helm. ‘Acht supergetrainde rode katten. Siagi, Maziwa, Chanjo... die kan ook skateboarden. Weet je wat het is? Rode katten zijn echte huiskatten. Dikkie Dik, Heinz, de rode kater uit Jan, Jans en de kinderen – die hebben iets gezelligs. Maar ik hou van alle katten, hoor.’

Ze worden vooral gevraagd voor commercials, die rode katten. Maar mocht er ooit een liveaction Dikkie Dik-film worden gemaakt, met echte katten in plaats van getekende, kan men altijd bij Catvertise terecht. ‘Maziwa, dat is gewoon een Dikkie Dik-dubbelganger. Net zo relaxed ook. Die kan dat prima doen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next