De uitslag van de Europese verkiezingen bereikte mij in het Fextal, Zwitserland, waar Nietzsche had gewandeld. In Sils-Maria, waar Nietzsche heeft gewoond, zou een conferentie over schrijver Hermann Hesse plaatsvinden, een sympathieke manier om toeristen te trekken.
De Filosofenweg die van Muottas Muragl naar Pontresina leidt was echter gesloten wegens sneeuwval en met een peuter moet je geen overbodige risico’s nemen.
Het electoraat dacht anders over risico’s, misschien omdat het peuterloos is, het stelde weer eens teleur. Nog angstaanjagender zou het zijn als het niet zou teleurstellen.
Na Nietzsche en het Fextal is het duidelijk: het willen uitbannen van alle gevaarlijke ideeën is onnozel. Hooguit kun je onderscheid maken tussen gevaarlijke ideeën die serieus genomen moeten worden en ideeën die dat niet verdienen. De gedachte dat er een asielcrisis is, is ongetwijfeld een gevaarlijk idee, maar moet het serieus worden genomen? Ten onder gaan onder je eigen voorwaarden is te verkiezen boven assimilatie aan onwaardige tegenstanders.
Om met de funiculaire naar beneden te gaan bleek uiteindelijk beneden onze waardigheid, eveneens een gevaarlijk idee, want ik viel met de peuter op mijn rug. Niemand stierf. Zelfs het been brak niet, ik heb dan ook geleerd om te vallen, toen ik nog op gevechtstraining zat.
Toen ik eens wilde leren surfen zei de trainer: ‘Je klimt op de surfplank als een dinosaurus.’ Vallen ligt me meer.
In het dal werd de sneeuw regen. Pontresina, een verlaten bergdorp.
De lieve zoon was drijfnat en gebeten door een beest. ‘Kan de teek tegen sneeuw?’, vroeg ik.
In de trein naar St. Moritz namen twee Duitse kiezers de wereld door. Alles Scheiβe.
Ze waren tegelijkertijd opgelucht. Ook zij hadden niets anders verwacht.
Daarna haalde een van de kiezers een pijp tevoorschijn, hij stak hem alleen nog niet aan.
De wellust zit in details.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns