Home

De nieuwe topman van ASML, dat maar blijft groeien: ‘Het grootste risico voor ons is ons eigen succes’

De Fransman Christophe Fouquet is de nieuwe ceo van ASML, het grootste techbedrijf van Europa. Kan Nederland, en Veldhoven in het bijzonder, de immer uitdijende bouwer van chipmachines nog wel huisvesten? ‘We willen geen last zijn, maar toch groeien.’

Christophe Fouquet (51) weet nog precies wanneer hij voor het eerst een apparaat van ASML onder ogen kreeg. Het was 2007 en de Fransman, op dat moment directeur marketing bij een Amerikaanse chipmachinefabrikant, bezocht een klant in Albany, in de staat New York.

Tijdens een rondleiding trok ‘een erg vreemde en enorm grote machine’ zijn aandacht. ‘Het leek wel een nucleaire reactor of iets dergelijks. Zoiets had ik nog nooit gezien. Dat is de eerste euv-machine, vertelde mijn gids. Een dag later heb ik mijn cv naar ASML gemaild.’

Over de auteur
Niels Waarlo is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over duurzaamheid en de circulaire economie. Peter de Graaf is regioverslaggever van de Volkskrant in Zuid-Nederland.

Euv staat voor extreem ultraviolet licht, waarmee deze machines de meest fijnmazige en daarmee snelste computerchips op de markt kunnen produceren. De ontwikkeling van het apparaat was een technologisch waagstuk waar talloze knappe koppen hun tanden op stukbeten. Als enige zette het bedrijf uit Veldhoven door. ‘Dat een bedrijf überhaupt de moed heeft zo’n baanbrekende machine te ontwikkelen en te bouwen, dat trok me’, zegt Fouquet in zijn werkkamer op de 20ste verdieping van het zwartgrijze ASML-hoofdkantoor in het Brabantse Veldhoven.

De rest is geschiedenis. Bij wijze van sollicitatiegesprek ontbeet hij tijdens een techconferentie in Californië met topman Martin van den Brink, het brein achter de technologische koers van ASML. Hij sprak nauwelijks over technologie, aldus Fouquet, maar vooral over ‘loyaliteit en familie’.

‘Martin is ook een echte familieman. Ik heb de afgelopen vijftien jaar veel met hem gereisd en altijd als we samen waren, spraken we over familie.’ Zo leer je elkaar werkelijk kennen en bouw je een diepe band op, zegt hij. Hoe heftig de discussies in de bedrijfstop bij ASML soms ook zijn, tot op het ruzieachtige af, de bestuurders blijven elkaar hondstrouw.

In de zestien jaar die de Fransman bij ASML werkt, is de omzet meer dan vertienvoudigd, tot bijna 28 miljard euro. De campus bestaat grotendeels uit een uitdijend labyrint van cleanrooms. In deze stofvrije ruimtes worden metershoge chipmachines in elkaar gezet door medewerkers in witte en blauwe pakken die alles bedekken, op de ogen na. Eén huidschilfertje op de verkeerde plek kan de apparaten al verstoren.

Fouquet verdwaalt nog weleens op zijn eigen campus, zo snel gaan de veranderingen. ‘Soms herinner ik me de weg zoals hij twee jaar geleden was. Of er zijn werkzaamheden waardoor er opeens een hele verdieping geblokkeerd is. Ik zie er de lol wel van in: je merkt dat we groeien.’

Op die groei lijkt geen rem te zitten. De wereld hongert almaar naar meer computerchips, mede door de opkomst van kunstmatige intelligentie. Geavanceerde chips zijn hiervoor onmisbaar, en daarmee de euv-machines van ASML. De komende jaren verwacht het bedrijf de omzet nog eens te verdubbelen.

Daarvoor moet het fors uitbreiden, maar het jasje begint te knellen in Veldhoven. Bovendien is ASML, als onmisbare schakel in de chipproductie, ongewild een speelbal geworden in de geopolitieke twist tussen de Verenigde Staten en China.

Fouquet, geboren in de Franse Provence en in Grenoble afgestudeerd als natuurkundige, kreeg bij ASML onder meer de leiding over de verdere ontwikkeling van de euv-machines. In 2018 belandde hij in de raad van bestuur, waar hij door technisch directeur Van den Brink en algemeen topman Peter Wennink werd klaargestoomd om de leiding over te nemen. Ze zochten iemand die het bedrijf al door en door kende, met verstand van de complexe technologie. Na jaren met een duo-presidentschap heeft ASML sinds afgelopen april weer één leider. Fouquet – rijzige gestalte, vriendelijke uitstraling – wordt alom gezien als een insider die voort wil op de weg die zijn voorgangers hebben uitgestippeld.

Soms staat Fouquet al om 5 uur ’s ochtends op. Niet om aan het werk te gaan, maar om zijn jongste dochter te verschonen – ze is zeven maanden oud. ‘Werk is belangrijk, maar mijn gezinsleven is minstens zo belangrijk’, meent Fouquet. Hij heeft een Nederlandse vrouw en zes kinderen, deels uit een eerder huwelijk, en woont in Waalre, op fietsafstand van zijn werk.

In het weekend komen zijn uithuizige kinderen vaak langs – de oudste is 25 en studeert aan een technische universiteit. ‘Ik breng veel tijd door met de kinderen, het liefst buiten. We voetballen, spelen tennis. Ik zou dan ook willen dat de zon hier wat meer schijnt’, zegt Fouquet glimlachend. Als hij een praatje maakt met buurtgenoten bij de bakker of de slager, voelt hij zich ‘echt een Nederlander’. Toch spreekt hij gebrekkig Nederlands. ‘Bij ASML is de voertaal Engels’, verontschuldigt hij zich.

Zijn bedrijf heeft een grote invloed op de regio waar hij woont en die is niet louter positief. Sinds Fouquet arriveerde, is het aantal medewerkers in Veldhoven meer dan verdubbeld, tot ruim twintigduizend. Files en woningschaarste zijn het gevolg. Om de productie van chipmachines op te voeren zijn steeds nieuwe fabrieken nodig, waardoor de campus langs de snelweg A67 een permanente bouwput is. Deze groei, plus die van honderden toeleveranciers in de buurt, zet naar verwachting nog jaren door.

Is ASML niet te groot geworden voor deze regio?

‘Het is onze wens om hier te groeien. Hier zitten onze toeleveranciers. Maar als je groeit en de infrastructuur eromheen groeit niet snel genoeg, dan ontstaan er irritaties. Dat gebeurt al, daar zijn we ons van bewust. Zelfs onze eigen medewerkers raken soms geïrriteerd. Een van hun belangrijkste klachten is hoe lang het duurt om hier te parkeren.

‘We willen niet tot last zijn, maar toch groeien. Dus hoe lossen we dat op? Daarvoor voeren we overleg met de lokale autoriteiten, maar ook met de Rijksoverheid. Daaruit is Project Beethoven voortgekomen.’

Project Beethoven, een initiatief van het demissionaire kabinet, heeft ertoe geleid dat de Nederlandse overheid (deels met het bedrijfsleven, waaronder ASML) ruim 2,5 miljard euro in de regio Eindhoven wil steken. Het geld is onder meer bedoeld voor de bouw van wegen en huizen, en voor investeringen in technisch onderwijs.

In reactie op die financiële steun maakte ASML bekend in Eindhoven te willen uitbreiden – in plaats van het buitenland, waar Peter Wennink op had gezinspeeld. Er komt een nieuwe campus ten noorden van Eindhoven Airport, zodat er nog eens tienduizenden nieuwe werknemers aan het werk kunnen. ASML tekende daarover een intentieverklaring, vorige week stemde de Eindhovense gemeenteraad in met het plan.

Hoe belangrijk was Project Beethoven voor het besluit hier uit te breiden?

‘Extreem belangrijk, omdat dit een zeer duidelijk signaal is dat de overheid haar bijdrage wil leveren om te voorkomen dat wij een last worden. Bovendien betekenen de investeringen in scholen en universiteiten dat er meer talent ontwikkeld zal worden. Beethoven is één stap, maar zolang we groeien, blijft dat gesprek nodig.’

Fouquets voorganger Peter Wennink uitte de afgelopen maanden scherpe kritiek op de Nederlandse politiek, omdat hij een gebrek aan interesse in de tech-industrie bespeurde. Overal rollen landen de rode loper uit voor ASML, maar Nederlandse Kamerleden kwamen niet eens opdagen bij een conferentie over de toekomst van de hightechsector, klaagde hij.

Wennink noemde de Nederlanders onlangs zelfs ‘fat, dumb and happy’ (dik, dom en blij). Bent u het daarmee eens?

‘Nee, kunt u zich voorstellen dat een Fransman dat tegen Nederlanders zou zeggen? Ik denk dat Peter een punt probeerde te maken en daarvoor een provocatieve weg koos, om een reactie uit te lokken. Hij voelde duidelijk wat frustratie.’

Deelt u die frustratie?

‘Wij vinden dat niet alleen Nederland, maar heel Europa beter moet worden in het aantrekken van bedrijvigheid. Als hightechbedrijf leveren we niet alleen nieuwe banen op, we investeren ook zelf in onderwijs. Je zou kunnen zeggen dat een hightechbedrijf de samenleving als geheel optilt.

‘De overheid kan sommige dingen vereenvoudigen. In Taiwan duurt het een jaar om een chipfabriek te bouwen, in Europa wel drie of vier jaar. We moeten mensen vanuit de rest van de wereld kunnen aantrekken en opleiden. Als we Europa niet aantrekkelijker maken voor bedrijven, bestaat het risico dat we achter gaan lopen bij de VS en China. Peter gebruikte heel stevige woorden voor die boodschap, ik zal andere woorden gebruiken.’

De grootste chipmachinefabrikant ter wereld en de Nederlandse overheid moeten nauw samenwerken, wil Fouquet maar zeggen. Nog geen week nadat hij tot de nieuwe ceo van ASML was verkozen, zat de Fransman al met demissionair premier Mark Rutte om tafel, vertelt hij.

Is het wel verantwoord als één bedrijf het monopolie heeft over zo’n belangrijke schakel in de wereldwijde chipproductie?

‘God weet dat we ons bewust zijn van de verantwoordelijkheid die daarbij komt kijken. Onze klanten moeten erop kunnen vertrouwen dat we de machines zullen leveren. Daarom zijn we ook zo aan het bouwen. En ze moeten er zeker van zijn dat we onze marktpositie niet zullen misbruiken door te veel geld te vragen.’

Wat maakt het uit als ze jullie niet vertrouwen, aangezien jullie de enigen zijn die deze machines kunnen leveren?

‘Ze kunnen op dit moment niet zonder onze euv-machines, maar beslissen wel of ze er meer of minder van kopen. Het grootste risico voor ons is ons eigen succes. We moeten waken voor zelfgenoegzaamheid.’

ASML’s succes brengt ook andere kopzorgen met zich mee. Ineens worden de techneuten in Veldhoven geconfronteerd met de geopolitieke verhoudingen in de wereld. De Verenigde Staten vrezen dat China met name de euv-machines van ASML kan gebruiken om zijn technologische achterstand op het Westen dicht te lopen. Bovendien zouden de Chinezen er chips voor geavanceerde wapens mee kunnen maken.

De Amerikaanse regering voerde druk uit op de Nederlandse regering, die de afgelopen jaren steeds strengere exportregels heeft ingevoerd. Inmiddels geldt er niet alleen meer een exportverbod op euv-machines, maar ook op enkele minder geavanceerde apparaten. Komen er Chinezen op bezoek, dan mag ASML ze niet eens meer rondleiden in de ruimtes waar deze machines worden gebouwd.

Wat vindt u van de exportverboden aan China?

‘In het geval van de euv-machines was de nationale veiligheid het argument. Daar hebben we ons bij neergelegd. Zodra er andere argumenten dan nationale veiligheid gaan meespelen, vind ik het moeilijker te begrijpen.’

Ondanks de beperkingen was China vorig jaar de grootste afnemer van ASML. Fouquet verzet zich dan ook tegen exportverboden voor minder geavanceerde machines om China economisch te raken. ‘Dat zijn de chips die in je oven of vriezer zitten, of in de kleine sensortjes in je auto. Niet erg hightech, maar er zijn gigantische hoeveelheden nodig. Het zijn de chips waaraan tekorten ontstonden tijdens de coronacrisis, waardoor de autoproductie enorme achterstanden opliep.’

Vindt u dat Nederland te makkelijk is gebogen voor de Amerikaanse druk om exportbeperkingen op te leggen?

‘Amerika en China zijn veel groter dan Nederland. De Europese Unie zou meer tegenwicht kunnen bieden. Exportcontroles zijn natuurlijk een bevoegdheid van afzonderlijke lidstaten, maar wij vinden wel dat er op dit soort onderwerpen meer Europese coördinatie nodig is.’

Nieuwe exportverboden op chipmachines kunnen volgens Fouquet als een boemerang terugkomen. Het Westen heeft de ambitie om meer van dit soort chips zelf te produceren, maar voorlopig heeft het China gewoon nodig om aan de vraag te voldoen, zegt hij. ‘Zolang Europa en de VS niet veel meer investeren in het vergroten van hun eigen capaciteit, hebben we geen keuze.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next