Uw vragenuurrecensent leest ook weleens een boek. Zo is ze nu aan het lezen in Huizen van anderen, een prachtig boek van Lore Segal, die beschrijft hoe zij als 10-jarig Joods meisje uit Wenen via een kindertransport in Engeland terechtkwam. Het boek begint in de aanloop naar de oorlog en de Holocaust, en Segal beschrijft een gesprekje in 1937 tussen haar vader en haar oom.
Segals oom zegt dat Hitler Oostenrijk binnenkort in z’n zak kan steken en dat de universiteit vergeven is van de nazi’s. Haar vader antwoordt sussend: ‘Je hebt het over een handvol gekken.’ Kortom: niemand wist wat ze te gebeuren stond, en dat gevoel bekruipt uw vragenuurrecensent ook steeds vaker in Nederland en in de Tweede Kamer.
Aaf Brandt Corstius doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.
Af en toe lijkt de duistere sluier die in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog over Europa lag ook over de Kamer te liggen, zeker in een week waarin voorzitter Martin Bosma (PVV) per se naar een slavernijherdenking wil waar hij niet gewenst is, onder andere omdat hij al jaren fel tegen slavernijherdenkingen ageert. En ook zeker in de week waarin beoogd minister van Asiel en Migratie Marjolein Faber (PVV) in een van de interpunctiefouten rammelend X-bericht beloofde dat ze teksten over, bijvoorbeeld, ‘omvolking’ niet meer zou uiten als ze bewindspersoon werd.
Niet uiten. Wel denken.
Faber loopt tegen het eind van het vragenuur de Kamer binnen, en waar de persfotografen eerder nooit belangstelling voor haar toonden, ze was gewoon een van de vele PVV-Kamerleden, stapt er nu meteen een op haar af om een portret van haar te maken. De PVV-collega die naast haar zit schuift op, zodat Faber alleen in beeld is. Een ander steekt grappend zijn wijs- en middelvinger omhoog, vast vooruitblikkend op haar beëdiging. Jolige sfeer tussen Faber, de PVV’ers en de fotograaf. Het portret is vast gemaakt. Faber lijkt nieuw haar te hebben: het zat altijd in een knotje, maar het is nu los, met krullen, en blijkt halflang te zijn.
Dilan Yesilgöz (VVD) moet op haar 47ste verjaardag antwoord geven op vragen over het feit dat driekwart van de politieagenten wordt bedreigd door criminelen. En dat politiemensen daar bijna nooit aangifte van doen.
Yesilgöz doet bijna een John de Molletje: nadat ze herhaaldelijk heeft gezegd hoe belangrijk politiemensen zijn, zegt ze tussen neus en lippen door dat ze hun klachten heus wel ergens kunnen melden: ‘De loketten zijn er.’
Ai. De loketten. De loketten die er altijd en overal zijn, waardoor slachtoffers van welk misdrijf dan ook worden opgeroepen om zich daar dan zelf maar eventjes te melden. Yesilgöz corrigeert haar eigen uitspraak snel: ‘Maar dan moet iemand zich nog steeds veilig genoeg voelen om erover te praten.’ Hebben we allemaal toch iets opgestoken van die ene aflevering van Boos.
Dit vragenuur blijkt ook te fungeren als een Oscarmomentje voor de bewindslieden die vandaag vragen krijgen: Yesilgöz, minister Franc Weerwind (D66) en minister Carola Schouten (CU). Ze voelen aan dat dit misschien de laatste keer zal zijn dat ze achter dit spreekgestoelte staan, en grijpen de kans om een bedankje uit te spreken. Schouten benut haar ‘laatste momenten’ om alle mensen te bedanken die hebben meegeholpen met de bestrijding van armoede.
Yesilgöz zegt dat ze het een ‘privilege’ vond om hier al deze jaren te staan. ‘Ik had meer warme woorden richting de politie willen zeggen, maar ik denk dat ik dan emotioneel word’, zegt ze ter afsluiting. Ze spreekt de hoop uit dat ze binnen nu en tien dagen nog één keer wordt opgeroepen om vragen te beantwoorden. ‘Misschien geeft de voorzitter me nog een cadeau’, zegt ze, waarin het cadeau dus is: ondervraagd worden in een vragenuurtje.
Ik had altijd het idee dat Yesilgöz, een van de meest bevraagde bewindslieden, het helemaal niet zo prettig vond, dat hele vragenuur. Dat lijkt toch anders te liggen. Weer wat geleerd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant