Home

De Renault Scénic E-tech is qua ruimte een topper en je komt ermee tot Parijs. Of in elk geval tot Lille

Rijden in de Scénic is verder niets bijzonders: stil en met handige (mooie schermen!) en minder handige snufjes. De slimme achteruitkijkspiegel is toch eigenlijk vooral dom.

De Renault Scénic was ooit, eind jaren negentig, een revolutionaire verschijning vanwege zijn talrijke Fijne Franse Familievondsten, zoals uitneembare en opvouwbare achterstoelen. En vanwege het overvloedige aantal vakjes, laatjes en kastjes voor zooi die gezinnen plegen mee te nemen.

Al die handigheden van deze ruimtewagen zijn een kwarteeuw later uit de mode, niet in de laatste plaats doordat de oorspronkelijke Scénic vanwege zijn scharrelei-uiterlijk tamelijk laag scoorde op de schaal van begeerte. Eigenaren bleken in de praktijk ook maar weinig aandrang te hebben de stoelen eruit te nemen, hoe eenvoudig Renault deze handeling ook had gemaakt.

Dat zagen de ontwerpers ook, waardoor de Scénic door de generaties heen steeds meer een gewone auto werd. De nieuwste variant draagt eigenlijk alleen nog maar de naam van zijn verre voorganger; verdwenen zijn al die typisch Franse gebbetjes.

De Volkskrantrubriek Blik test auto’s en fietsen, signaleert opvallende randzaken en doet daarvan elke twee weken verslag.

Het midden van de weg

Ergens is dit betreurenswaardig, aan de andere kant moet Renault, dat het als relatief kleine autofabrikant toch al niet makkelijk heeft tussen al het fusiegeweld, gewoon auto’s bouwen die goed verkopen. Dit betekent kennelijk dat het concern ook qua vormgeving het midden van de weg opzoekt, daar waar iedereen tevreden is.

Bovendien mag het allemaal niet te veel kosten en zoeken consumenten vooral naar waar voor hun geld. In het elektrische tijdperk betekent dit: zoveel mogelijk actieradius per euro. Ruimte is bij elektrische auto’s vaak al overvloedig aanwezig, omdat dit type aandrijving minder plek vereist dan een fossiele variant.

Al is dit laatste niet helemaal waar. Want over de elektrische Megane, waarop de Scénic E-Tech is gebaseerd, wordt juist geklaagd dat die te weinig ruimte achterin heeft en een te kleine accu. Beide klachten verhelpt de nieuwkomer glorieus, want zowel achterin als in de kofferbak is veel ruimte en met deze e-auto kom je (met de grote, duurdere accu) van Zwolle tot Parijs zonder bijladen.

Niet slecht voor een suv-achtige. (Bijsluiter: die afstand geldt alleen in de zomer, wanneer de accu het best presteert en als er niet sneller wordt gereden dan 110 en de auto niet afgeladen is, kortom, reken veiligheidshalve op Lille).

Snel aan de straat

En mocht je moeten bijladen, dit gaat aan de snellader in de praktijk met ongeveer 100 kilowatt per uur, wat keurig is, maar niet uitzonderlijk rap. Wel bijzonder is dat je op straat, bij laadpalen die dit ondersteunen, tot 22 kilowatt kunt laden, twee keer zo snel als bijna alle andere elektrische auto’s. Dit betekent dat je na een uurtje straatladen weer 100 kilometer verder komt. Omdat traagladen veel vaker gebeurt, is de hogere snelheid aan de straat voor veel automobilisten belangrijker dan de kilowattrace bij Fastned.

Er is meer goeds: een zuinige warmtepomp is standaard (wat het bereik in de winter beter overeind houdt), het dashboard heeft mooie schermen die snel reageren en werken op Android, waardoor gesproken opdrachten nu wel worden begrepen, en ook het navigeren vloeiend verloopt.

Toch nóg een fijne vondst: rijhulpsystemen kunnen naar smaak worden ingesteld en bewaard onder een ‘echte’ knop: druk erop en de fabrieksinstellingen (die wettelijk verplicht bij elke nieuwe rit worden ingeschakeld) springen in één keer naar de persoonlijke voorkeuren.

Zwenkende middenarmsteun

Nog een aardigheidje: in de iets duurdere modellen zit achterin een middenarmsteun met zwenkarmen waarin je een tablet of mobieltje kunt steken, inclusief twee usb-laadpunten. Een nuttige en goedkope oplossing, al worden we zelf blijer van het beeldscherm dat bij de Tesla Model 3 standaard verwerkt zit in de middenconsole, waarop achterbankpassagiers Netflix of HBO kunnen kijken.

Rijden in de elektrische Scénic is niks bijzonders. Hij is stil als in alle e-auto’s, er is ruim voldoende vermogen en er zitten veel rijhulpsystemen op, die aardig, maar verre van vlekkeloos werken. Het comfort is minder Frans dan we hadden gehoopt en ook trekt de motor soms aan het stuur, omdat de Scénic voorwielaandrijving heeft (de meeste e-auto’s hebben achter- of vierwielaandrijving, wat zeker met veel vermogen prettiger stuurt).

Geen spiegel maar een scherm

De testauto die Blik te leen kreeg, had een ‘slimme’ achteruitkijkspiegel, die bestaat uit een beeldschermpje. Voordeel: je kijkt via de achteruikijkcamera naar buiten, waardoor je beter zicht hebt en nauwelijks een dode hoek. Dat is prettig, want de achterruit is piepklein. Maar in de praktijk is het vooral hinderlijk, zo’n beeldscherm, dat minder natuurlijk oogt en waarbij het zicht tijdens regen juist slechter is als er een druppel voor de camera blijft hangen. Ook irritant: met een gewone spiegel kun je door je hoofd te bewegen net onder een iets andere hoek kijken en dat werkt niet bij een beeldscherm.

Wat er precies ‘slim’ is aan deze spiegel, konden we niet ontdekken. Het ding voelt als een vinding die in de jaren negentig als the future werd gezien. Van ons had-ie in de jaren negentig mogen achterblijven.

Revolutionair is de Scénic niet langer, maar als het gaat om zaken als ruimte, uiterlijk en actieradius, dan is deze Renault een topper. En voor wie een betaalbare versie met subsidie wenst: die is er ook, al komt die door de kleinere accu minder ver (380 kilometer in de praktijk). Daarmee kom je tot Ieper. Ook een interessante stad.

Gereden:

Renault Scénic E-Tech 220pk Long Range
Prijs 55.270, vanaf 42.470 euro
Gewicht 1.917 kilogram
LxBXH 447 x 157 x 209 cm
Vermogen 160 kW (220 pk)
Accu 87kWh
Verbruik 15,5 kWh per 100 km (tijdens test 15,6)
Actieradius 625 km (tijdens test 550)
Topsnelheid 170 km/uur
Bagageruimte 545 / 1.670 liter

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next