De zorgvuldige richtlijnen die artsen in Nederland volgen bij de behandeling van transmensen, worden nu door sommige partijen in de Tweede Kamer ter discussie gesteld. Dat is de verkeerde plek, stelt Pia Dijkstra.
Raar aangekeken worden als je een mannentoilet inloopt, maar ook als je naar de vrouwen-wc gaat. De valse suggestie dat vrouwen in gevaar komen als transmensen zomaar hun geslacht in het paspoort kunnen veranderen. Waanzinnige theorieën over sociale besmetting. In Volkskrant Magazine van 8 juni vertelt radio- en tv-maker Lara Billie Rense waar die als non-binair en transpersoon tegenaan loopt. Ik deel diens zorgen. Een kwetsbare groep mensen lijkt terug te moeten keren naar het verdomhoekje waar ze vandaan komt.
Nederland heeft lang bekend gestaan als een land waar de vrijheid rondom seksualiteit groot is. Als eerste land werd hier een polikliniek voor transgenderpersonen opgericht. Homoseksualiteit is al sinds 1811 niet meer strafbaar in ons land en nergens ter wereld konden mensen met hetzelfde geslacht eerder trouwen dan in Nederland. Een land waar iedereen zichzelf kan zijn, en seksualiteit iets gezonds is.
De houdbaarheid van die vrijheid staat echter onder druk. Ook op dit onderwerp neemt polarisatie toe. Recent bleek uit onderzoek van het Europees Bureau voor de grondrechten dat lhbtq+ mensen vaker slachtoffer zijn van geweld, pesterijen op school of beledigingen en bedreigingen vanwege hun seksuele geaardheid. Ruim een derde denkt weleens aan zelfmoord. Als je dat cijfer op je in laat werken slaat de kou je om het hart.
Over dit artikel
Pia Dijkstra (D66) is demissionair minister voor Medische Zorg. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
En dat terwijl we zien dat de open blik waarmee we decennia naar seksualiteit hebben gekeken, succesvol is. Zo kennen we een relatief laag aantal tienerzwangerschappen. We liepen lang voorop in de bestrijding van aids. Onze transgenderzorg is zorgvuldig, multidisciplinair en kent heldere richtlijnen, zoals de afspraak welke specialismen daar minimaal bij betrokken moeten zijn, of vanaf welke fase jongeren behandeld mogen worden.
Artsen en wetenschappers stellen zichzelf continu de vraag of wat ze doen beter kan. Daar doen ze uitgebreid onderzoek naar. Die wetenschappelijke kennis is een van de pijlers van onze samenleving. Dankzij die kennis leven we langer, prettiger en zijn ziektes waar we vroeger aan overleden, nu behandelbaar. Die kennis ter discussie stellen is gevaarlijk. In den brede, maar zeker ook waar het de zorg betreft.
De richtlijnen die artsen in Nederland volgen bij de behandeling van transmensen, worden nu door sommige partijen in de Tweede Kamer ter discussie gesteld. Dat is wat mij betreft de verkeerde plek. Het gesprek over welke behandeling wie het beste past, hoort thuis in de spreekkamer, niet in de Tweede Kamer.
Worstel je met je gender, dan zijn er in Nederland tal van die spreekkamers waar je terecht kunt. De medisch-specialistische genderpoli’s zijn plekken waar aandacht, kennis en zorg structureel aanwezig zijn. Helaas zijn deze poli’s op dit moment ook de enige plekken in onze samenleving waar veel transmensen zich serieus genomen voelen. Op andere plekken, zoals op school, op werk, of bij de huisarts is die kennis en aandacht er veel minder.
Als je over je identiteit twijfelt, dan heb je behoefte aan een plek waar je je serieus genomen voelt, waar mensen weten waar ze het over hebben. Dat maakt dat iedereen die met zijn gender worstelt, bij de medisch-specialistische zorg terechtkomt. Dat verklaart de toename in wachtlijsten voor zorg voor deze groep kwetsbare mensen.
Enerzijds moet daarom geïnvesteerd worden in specialistische genderzorg – dat hebben we de afgelopen jaren ook gedaan, maar het is nog niet genoeg. Anderzijds staan we als samenleving voor de taak om kennis- en expertise op het gebied van genderdiversiteit te vergroten in de reguliere zorg en in de bredere maatschappij, zoals in het bedrijfsleven of op scholen.
Daarbij helpt het niet dat het debat over transgenderzorg en transpersonen – bijvoorbeeld in taal, in wetgeving, in de Kamer – gepolariseerd raakt en verhardt. Die polarisatie komt voort uit een toenemende tendens om de liberale waarden over seksualiteit of gezondheid tot een karikatuur te maken. Een karikatuur is tenslotte makkelijker te ondergraven dan een genuanceerd verhaal.
We zagen het in de hetze die tegen het programma Lentekriebels ontstond. Een onderwijsprogramma dat erop gericht is om kinderen te leren dat zij zelf over hun eigen lijf gaan en zo beseffen dat hun fysieke grenzen onaantastbaar zijn, wordt besproken alsof kleuters leren wat hun ouders ’s nachts in de slaapkamer doen (of op een ander tijdstip, elders).
Vanuit dezelfde conservatieve reflexen wordt gesteld dat de behandeling van soms jonge mensen met genderdysforie alle perken te buiten gaat. Op die manier zet een deel van de politiek mensen die toch al kwetsbaar zijn, in de kou. Daarnaast plaatst ze zichzelf tegenover de wetenschap, die de Nederlandse transgenderzorg juist als zeer zorgvuldig ziet. Die wetenschappelijke kennis is niet feitenvrij. Niet de stand van het land, maar de stand van de wetenschap zou moeten bepalen wat goede zorg is en wat specifiek transmensen nodig hebben.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant