Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
‘Ouders praten veel te veel’, zei de Amerikaanse psychiater Daniel Amen onlangs in de podcast WHOA, That’s Good. ‘Als kinderen iets zeggen, download dan niet jouw dertig jaar levenservaring met het idee die in hun hoofd te planten. Herhaal de woorden en luister naar de gevoelens erachter.’ Volgens de psychiater zou dit het recept zijn voor een betere band. Moeten ouders inderdaad vaker hun mond houden?
‘In onze cultuur geloven we dat we constant moeten beschrijven wat kinderen meemaken zodat zij de wereld en hun emoties beter kunnen begrijpen’, schrijft psycholoog Anita Schmalor in een column op de website van Psychology Today. Ze geeft een paar voorbeelden: ‘Wil je nu van de glijbaan?’ En: ‘Je lijkt van streek, omdat je geen ijsje mag.’ ‘Door dit soort vragen en opmerkingen verschuift de focus van een kind van het volledig ervaren van het moment naar het mentaal analyseren van de ervaring’, concludeert ze.
In het boek Jagen, verzamelen, opvoeden constateert wetenschapsjournalist Michaeleen Doucleff dat westerse ouders, vergeleken met inheemse volkeren als de Maya’s en de Inuit, hun kind constant verbaal bijsturen. Het maakt het opvoeden vermoeiender. ‘Als jij steeds de interactie met je kind opzoekt, dan gaan ze ook steeds jouw aandacht vragen.’
Dit zijn voorbeelden uit de Verenigde Staten. In mijn mailbox ontvang ik geregeld berichten van Nederlandse grootouders die zich verbazen over al dat gebabbel. ‘Ouders willen het graag goeddoen en willen hun kind iets leren. Dus gaan ze zenden’, zegt Ivo IJsselstijn, die luistertrainingen geeft.
Als je kijkt naar de taalontwikkeling van kinderen, dan valt daar iets voor te zeggen. ‘Uit onderzoek blijkt dat kinderen een grotere woordenschat hebben als ouders veel tegen hen praten’, zegt Sybren Spit, taalwetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam. Het gaat echter niet alleen om de hoeveelheid woorden, maar ook om de kwaliteit. ‘Onze gesproken taal is niet zo bloemrijk als we zelf denken’, zegt Spit. Daarom is voorlezen belangrijk. ‘In boekjes staan nieuwe woorden.’
Praten ouders meer tegen hun kind dan vroeger? Australisch onderzoek onder 220 gezinnen laat een ander beeld zien. Er bestaat namelijk een negatieve associatie tussen schermtijd en de hoeveelheid taal waaraan kinderen worden blootgesteld. Voor 3-jarige kinderen werd elke minuut schermtijd geassocieerd met een afname van zeven gesproken woorden door volwassenen, vijf uitingen door het kind zelf en één ouder-kindinteractie. Om het concreet te maken: door het turen naar een scherm kunnen peuters dagelijks 1.139 woorden van volwassenen en 194 ouder-kindinteracties mislopen.
Over de auteur
Anna van den Breemer schrijft over grote en kleine levensvragen voor de Volkskrant. In de opvoedrubriek ‘Iedereen doet maar wat’ behandelt ze elke week kwesties waar ouders tegenaan lopen. Ze publiceerde meerdere boeken, waaronder Alle ouders klungelen maar wat aan.
‘Luisteren is iets anders dan vragen stellen’, zegt Ivo IJsselstijn. Oprecht en nieuwsgierig informeren is niet verkeerd, maar daarmee stuur je je kind in een bepaalde richting. ‘Luisteren is in essentie de ruimte en erkenning geven aan het verhaal van de ander.’ Soms kan het helpen om een stilte te laten vallen. ‘Wacht een paar seconden nadat je zoon iets heeft gezegd. Hij lijkt misschien uitverteld, maar is dat ook zo?’ Die stilte kan gek aanvoelen, maar dat ongemak zit bijna altijd bij de luisterende kant.
Dit betekent overigens niet dat ouders altijd hun mond moeten houden. Het is vooral een kwestie van scherp kijken. ‘Vaak wordt wat we horen gekleurd door ons eigen oordeel’, zegt IJsselstijn. ‘Je vindt dat je kind zich vaak aanstelt en dus pik je dat eruit.’
Psychiater Daniel Amen adviseert opvoeders om elke dag twintig minuten vrij te maken voor een één-op-éénmoment met hun kind. ‘Stel geen vragen, geef geen instructies en leg je telefoon weg.’ Dat klinkt simpel, maar wedden dat veel ouders op hun tong moeten bijten?
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant