Het zijn Mark Ruttes laatste weken als minister-president en wat opvalt, op zijn ministerie: steeds minder mensen sturen hem brieven. Als je ergens mee zit, kun je misschien ook beter even wachten op Dick Schoof. Maar zo denken Çinar Akdemir en Derk Beemer helemaal niet. Çinar is 17, hij woont in Dordrecht, doet mbo rechten en is lid van de VVD. Derk is 24 en studeert geneeskunde in Amsterdam, hij is lid van de JOVD, de jongerenclub van de VVD. Ze maken zich allebei veel zorgen over de kinderen in Gaza en ze denken dat Rutte de enige Europese leider is die premier Benjamin Netanyahu zover kan krijgen dat hij tekent voor een permanent staakt-het-vuren. Maar dan moet Rutte nog wél bij hem langs. „Mark”, zegt Derk Beemer, „kan als een goede vriend Netanyahu’s hand vasthouden.”
Op woensdagochtend, kwart voor negen, stond Çinar Akdemir bij het Torentje van Rutte met een handgeschreven brief van twee kantjes. Hij hoopte dat die leesbaar was. Derk Beemer zou de geprinte versie meenemen, maar zijn printer deed het opeens niet meer, hij kwam te laat. Rutte was er om negen uur. „Goedemorgen meneer Rutte”, zei Çinar, „mag ik deze brief aan u geven?”
Hij was om zeven uur opgestaan en zonder ontbijt vertrokken. Hij was nerveus. Maar Rutte was vriendelijk, hij had Çinar een hand gegeven en de brief in zijn tas gestopt. In Caffè Almondo drinkt Derk Beemer daarna cappuccino, Çinar Akdemir warme chocolademelk met slagroom. Ze zijn vol goeie hoop. Vooral Derk Beemer. „Dit is hét moment om naar Israël te vliegen.”
Ze hadden samen aan de tekst gewerkt, het was Çinars brief. Hij schrijft dat hij net als Rutte piano speelt: „Mijn lievelingsstuk is Liebestraum no. 3 van Franz Liszt.” Dat hij graag leest over filosofie, politiek en geschiedenis: „Met bijzondere interesse in Egyptische mythologie.” En dat het hem elke dag „diep raakt” dat in Gaza duizenden kinderen worden gedood. Die hadden dromen, schrijft Çinar: „Maar ze kunnen nooit meer arts, advocaat of bouwvakker worden, of wat dan ook.”
In het café raken ze in gesprek met Lucia Nuijts van de Haagse VVD-afdeling. Die zegt dat ze ook zorgen heeft: over jongeren die steeds minder lijken te weten over de Holocaust. Çinar knikt. „Die móét herdacht blijven worden.” Hij was zelf een keer in Kamp Westerbork, Derk Beemer in Auschwitz.
Het ministerie van Rutte, Algemene Zaken, heeft geen e-mailadres dat je makkelijk kunt vinden. Wel een postadres. Rutte krijgt elk jaar zo’n tweeduizend brieven. Op woensdagavond is hij in de Tweede Kamer voor een debat en na afloop zegt hij dat hij de brief over de kinderen in Gaza nog niet heeft gelezen. Want het gaat zo: „Die wordt ingeboekt en komt terug met een ambtelijk advies.” En dan krijgt Çinar antwoord.
Maar zeker is, zegt Rutte: hij gaat níét naar Israël. „Dat kan niet meer.”
Source: NRC