Home

Luid en duidelijk klinkt vanuit het sterfbed: ‘Zeg, ik zou wel een banaan lusten’

In het ziekenhuis kunnen ze voor meneer Van der Werf (94) niets meer doen. Hij kan elk moment komen te overlijden, zeggen de artsen; in elk geval binnen 24 uur. Met de ambulance wordt hij teruggebracht naar het verpleeghuis.

Meneer Van der Werf ligt in bed, zijn kinderen zitten ernaast. Hij reageert niet als ik tegen hem praat of wanneer ik hem aanraak. De arts is gekomen en schrijft midazolam voor, dat werkt rustgevend en ontspannend, want echt comfortabel ziet hij er niet uit: op zijn gezicht staat een moeilijke frons en hij plukt onrustig aan de lakens.

Over de auteur
Thomas van der Meer schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

We hebben een infuus aangebracht: een klein naaldje met een buisje eraan. Aan dat buisje kun je een spuit koppelen om de medicatie toe te dienen. Zo’n naaldje is heel gebruikelijk bij bewoners die stervende zijn, want vaak krijgen die midazolam, morfine of een combinatie van die twee. Het is niet zo dat iemand door die medicatie eerder sterft; het zorgt ervoor dat je niet angstig of onrustig bent en geen pijn hebt. Het is akelig en onnodig om in je laatste levensfase te lijden.

Nu ligt meneer Van der Werf lekker te slapen. De familie krijgt de waakmand: een mand met spulletjes die tijdens het waken handig kunnen zijn. Lamp, dekentje, dichtbundel, puzzelboek.

De 24 uur zijn voorbij en meneer Van der Werf leeft nog.

‘Ik ga u even een beetje opfrissen, goed?’

‘Fijn’, antwoordt hij zachtjes.

‘Kan ik verder nog iets voor u doen?’, vraag ik, wanneer we klaar zijn.

‘Nee, nee. Ik ga slapen.’

De dag daarna leeft hij nog steeds, en de dag daarna ook. Op de vijfde dag, wanneer ik zijn medicatie sta klaar te maken, klinkt er luid en duidelijk vanuit het sterfbed: ‘Zeg, ik zou wel een banaan lusten.’

Ik steek verbaasd mijn hoofd om de hoek. Zijn kinderen zitten ook verrast te kijken.

‘Of een sinaasappel’, zegt hij erachteraan.

Eerst houd ik hem een kom yoghurt voor en die eet hij zo soepel leeg dat ik de banaan ook wel aandurf. Intussen wordt het steeds drukker op de kamer, want mijn collega’s komen allemaal kijken.

‘U bent er weer!’

‘Wat leuk om jullie allemaal te zien’, zegt meneer Van der Werf, die nu een punt appeltaart naar binnen werkt; toevallig is mevrouw Bijker (86) vandaag jarig. ‘Tref ik het even’, zegt hij.

‘Wil je uit bed, pa?’, vraagt zijn zoon.

‘Ja, graag.’

Het sterfbed is opgeheven. Het infuus gaat weg en de waakmand kan weer in de kast. ‘Mijn vader leeft nu al zo lang, dit laatste stukje kan er ook nog wel bij’, zegt meneer Van der Werfs zoon. Tussen de buien door neemt hij hem in de rolstoel mee naar buiten. Ze zitten in de zon. Het veld staat vol klaprozen en margrietjes.

Aan het eind van de middag breng ik hem naar de eetzaal.

‘Ben je blij dat je er nog bent?’, vragen de andere bewoners.

‘Ja, hoor. Ik vind het leven zeer de moeite waard.’

Tot mijn ergernis staat er foe yong hai op het menu. Is dat niet een beetje armoedig, voor iemand die bijna dood was?

Zelf zit hij er niet mee. ‘Lekker, hoor’, zegt hij met volle mond. ‘Ik ben dol op chinees.’

Meneer Van der Werf staat erom bekend dat hij best snel geïrriteerd raakt, maar vandaag doet het enige moment van agitatie zich voor wanneer mevrouw Geeris (98) hem probeert uit te horen over een eventuele bijna-doodervaring. (‘Tunnel? Mens, waar héb je het over.’)

’s Avonds, wanneer hij in bed ligt, gaat mijn telefoon. Het is mijn collega. ‘Ik denk dat meneer Van der Werf is overleden’, zegt ze.

Ik zie het meteen als ik de kamer binnenkom. De rare, bleke kleur die mensen krijgen als het hart geen bloed meer rondpompt. Voor de vorm voel ik zijn pols; geen hartslag. Ik weet niet waarom, maar daarna leg ik mijn hand nog even op zijn borst. Onder de stof van zijn geruite pyjama voelt hij nog warm.

Deze dag kreeg hij toch maar mooi cadeau.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next