Home

Bariton Bastiaan Everink heeft een nieuwe roeping – en zo veel voldoening heeft hij nooit eerder uit zijn werk gehaald

Bastiaan Everink werd na een bestaan als marinier een succesvol bariton. Nu verandert hij weer van baan: hij gaat mensen met PTSS begeleiden. Wat drijft Everink op zijn verrassende carrièrepad?

Het bericht kwam onverwachts. Alleen een kleine groep intimi wist dat bariton Bastiaan Everink (54) in maart dit jaar zijn laatste opera zou zingen. Stravinsky’s Oedipus Rex bij De Nationale Opera in Amsterdam bleek het sluitstuk van een bijzondere carrière. Hij zal nooit meer zingen, zweert hij. Ja, Lou Rawls of Frank Sinatra tijdens het koken misschien, maar niet professioneel.

Hij heeft een nieuwe roeping gevonden. Hij wil mensen behandelen die kampen met posttraumatische stressstoornis (PTSS). Hoe is dat zo gekomen?

Over de auteur
Merlijn Kerkhof  is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant.

Als een van de zeldzame operazangers in Nederland wist Everink een semibekende Nederlander te worden. Er verscheen een documentaire over hem (Het geweld van de stem) en een biografie met gefictionaliseerde elementen (Strijdtoneel). De componist Rob Zuidam schreef een eenakter (Hercules) gebaseerd op Everinks leven. Dat had alles te maken met de carrière die hij had vóór hij het maakte op de bühne.

Erbij horen

Het begon zo. Een jongen uit het Twentse Lonneker, scout geweest en kortstondig lid als saxofonist bij de fanfare, meldt zich in 1988 bij het Korps Mariniers. Hij wil iets goeds doen voor de mensheid. Zingeving, dan al. Maar ook avontuur, zich vrijvechten uit zijn gezin – een fijn gezin waarin je wordt beloond als je niet uit de pas loopt en waar de stelregel is: laat de mensen voor wie je zorgt het beter hebben dan jij. Zijn opa had nog gevochten bij de verdediging van Nederland in 1940, een oudoom was marinier geweest in Nederlands-Indië: die wereld staat niet ver van hem af. Hij heeft een diepgevoeld verlangen om ergens bij te horen, onderdeel te zijn van een collectief. Met dat laatste komt het wel goed.

In 1991 wordt hij tijdens de Eerste Golfoorlog uitgezonden naar Noord-Irak. Het is een humanitaire missie, maar niet een zonder gevaar, en vooral niet zonder leed. Hij is nog geen half uur in een vluchtelingenkamp als hij al een dood kind in zijn armen krijgt. Hij weet niet waar hij het moet laten.

In de documentaire vertelt hij over die keer dat een deel van zijn eenheid eindelijk kan zwemmen in een rivier. Als Everink het water uit komt, hoort hij schoten. De naakte mariniers rennen het water uit, de mannen die de wacht hielden schieten terug. Dan houdt het schieten op. Vanaf dat moment is het alsof er een touw om zijn nek zit dat elk moment kan worden aangetrokken.

Graalridder

Everink ontvangt de verslaggever met bloedworst, althans zo lijkt het: het is een chocoladecreatie, gemaakt door zijn dochter. Hij woont op de onderste etage van een Amsterdams grachtenpand, zijn man – nooit een première noch een generale gemist – werkt door op de tussenverdieping. Ze hebben wierook aangestoken voor een overleden vriend.

We spreken elkaar twee keer, makkelijk gaat het niet. Everink is huiverig voor media. Waarom gaat het zo vaak over zijn tijd als marinier (vijf jaar), over Irak (drie maanden) en zo weinig over zijn kunst als operazanger (25 jaar)? En bijna altijd is er weer die aanname: je bent zeker weggegaan uit het leger omdat je homo was? (Nee.)

Toch laat hij graag zijn spulletjes uit zijn legertijd zien: zijn uniform, zijn val-dood-plaatje – het dubbele naamplaatje dat je bij een overlijden in tweeën kan breken zodat één deeltje kan achterblijven in de lijkzak. En een souvenir, meegenomen uit de kofferbak van een aangehouden wapensmokkelaar. Het is een bajonet van een AK-47. Als hij ermee ronddraait, volkomen naturel, lijkt het een verlengstuk van zijn hand. Het mes ziet eruit alsof hij het vanochtend nog heeft geslepen. (Is niet zo.) Everink lijkt er geen erg in te hebben dat het er voor een gewone sterveling intimiderend uitziet.

Hij voelde zich veilig bij de mariniers, was een trotse militair. Toch was er sinds de missie een stemmetje dat zei: wil ik dit echt? Een plaat van Richard Wagners Parsifal in de uitvoering van Georg Solti verandert alles. Het verhaal heeft hij inmiddels zo vaak verteld dat het zelf een grijsgedraaide plaat is geworden: door Parsifal moet en zal hij naar het conservatorium. Everink begint zich te vereenzelvigen met de gelijknamige zoekende figuur in het graalriddersverhaal. Hij doet auditie in Enschede en wordt aangenomen.

Jij, Pavarotti? Geen sprake van, je blijft bij ons, is de reactie in de Van Ghentkazerne in Rotterdam. Hij heeft net trainingen gevolgd tot sluipschutter, parachutist. Defensie moet wel rendement uit die investeringen halen; je komt niet zomaar van je contract af. Uiteindelijk krijgt hij eervol ontslag. En kan hij terug naar Twente.

Een beer met vriendelijke blik

Zingen als George London wil hij. Grote Wagner-rollen. Een grote, volle stem om bang van te worden: gevaarlijk, agressief. Als hij het Korps verlaat, mag hij, met alle respect hè, niet eindigen als muziekleraar. Enschede blijkt toch niet de plek om zijn droom te realiseren. In 1997 klopt hij aan bij zangpedagoog James McCray in Den Haag, die geraakt is door Everinks toewijding en discipline. Maar hij ziet ook een man wiens geluid (nog te ingetogen) niet overeenkomt met zijn verschijning (een beer met vriendelijke blik).

Het is de perfecte match. Everinks stem gaat open. Binnen een paar jaar (2003) maakt hij zijn debuut als Escamillo in de opera Carmen in Bonn.

Bonn, het Scala aan de Rijn, komt te vroeg. Zó’n grote bühne. Voor zijn debuut kan hij alleen een korte scène repeteren. Ben je aan het zingen, zie je ergens een camera en, hop, ben je de dirigent kwijt, uit het tempo: daar leren ze je niets over op het conservatorium. Hij moet het vak leren in een kleiner repertoirehuis – het hele jaar door allerlei grote opera’s door elkaar zingen – en belandt in Pforzheim, een stad met 125 duizend inwoners in het Zwarte Woud.

Voor Everinks stemtype is de rol van slechterik oververtegenwoordigd. Hij is Iago in Verdi’s Otello, Scarpia in Puccini’s Tosca, Don Pizarro in Beethovens Fidelio. De titelrol in Verdi’s Nabucco zal hij het vaakst zingen. Pforzheim is een goede leerschool. Hij groeit door naar steeds grotere operasteden. Met als grootste triomf: een aanstelling als vaste solist, in 2011, bij de Deutsche Oper in Berlijn.

Probleemloos gaat het er niet. Als er een ster kan worden aangetrokken, dan doen ze dat – en is dat toevallig iemand voor de rol die jij hebt ingestudeerd, dan moet je maar toekijken. En dan is er de druk van buitenaf. Nu heb je de Deutsche Oper gehad, wat is je volgende bestemming? Wenen, de ‘Met’? De boodschap is constant: hoger, hoger. In de documentaire Het geweld van de stem zegt zijn leraar James McCray dat Everink ‘a Metropolitan Opera-singer’ is. Hij hoort thuis in de grootste theaters die er zijn.

Wat te vertellen

Everink knippert met zijn ogen. Nu gaan we de kant op waar hij niet heen wil, zegt hij. Hij heeft een lijstje uitgeschreven met dingen die hij graag wil vertellen – hij weet inmiddels welke verhalen aanslaan bij journalisten. Dat verhaal bijvoorbeeld over de operadirecteur in Mexico-Stad die de militaire onderscheiding van haar onlangs overleden vader aan Everink gaf. Everink had net Der fliegende Holländer gezongen, de lievelingsopera van haar vader, die de première dus net niet meer had kunnen meemaken. Of dat verhaal dat ze in Pforzheim een touringcar huurden voor de lokale operafans als hij weer in een grote stad elders een productie had. En wist je dat ze in Koblenz koektrommels verkochten met zijn gezicht erop?

Mooi. Maar in Everinks hoofd zit ook een lijstje met zaken waarover hij liever niet spreekt. Dat die operawereld niet zo fijn is, zeg gerust een slangenkuil, dat is iets waar hij van wil wegblijven, maar ook weer niet helemaal van kán wegblijven. Hij wil niet overkomen als een zure zanger die het allemaal niet aankon, die met de staart tussen de benen is vertrokken en een trap na geeft.

Zijn partner zegt het al jaren: wát een ongezonde wereld. Een wereld waarin je altijd het gevoel kunt hebben: als ik mijn mond opentrek, lig ik uit de productie, dan nemen ze een ander. Vooropgesteld: aan de zangers ligt het niet, die zijn onderling meestal heel lief voor elkaar. Maar de bazen, de regisseurs, de business eromheen, pff. Is er een ander werkveld waar ze zo hard, zo kil zijn? Het is het tegenovergestelde van het gevoel van saamhorigheid zoals je dat vindt bij de mariniers, waar je maat je tas voor je draagt als jij het even niet meer trekt. Zo vaak heeft hij gedacht: nu wordt er weer een collega door een regisseur uitgekafferd, godzijdank ben ik het deze keer niet.

Oefenen op de parkeerplaats

Nee, hij wil het over de gave dingen hebben. Over waarom hij zanger is geworden. Het Met-debuut is er niet van gekomen, en wat had hij graag Amfortas gezongen in Parsifal. Maar hij is dankbaar voor de reis – en nu vooral opgelucht dat hij de rugzak vol ambitie af kan doen.

Toen hij begon als zanger was hij niet van de piano weg te slaan. Ging hij met zijn partner op vakantie, sloot hij zichzelf op een parkeerplaats op een Alp op in de Mazda 626 om een uur lang zangoefeningen te doen. Maar de laatste jaren was het vaker: o, ik moet vandaag wel weer zingen, anders raak ik uit vorm, het is al kwart over vier. Wat helpt om zijn batterij weer op te laden, is praten met oud-collega’s. De mariniers die beschadigd van missie zijn gekomen; vrienden die, als ze in een Nederlandse supermarkt lopen, toch in Afghanistan zijn.

Een paar van zijn vrienden hebben een einde aan hun leven gemaakt, of pogingen daartoe ondernomen. Die kameraden helpen: dat moet toch meer zingeving bieden dan zingen? Hij begint over de aanpak van trauma te lezen, raakt in de ban van het werk van psychiater Bessel van der Kolk, expert op het gebied van lichamelijke reacties bij trauma.

Zingeving

Acht jaar geleden begint Everink opnieuw aan een studie, ditmaal in België: toegepaste ecopsychologie, een holistische opleiding. Aan stoppen met zingen denkt hij dan nog niet. Volgens zijn man groeit hij nog steeds als artiest, krijgt zijn stem meer kleur, weet hij beter om te gaan met dirigenten. Wel weet hij: ik wil zelf het moment bepalen dat ik stop.

Nu heeft hij een kamertje met een massagetafel. Masseren is niet wat hij doet, zegt Everink. Lichaamsgerichte traumatherapie is op zoek gaan naar die plek in het lichaam waar het trauma zich heeft opgeslagen.

Nee, hij heeft zelf geen PTSS, zegt hij. Maar de vraag hoe goed het met hem gaat, is legitiem. Everink interviewen is alsof je voor een ladekast staat waarop bij de helft van de laden staat: ‘handle with care’ – en bij de rest staat ‘niet openen’. Een lade die hij liever had dichtgelaten, is er een vol verdriet over het verlies van zijn broertje, Koen. De ondernemer werd in 2016 thuis in Bilthoven vermoord door een gokverslaafde die geld van hem had geleend.

Het heeft zo veel schade berokkend in het gezin. Zou hij daarover praten, dan belast hij daar ook zijn familie mee. Geen bericht over Koen was correct, zegt hij – nog een reden om media te wantrouwen. Dat hij dit werk is gaan doen, heeft niets te maken met zijn eigen pijn, zegt Everink: hij hielp al langer oud-collega’s. Bovendien: trauma en PTSS zijn heel verschillende dingen. Of je zelf iets ergs hebt meegemaakt, zegt niets over hoe goed je bent als therapeut.

De komende dagen liggen er weer kameraden op zijn massagetafel. Zo veel voldoening heeft hij nooit eerder uit zijn werk gehaald. Al is een volgende carrièreswitch, de vierde akte van zijn bestaan, niet uitgesloten. Op zijn tablet laat hij foto’s zien van de plek waar hij drie maanden per jaar te vinden is. In de Franse Ardèche is hij met zijn man een ecologisch project gestart. Ze organiseren er zingevingsweken voor mannen. Iedereen wordt gekoppeld aan een eigen boom om bij te mediteren. Daarna werken in het voedselbos. ’s Middags leven ze naturistisch. Op een duurzame manier verbinding te maken met de planeet, is het doel.

Geen druk, geen touw, geen slangenkuil.

CV Bastiaan Everink

Geboren op 8 juli 1969 in Lonneker

1988 Treedt toe tot Korps Mariniers
1991 Uitgezonden naar Irak
1993 Aangenomen aan conservatorium in Enschede
1997 Studeert verder bij James McCray
2003 Debuut in operahuis Bonn
2011 Vaste solist bij Deutsche Oper Berlin
2013 Zingt Der fliegende Holländer in Mexico
2014 Debuut De Nederlandse Opera (Heerrufer in Lohengrin)
2020 Voltooit opleiding toegepaste ecopsychologie
2024 Zingt laatste rol (Creon) bij De Nationale Opera

Everink heeft een man en twee kinderen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next