De twee musea zijn al een halve eeuw buren, maar slaan nu voor het eerst de handen ineen. Met de tentoonstelling over de wereldberoemde Duitse kunstenaar hopen ze allebei ook een ander publiek te trekken.
Even aankloppen bij de buren. Drie jaar geleden vatte Emilie Gordenker, directeur van het Van Gogh Museum, het plan op een grote tentoonstelling met Anselm Kiefer te maken.
Maar ze realiseerde zich al snel dat haar museum ‘aan de kleine kant’ zou zijn voor de grote schilderijen en installaties die de beroemde Duitse kunstenaar maakt.
Over de auteur
Marsha Bruinen schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst.
Dus ging ze naar het naastgelegen Stedelijk Museum Amsterdam, dat over een grote en belangrijke collectie van Kiefers werk beschikt. Ze vroeg directeur Rein Wolfs: zouden zij niet mee willen doen?
En zo opent op 7 maart 2025 in beide musea een grote, gedeelde Kiefer-expositie. Eén kaartje zal bezoekers toegang geven tot beide musea. Het is voor het eerst dat de twee musea (al 51 jaar buren) samen een expositie presenteren. In het kantoor van Gordenker lichten beide directeuren de plannen voor dit tweeluik toe.
Fan zijn ze allebei. Kiefer (79) werkt vaak met dikke lagen verf en voegt dan andere materialen toe, zoals stro, zand en lood. Daardoor worden zijn schilderijen sculpturaal, zegt Wolfs. ‘Als bezoeker sta je er middenin.’ Gordenker beaamt dat: ‘Zijn landschappen zuigen je als het ware naar binnen. Het is echt iets wat je moet meemaken.’
‘Voor ons museum was de keuze een expositie over Kiefer te maken een no-brainer’, zegt Gordenker. ‘Hij is een van de meest vooraanstaande kunstenaars van onze tijd en in zijn oeuvre resoneert de kunst van Van Gogh duidelijk: daar wil je wat mee.’
Kiefer heeft bijvoorbeeld net als Van Gogh schilderijen van zonnebloemen gemaakt. En toen de kunstenaar pas 17 jaar was, ontving hij een reisbeurs waarmee hij Van Gogh achterna reisde vanaf Nederland naar Frankrijk. Gordenker: ‘Hij heeft de tekeningen die hij toen heeft gemaakt allemaal gehouden.’
In het Van Gogh, dat straks de eerste halte van de tentoonstelling is, zullen die tekeningen te zien zijn, samen met nieuwe, nog niet eerder getoonde metersgrote schilderijen waarvoor het museum alle tussenwanden uit de tentoonstellingsvleugel haalt. ‘Zodat we grote ruimten kunnen creëren. Dat hebben die schilderijen nodig.’
Na het Van Gogh volgt de oversteek naar het Stedelijk. Het museum heeft een lange geschiedenis met Kiefer, legt Wolfs uit.
Eerder dan in Duitsland werd zijn kunst in Nederland geaccepteerd, en het Stedelijk speelde daarin een belangrijke rol. ‘In 1986 presenteerden we een grote tentoonstelling van zijn werk en in de jaren daarvoor hebben we belangrijke kunstwerken van hem aangekocht, waaronder schilderijen en een groot loden vliegtuig. Wij zullen die vroege kunstwerken uit onze collectie met grote nieuwe installaties en schilderijen combineren, zodat je kunt zien hoe zijn kunst zich heeft ontwikkeld.’
De twee musea denken met dit samenwerkingsproject nieuw publiek te gaan trekken: het Van Gogh verwacht door de samenwerking met het Stedelijk meer jongeren binnen te krijgen. Andersom hoopt het Stedelijk via het Van Gogh meer Nederlanders van buiten Amsterdam en toeristen te gaan verwelkomen.
Speciaal voor rondom het trappenhuis van het Stedelijk legt Kiefer momenteel de laatste hand aan een 24 meter lang schilderij. De titel daarvan, Sag mir wo die Blumen sind, is ontleend aan het anti-oorlogslied Where have all the flowers gone van de Amerikaanse Pete Seeger (1955) dat in 1962 werd vertolkt door zangeres Marlene Dietrich.
Met zijn kunst reageert Kiefer op het trauma van de Tweede Wereldoorlog. ‘Daarom is het een belangrijk lied voor hem’, zegt Wolfs. Het wordt ook de titel van de expositie, vervolgt hij. ‘Heb je het over Kiefer en Van Gogh, dan heb je het over bloemen en de vergankelijkheid daarvan.’
Anselm Kiefer, Sag mir wo die Blumen sind. Van Gogh Museum, Stedelijk Museum, Amsterdam 7 maart t/m 9 juni 2025.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant