Na een glansrol op het WK tegen Argentinië én in de kwalificatie tegen Ierland redde Wout Weghorst Oranje ook op dit EK als pinchhitter. Wat is zijn geheim? NU.nl vroeg het drie pinchhitters van weleer.
"Als je spits bent en je bent groot, dan word je al snel een pinchhitter genoemd. Dat was ik. En dat is Wout Weghorst", zegt Gerald Sibon, die voor onder meer Ajax, PSV, Roda JC, Sheffield Wednesday en (verdeeld over drie periodes) sc Heerenveen speelde. Hij was liever geen pinchhitter.
"Aan het einde van mijn carrière, bij Heerenveen, was ik fysiek op. Toen kon ik geen hele wedstrijden meer spelen en was het prima. Maar bij Ajax wilde ik een basisplaats."
Zijn mooiste moment als pinchhitter beleefde Sibon in zijn laatste seizoen als prof bij Heerenveen. Op 37-jarige leeftijd viel hij bij een 1-0-achterstand in tegen RKC Waalwijk en redde hij met een weergaloze boogbal een punt voor de Friezen. "Ik heb ook weleens Ajax als invaller naar de halve finales van het bekertoernooi geschoten, tegen FC Zwolle. Maar die goal was minder mooi."
Volgens Sibon dwingt een goede pinchhitter af dat een tegenstander zich moet aanpassen. "Dat zie ik nu bij Weghorst, al ben ik nooit onder de indruk van hem geweest. Hij is geen vaardige, gepolijste speler. Maar Weghorst brengt wel energie in een team. Altijd. Als je dan ook nog scoort, is dat bijzonder knap."
Een probleem is volgens Sibon wel dat Weghorst door zijn goals niet dichter bij een basisplaats komt, hoe graag hij ook wil starten. "Met Weghorst heb je een wapen. Hij kan iets veranderen in een wedstrijd. Doordat hij dat nu een paar keer achter elkaar gedaan heeft, heeft hij het stempel van supersub.
"Dat maakt het voor de bondscoach gemakkelijker om hem op de bank te houden. Bij een nationaal team zou ik dat wel trekken. Maar als clubspeler is dat niet prettig."
Als Oranje in 1995 in de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Belarus na 63 minuten nog op 0-0 staat, grijpt Guus Hiddink in. Nederland heeft in De Kuip een zege en dus een doelpunt nodig om kans te houden op EK-deelname. Youri Mulder, bij de selectie vanwege een blessure van Patrick Kluivert, moet het doen als invaller.
Twintig minuten later is Mulder de enige die gelooft in een lange bal van achteruit. De aanvaller van Schalke 04 strekt zijn been, glijdt de bal langs de Belarussische keeper en redt Oranje. "Ik geloofde in iets wat er eigenlijk niet was", zegt Mulder. Juist die mindset maakt een spits volgens Mulder een goede pinchhitter. "Je moet in je hoofd hebben: Ik kom erin en ik ga het doen. Loop op alle ballen. Wees bewust van je taak."
Daarnaast is volgens Mulder van belang dat een pinchhitter minimaal 1,90 meter lang is. En fysiek sterk. "Dan kunnen ze je bereiken met hoge ballen. En vergeet het mentale gedeelte niet. Je moet getergd zijn als je niet speelt. Irritatie voelen helpt. Wout Weghorst was daardoor extra gemotiveerd tegen Polen."
Als je eenmaal je waarde hebt bewezen als pinchhitter, blijf je waardering voelen van het publiek, merkte Mulder in zijn Oranjejaren. "Het stadion ging joelen als ik warmliep. Nu juicht het publiek Weghorst altijd toe. Ze weten wat hij betekend heeft voor Oranje."
Toch snapt Mulder dat spitsen, en in bijzonder Weghorst, liever vanaf het begin spelen. "Zo'n heldenrol is leuk, maar je weet dat zoiets slechts in één of twee van de tien invalbeurten lukt. Het kan zomaar zijn dat Weghorst de komende vier duels als invaller niet scoort. Echt waar. Ook bij Wout kan dat gebeuren."
John van Loen ziet gelijkenissen tussen Weghorst en zichzelf, vroeger als spits. "We zijn allebei lang en sterk, maar niet echt mooie voetballers. Toch maken we altijd doelpunten. Trainers gebruiken graag types als wij."
Voormalig Ajax- en Feyenoord-spits Van Loen speelde tussen 1985 en 1990 zeven interlands, waarvan zes als invaller. Hij weet dus hoe het is om in te vallen in Oranje. "Je moet iets kunnen forceren. Een pinchhitter is lang, sterk, vervelend in de goede zin van het woord en bereid door muren heen te gaan. En hij staat vaak op de goede plek. Het is iemand die niet als een kip zonder kop rent, maar een neusje voor het doel heeft."
Van Loen zelf beleefde zijn mooiste pinchhittermoment in de KNVB-bekerfinale tussen Feyenoord en NEC in 1994 (2-1). Als invaller maakte hij de tweede Rotterdamse goal. "Ik was net terug van een schorsing van tien wedstrijden, maar in de finale speelde Hendrik Larsson. Dat vond ik niet leuk."
"Van tevoren had ik ruzie met trainer Willem van Hanegem, omdat ik niet speelde. Ik was daardoor extra getergd en raasde over het veld. Zo moet een pinchhitter dat doen."
Dertig jaar later geniet Van Loen van Weghorst. "'Pinchhitter' is in Nederland een vies woord. Maar als Weghorst erin komt, gebeurt er iets op de tribunes én in het veld. Hij is het prototype van een goede pinchhitter."
Source: Nu.nl algemeen