Nieuw voor veel voetbalkijkers: een groene grafiek op het scherm, om een handsbal van een speler aan te tonen. Het was maandagavond een cruciaal moment bij de eerste wedstrijd van België tegen Slowakije op het EK in Duitsland, met in de hoofdrol een bewegingssensor in het hart van de bal.
Balen voor de Belgen, maar wel zo eerlijk. Aan een doelpunt van de Rode Duivels ging een handsbal vooraf van aanvaller Loïs Openda. Zo'n beetje het hele stadion, inclusief de scheidsrechter, miste die lichte aanraking met de hand. Maar in de controlekamer van de VAR gingen de alarmbellen af, waardoor Slowakije er alsnog met de winst (0-1) vandoor ging.
Wie de voetbal van het EK zou opensnijden, zou binnenin een sensor ontdekken. Die hangt precies in het midden en is met draden bevestigd aan de binnenband van de bal. 500 keer per seconde zendt die data door naar de computers van de arbitrage, met daarbij niet alleen de positie van de bal, maar ook of de bal een zetje krijgt.
Over de auteur
Tonie Mudde is chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant en presenteert onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos.
Deze zogeheten Connected Ball Technology bood bij de WK van 2022 al het bewijs dat Ronaldo helemaal geen kopgoal maakte tegen Uruguay: de voorzet ging erin zonder dat de Portugese spits de bal aanraakte.
Bij de wedstrijd België - Slowakije dit EK kwam de technologie juist van pas om aan te tonen dat de bal wél een zetje kreeg, maar deze keer dus onreglementair met de hand. Precies op het moment dat de bal, van fabrikant Adidas, in de buurt was van de hand van Loïs Openda sloeg de grafiek uit. Oftewel: de spits toucheerde de bal.
Tijdens het passen, dribbelen en schieten merken de spelers niks van de aanwezigheid van de sensor, die slechts 14 gram weegt. Erg weinig op een typische wedstrijdbal van 410 tot 450 gram. Doordat de sensor precies in het midden zit, ontstaat er ook geen asymmetrie die hinderlijk zou kunnen uitpakken. De bal hoeft niet aan de stekker om de sensor op te laden, dat gebeurt contactloos met inductie, bekend van elektrische tandenborstels.
De data uit de bal is lang niet de enige technologie waar de arbitrage gebruik van maakt. Zo hangen boven het veld camera’s die 29 plekken op het lichaam van elke speler in het vizier hebben, schrijft het wetenschappelijk tijdschrift Nature. Kunstmatige intelligentie helpt om al die gegevens zo snel mogelijk te analyseren, bijvoorbeeld bij voor het menselijk oog nauwelijks waarneembare buitenspelsituaties.
De AI helpt ook om sneller te kunnen oordelen of een speler net wel of net niet buitenspel stond. Een paar jaar geleden had de VAR daarvoor zo’n 70 seconden nodig. Inmiddels is dat ongeveer een halve minuut.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant