Dat huisartsenpraktijken niet snel worden gesloten, is te begrijpen. Maar hoe groter bedrijven als Co-Med worden, hoe hoger de drempel. Bedrijven worden al snel too big to fail.
Het was al langer bekend dat er bij huisartsenketen Co-Med veel misging, maar sinds afgelopen weekeinde is duidelijk dat het bedrijf ook onaanvaardbare risico’s heeft genomen. Een vrouw die op sterven lag, kreeg geen hulp. Een kind met benauwdheidsklachten werd geholpen door een onbevoegde assistent. En er waren huisartsen werkzaam die hun werk niet al te serieus namen.
Co-Med denkt zelf nog steeds dat het een zegen is voor de Nederlandse huisartsenzorg. Het bedrijf wil artsen juist helpen door hen al het administratieve werk uit handen te nemen en te voorkomen dat patiënten zich te makkelijk op het spreekuur melden. Door callcentermedewerkers en ict-systemen te delen zou de zorg bovendien veel efficiënter kunnen.
Dat is de nobele kant van het verhaal. De minder nobele kant is die van hebzuchtige investeerders die in de huisartsenzorg een ideaal verdienmodel zien. Elke Nederlandse huisartsenpraktijk krijgt jaarlijks een vast bedrag per patiënt. Wie een huisartsenpraktijk overneemt, is dus direct verzekerd van een stabiele kasstroom. Investeerders zijn daar dol op, wat eerder ook al bleek bij de grootschalige investeringen in de Nederlandse kinderopvang.
Het opkopen van huisartsenpraktijken is de afgelopen jaren steeds makkelijker geworden. Hoewel er in Nederland nog nooit zo veel huisartsen waren als nu, was de animo om een eigen praktijk te kopen nog nooit zo laag. Jonge huisartsen zien op tegen de administratieve last die een eigen praktijk met zich meebrengt. Steeds meer huisartsen werken bovendien in deeltijd, wat niet goed rijmt met een eigen praktijk.
Co-Med had bij zijn oprichting in 2019 dus ruimte genoeg om een plek op de Nederlandse zorgmarkt te veroveren. Gezien de gevoeligheid van particuliere overnames in de zorg had van het bedrijf mogen worden verwacht dat het het zekere voor het onzekere zou nemen. Co-Med koos echter te snel voor efficiëntie en winst. Het gevolg was dat al snel de eerste verhalen opdoken over slecht bezette praktijken, waardoor patiënten doorverwezen moesten worden naar de spoedeisende hulp of naar andere huisartsen.
Co-Med slaagde erin om binnen enkele jaren zijn reputatie te verspelen. Hierdoor werd het nog lastiger om goede huisartsen en ander zorgpersoneel aan zich te binden. Het bedrijf kwam in een neerwaartse spiraal terecht en balanceert inmiddels op het randje van een faillissement.
De vraag is waarom dit allemaal kon gebeuren, waarom de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) Co-Med geen verbod heeft opgelegd. De Inspectie zelf is ervan overtuigd dat het heeft gedaan wat het kon en wijst naar de wetgeving, die geen andere mogelijkheden biedt.
Dat huisartsenpraktijken niet snel worden gesloten, is te begrijpen. Het gevaar is immers dat duizenden Nederlanders ineens zonder huisarts zouden komen te zitten. Hoe groter bedrijven als Co-Med worden, hoe hoger de drempel om hun praktijken te sluiten. Bedrijven worden al snel too big to fail.
Het zou daarom goed zijn als er specifieke wetgeving komt voor investeerders als Co-Med. Dit is geen normale huisarts en moet ook niet zo worden beschouwd. De overheid zou harde liquiditeits- en solvabiliteitseisen kunnen stellen. Ook zouden er veel strengere sancties moeten komen op het moment dat een arts niet beschikbaar blijkt.
Nu wordt de Inspectie waarschijnlijk geholpen door de faillissementsrechter. Na alle onthullingen over de slechte zorg van Co-Med is de kans klein dat het bedrijf het overleeft.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant