Home

Arnout Jaspers - bekend van De Stikstoffuik - komt met nieuw boek. Stijgende zeespiegel is volgens hem ‘Leuke klus voor Rijkswaterstaat’

Wetenschapsjournalist Arnout Jaspers, bekend van De stikstoffuik, breekt in zijn nieuwe boek De klimaatoptimist een lans voor meer kernenergie in Nederland. Zodra het debat een morele component krijgt, maakt de auteur zich er makkelijk van af.

Bestsellers zijn zeldzaam voor wetenschapsjournalisten, maar Arnout Jaspers lukte het vorig jaar met De stikstoffuik, een populairwetenschappelijk schotschrift over het Nederlandse stikstofbeleid. Voor natuurliefhebbers voelde dat als een dolkstoot in het hart, want hoe durf je een soort als de waterlobelia een ‘oninteressant, armetierig sprietje’ te noemen, terwijl ook die belangrijk is voor het ecosysteem?

Maar de gemiddelde BBB-stemmer klonk het boek als muziek in de oren: eindelijk schreef iemand, een wetenschapsjournalist ook nog eens, hoe belachelijk het is het land op slot te gooien voor wat stikstofuitstoot.

Over de auteur
Tonie Mudde is chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant en presenteert onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos.

In zijn nieuwe boek De klimaatoptimist, ondertitel ‘Veilig en welvarend achter de dijken’, richt Jaspers zijn pijlen op het Nederlandse klimaat- en energiebeleid. Zijn pleidooi: verminder de uitstoot van broeikasgassen (mitigatie), maar probeer daarbij vooral niet internationaal voorop te lopen, want dat is veel te duur en bovendien is ons land maar een kleine speler. ‘We stoten nog geen half procent van alle broeikasgassen uit en Nederland is op dit gebied géén gidsland: het boeit ze in China en India niks wat wij aan mitigatie doen.’

De gevolgen van de opwarming van de aarde worden volgens Jaspers bovendien zwaar overdreven, zeker voor een welvarend land als Nederland. Stijgende zeespiegel? Gewoon, hup, een metertje dijk erbij. ‘Leuke klus voor Rijkswaterstaat.’

Geen ruimte, geen draagvlak

Als het gaat om de maatregelen in het kader van de energietransitie, pleit Jaspers ervoor op de rem te trappen voor zonne-energie, want daar zitten we ‘nu al aan de grens van wat nog door het net verwerkt kan worden’. Meer windmolens op land: geen ruimte voor, geen draagvlak. Nieuwe windmolenparken op zee: plannen daarvoor ‘kunnen de prullenbak in’, ‘scheelt tientallen miljarden euro’s aan gemeenschapsgeld voor ‘stekkers op zee’’.

Waar de nieuwe energie dan vandaan moet komen, volgens Jaspers? Kernenergie. Altijd stroom, ongeacht het weer, geen CO2-uitstoot. Grondstoffen voor die centrales komen uit landen als Australië en Canada, dus dat maakt ons minder politiek chantabel dan wanneer we afhankelijk zijn van landen met dictators aan het roer.

Hadden we eerder een stuk of tien kerncentrales gebouwd, dan was er volgens Jaspers ‘nu geen congestie op het net geweest’. Minder congestie, dat vast, maar géén congestie lijkt wel erg optimistisch, met de opmars van warmtepompen en elektrische auto’s in de woonwijken.

De argumenten tegen kernenergie serveert Jaspers af: kernafval is prima veilig op te slaan, de centrales kunnen relatief betaalbaar en snel gebouwd worden, kijk maar naar Frankrijk, en áls het een keer à la Fukushima misgaat met zo’n kerncentrale, dan is dat absoluut vervelend, maar geen reden voor paniek. In zo’n stralingsgebied leven mensen gemiddeld een maand korter, becijfert de afgestudeerd natuurkundige. Fijnstof is erger. En roken al helemaal.

In perspectief

In dergelijke passages is De klimaatoptimist op zijn sterkst: nuchter de inzichten in perspectief proberen te plaatsen. Want ja, bij alle alarmistische berichten over hittedoden door klimaatopwarming mag vaker vermeld worden dat de opwarming voorlopig juist overlijdens scheelt, doordat er minder mensen doodgaan van de kou. En ja, het beeld dat miljoenen vluchtelingen puur vanwege klimaatverandering over onze dijken zullen klimmen op zoek naar een veilig oord, strookt niet met de wetenschap, zo was ook al te lezen in Hoe migratie echt werkt van hoogleraar sociologie Hein de Haas.

Maar zodra het debat een morele component krijgt, maakt Jaspers zich er erg makkelijk van af. Of westerse landen zich extra moeten inspannen om klimaatopwarming tegen te gaan, omdat zij het langst geprofiteerd hebben van fossiele brandstoffen? Daarover schrijft hij: ‘Het idee dat hele landen of volkeren belast kunnen zijn met erfzonde van meerdere generaties terug, of die nu op het gebied van klimaat, slavernij of kolonialisme ligt, is principieel verwerpelijk. Het is een in wezen racistisch concept dat geen rol dient te spelen in de internationale politiek.’

Afgehamerd, discussie gesloten. De polemische toon maakt zijn boek soms lastig te verteren. ‘De media’ zouden er niks van snappen, alsof dat één groot leger is onder aanvoering van António Guterres, secretaris-generaal van de VN. Terwijl in tal van media óók goed onderbouwde pleidooien verschenen voor kernenergie, of juist kritiek op het verstoken van biomassa en het bouwen van windmolens.

Wie er anders over denkt dan Jaspers zelf, behoort in zijn ogen al snel tot de groep ‘GroenLinkse, veganistische consultants die hun werkdagen zeer comfortabel doorbrengen met vergaderen’. Meteoroloog en voormalig NOS-weerman Gerrit Hiemstra is een ‘kwalijke paniekzaaier’. Sympathisanten van Extinction Rebellion zijn ‘in een couveuse van weelde opgegroeide meelopers’. En als veel Europese regeringsleiders ‘ook maar één functionerende hersenhelft’ hadden gehad, dan waren we niet afhankelijk van dubieuze buitenlandse regimes voor onze energie, maar stonden hier nu genoeg kerncentrales om het land van goedkope elektriciteit te voorzien.

Met zo’n polariserende toon verkoop je allicht veel boeken, het zal bij de critici van Jaspers’ gedroomde energietransitie weinig optimistische energie losmaken.

Arnout Jaspers: De klimaatoptimist. Blauwburgwal; 222 pagina’s; € 23,50.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next