Home

Mijn vader klonk gewoon, als altijd. ‘Ik was net bij ons familiegraf’, zei ik. ‘Ik denk eigenlijk dat je daar niet meer bij past’

Vorige week nog hadden we mijn vaders 85ste verjaardag gevierd ( zijn talrijk nageslacht, inclusief het zes maanden oude achterkleindochtertje, had juichend toegekeken hoe hij vitaal de kaarsjes op de taart uitblies) dus het onheilsbericht kwam onverwacht: de oude was plots ter aarde gestort, en per ambulance onderweg naar het ziekenhuis.

Wat zou hij hebben? De akeligste speculaties kwamen voorbij in de familie-app. ‘Hij gaat vast dood’, zei ik tegen huisgenoot P. We reden, merkwaardig toeval, juist door mijn vaders geboortedorp Overveen, en zagen de kerk (Onze Lieve Vrouwe Onbevlekt Ontvangen) al opdoemen. ‘We hebben hier een familiegraf’, vervolgde ik. ‘Laten we even gaan kijken.’

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

We stapten uit. De begraafplaats lag er zonnig en vredig bij, zoals dat hoort. Het was wel even zoeken naar dat familiegraf. Er lag een nogal armoedig steentje op, boordevol met namen. Opa, oma, overgrootmoeder, oom Frans, tante Zus... ‘Wat liggen er al een hoop van jullie’, zei huisgenoot P. ‘Past je vader daar nog wel bij?’ Ja, daar had ik ook een hard hoofd in.

We gingen kroketten eten bij Kraantje Lek en al kauwend dacht ik na over de rouwadvertentie. Moesten al die kleinkinderen, plus eventuele aanhang, daar ook in? Rouwadvertenties zijn gruwelijk duur, bevestigde P., die tamelijk onlangs zijn moeder heeft begraven. Sowieso is een béétje gezellige begrafenis een rib uit je lijf.

Misschien dan maar niet op vakantie deze zomer, concludeerden we net, toen er een foto in de app verscheen van mijn vader in een ziekenhuisbed. Hij lag een boek te lezen over Europese politiek, dus van direct levensgevaar leek geen sprake. ‘Diagnose: longontsteking en uitdroging’, appte mijn oudste halfbroer. ‘Hij krijgt antibiotica en moet een paar dagen blijven.’

Nou, dat viel nog reuze mee. Die ‘uitdroging’ verbaasde me trouwens niets; ik heb mijn vader van zijn leven nog geen slok water zien drinken. Een kopje koffie hier en daar, maar de meeste nattigheid kwam toch altijd van Gall & Gall.

Ik belde hem op. Hij klonk gewoon, als altijd. ‘Ik was net bij ons familiegraf’, zei ik. ‘Ik denk eigenlijk dat je daar niet meer bij past. En weet je wel wat dat kost, een begrafenis? We kunnen je lichaam ook aan de wetenschap schenken, dat is een stuk goedkoper.’

‘Niks ervan’, meende mijn vader. Hij moest en zou in dat graf; te zijner tijd, dan. ‘Misschien kun je intussen, het is maar een idee, af en toe een glas water drinken’, zei ik.

‘Water drinken...’, antwoordde mijn vader peinzend. ‘Dat is niet mijn sterkste punt.’ Wat zijn sterkste punt dan wél was, lieten we wijselijk in het midden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next