De documentaireserie over de Belgische prins Laurent, vanwege zijn liefde voor snelle auto’s en dieren ook wel bekend als Prins Plankgas en Monseigneur Woef, kreeg van de Vlaamse makers de titel: Laurent – prins op overschot.
Dat klonk de EO, die zondagavond de eerste aflevering uitzond, kennelijk iets te exotisch in de oren, en dus doopte die de reeks over de ‘overbodige’ prins: Laurent – de rebelse prins.
Over de auteur
Yasmina Aboutaleb is tv-recensent voor de Volkskrant.
Nederlanders kennen de broer van koning Filip vermoedelijk inderdaad vooral als oproerkraaier. Maar de Vlaamse serietitel vat (in ieder geval in de eerste aflevering) wel goed de droevige teneur van Laurents turbulente leven samen.
Dat leven wordt gekenmerkt door een ontwrichte jeugd (waarin hij door zijn ouders emotioneel wordt verwaarloosd), ophef en schandalen. Desondanks overheerst een luchtige toon, dankzij de smakelijke opgediste verhalen van journalisten en intimi.
Laurent wordt van jongs af aan al gezien als nietsnut, lastpak, een probleem. Zozeer zelfs dat de afschaffing van de Salische wet, waardoor vrouwen toegang hebben tot de kroon, door koning Boudewijn in 1991 doorgedrukt zou zijn, omdat hij koste wat kost wilde voorkomen dat zijn neefje hem zou opvolgen. Laurent zakte hierdoor van de derde naar de vijfde plaats in de rangorde van de troonsopvolging.
Laurent – de rebelse prins is in zeker zin de Vlaamse variant op het klassieke verhaal van de ‘reserveprins’, die eeuwig om aandacht moet concurreren met de troonsopvolger. Met als recent voorbeeld de memoires van de Britse prins Harry, waarin hij zonder scrupules vertelde over zijn leven als spare. Aan aandacht voor de prinsen Harry en Laurent tegenwoordig geen gebrek.
Ook het Nederlandse koningshuis werd onder de loep gelegd, in een aflevering van Medialogica over de berichtgeving rond het NSDAP-lidmaatschap van Prins Bernhard. Daarvan werd eind vorig jaar ‘het definitieve bewijs’ gepresenteerd in de vorm van een lidmaatschapskaart.
Koning Willem-Alexander werd begin deze maand, na de jaarlijkse zomerfotosessie, nog door een royalty-journalist gevraagd of hij ‘voor eens en voor altijd’ de rol van zijn grootvader tijdens de Tweede Wereldoorlog uit de doeken wilde doen.
‘Die rol is zo ruim en goed gedocumenteerd’, antwoordde de koning, ‘dat ik daar geen enkele toevoeging op heb.’ Ook het NSDAP-lidmaatschap noemde hij ‘iets wat al heel lang bekend was’.
De vraag was al beantwoord, toch vroeg Medialogica: hoe nieuw was de onthulling over Bernards NSDAP-lidmaatschapskaart? Interessanter was het onderzoek naar waarom het lidmaatschap eerder zo weinig aandacht kreeg en, ondanks eerdere bewijzen, in twijfel werd getrokken.
Daarin had ook de Volkskrant een rol. Die publiceerde vlak na Bernards dood een spraakmakend interview met de prins, die met ‘de hand op de bijbel’ verklaarde: ‘Ik was nooit een nazi’. Was de krant door Bernhard in de luren gelegd? Eenduidig was het antwoord, dat kwam van Jan Tromp zelf, een van de Volkskrant-interviewers destijds, helaas niet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant