Het is op dit moment moeilijk voor te stellen, maar droogte is een sluimerend probleem in Nederland. Door klimaatverandering neemt dat verder toe. Experts denken dat het land deze zomer weer deels kan verdrogen. "We zijn niet voldoende voorbereid op extremen."
Veel mensen herinneren zich de zomer van 2018 nog wel. Behalve in recordjaar 1976 was het nooit eerder zo droog in Nederland. Met sproeiverboden, kolfloze mais en gestrande binnenvaartschepen tot gevolg.
Dat soort extreme situaties zullen we de komende jaren steeds vaker meemaken. Volgens de toekomstige klimaatscenario's van het KNMI zullen Nederlandse winters natter worden, en de zomers juist droger en warmer. Door de warmte neemt ook de verdamping toe, waardoor de bodem vaker uitdroogt.
En dat is slecht nieuws: bijvoorbeeld voor de natuur en de landbouw. De economische schade van de droogte van 2018 kwam uit op een bedrag tussen de 450 en 2080 miljoen euro. Door de toenemende droogte stijgt ook het risico op natuurbranden en bodemdaling. Per regio is er wel wat verschil, met name hoog Nederland is kwetsbaar.
Het is niet de verwachting dat zomerdroogte dit jaar zo toeslaat als in 2018. Het grondwater staat hoog genoeg om alles een tijdje nat te houden, dus ook als het een lange tijd niet regent. "Het kan nog wel weken duren voordat het grondwater is gezakt", zegt hydroloog en hoogleraar Marc Bierkens. Maar hij wijst ook op de trend van steeds drogere zomers.
Een neerslagtekort is dan ook niet uitgesloten in een later stadium van de zomer. Dat zou weer een nieuwe tegenslag zijn voor boeren, die nu door het water hun land niet of nauwelijks kunnen bewerken. Droogte zorgt namelijk voor zieke en stervende planten.
Uit eerder onderzoek bleek al dat door de gevolgen van klimaatverandering ruim zes op de tien akkerbouwers minder inkomsten krijgen uit aardappelen, suikerbieten, uien en graan. Daardoor lopen zij tienduizenden euro's mis en moeten ze maatregelen nemen, zoals meer beregenen, of water afvoeren.
"Vroeger hadden we misschien maximaal twee à drie droge weken achter elkaar, daar kunnen boeren nog op inspelen. Nu kom je makkelijk op zeven weken en dat is moeilijk te overbruggen", zegt Gerard van der Linden, expert op gebied van droogte en landbouw aan de WUR. "Tot op zekere hoogte kunnen boeren zich aanpassen wat betreft water, grond en temperatuur, maar op een gegeven moment dienen de grenzen zich aan. Niet alles is maakbaar."
Van der Linden noemt zomerdroogte een van de grootste uitdagingen voor de sector en de samenleving. "2018 was een wake-upcall."
Er zijn wel manieren voor boeren om met die droogte om te gaan. Van der Linden ziet bijvoorbeeld kansen voor druppelirrigatie: het bedruppelen van gewassen via leidingen en slangen. Daarmee kunnen boeren veel water besparen. In Zeeland loopt daar een succesvolle proef mee. Ook denkt Van der Linden dat er een grotere markt kan worden gecreëerd voor robuuste, droogtebestendige gewassen zoals quinoa of zonnebloemen.
De manier waarop we met ons water en de bodem omgaan in Nederland, moet beter worden aangepast aan het veranderend klimaat, zeggen beide deskundigen. Volgens hydroloog Bierkens is Nederland op dit moment niet voldoende voorbereid op de toenemende extremen van te veel en te weinig water. "We hebben een buffer nodig in ons watersysteem: we moeten veel meer water vasthouden om tijdens droogte genoeg te hebben."
Kennisinstituten, waterschappen en provincies denken na over oplossingen zoals waterberging in tanks of in de meren. Maar volgens Bierkens ontbreekt een nationale aanpak, terwijl die wel hard nodig is. "Daar is momenteel niet de politieke wil voor."
Het is volgens hem niet meer vanzelfsprekend dat alles overal kan, zoals wonen, wegen bouwen of boeren. Dat wordt onderstreept door een belangrijk advies van de Raad voor de Leefomgeving van vorige week. Willen we het land leefbaar houden, dan moet de manier waarop we met de beschikbare ruimte omgaan veranderen.
Source: Nu.nl algemeen