Home

Opinie: Een direct gekozen minister-president blaast het parlementaire stelsel op

Nederland mist een manier om kiezers invloed te geven op het belangrijkste politieke ambt. Maar een direct gekozen premier is niet de oplossing, betoogt politicoloog Tom van der Meer.

Not just a chairman, not yet a chief.’ Niet slechts een voorzitter, maar ook niet de baas. Met die woorden karakteriseerde politicoloog Rudy Andeweg de traditionele positie van de Nederlandse minister-president. Hoewel de formele macht van de minister-president beperkt is, is de functie steeds belangrijker geworden. Hij het is tot nu toe altijd een hij – speelt een belangrijke rol op het Europese toneel, zeker tijdens internationale crises.

Binnen Nederland versterkten de politieke verdeeldheid en ingewikkelde meerderheden de behoefte aan de coördinerende rol van de minister-president. Hij moet de eenheid van het kabinetsbeleid bewaken, steun vinden in het parlement voor dat beleid, en ondertussen conflicten binnen de coalitie en de regering beheersbaar houden. Bovendien snakken kiezers al jaren naar meer grip op de samenstelling van de regering. Na verkiezingsdag moeten we maar afwachten welke coalitie eruit rolt, en welke ministersploeg op het bordes komt te staan.

Het is daarom op het eerste gezicht begrijpelijk dat D66-Kamerlid Joost Sneller pleit voor een direct gekozen minister-president. Die hervorming was al in 1967 het allereerste speerpunt in het allereerste verkiezingsprogramma van Democraten’66. Toch is het een slecht idee. In ons parlementair stelsel is een gekozen minister-president onwerkbaar en onwenselijk.

Over de auteur
Tom van der Meer
is hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van het recent verschenen boek Waardenloze Politiek: Hoe de Nederlandse politiek de kunst van het conflict verloor.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Vertrouwensregel

Een direct gekozen minister-president zal het Nederlandse parlementaire stelsel fundamenteel veranderen, en niet ten goede. Op dit moment rust de verhouding tussen de Tweede Kamer en de regering op de vertrouwensregel. Die regel betekent dat een regering alleen aanblijft zolang die het vertrouwen geniet van de Tweede Kamer. Hierdoor kunnen Kamerleden de regering controleren, ter verantwoording roepen en wegsturen. De zwaarbevochten vertrouwensregel democratiseerde de Nederlandse politiek door de volksvertegenwoordiging de hoogste macht te geven.

Wanneer de minister-president net als de Tweede Kamer een direct mandaat heeft van de kiezers, kan de vertrouwensregel bij het grofvuil. Een minister-president met een direct kiezersmandaat en een eigen ministersploeg zal zich ook na een vertrouwensbreuk niet zomaar naar huis laten sturen door een meerderheid van de Tweede Kamer. Wanneer de minister-president en diens ministersploeg tegenover een parlementaire meerderheid staan met een andere ideologische kleur van de minister-president, dreigt al snel de politieke impasse die we kennen uit de Verenigde Staten.

Verbrokkeling

Het model van een direct gekozen minister-president is rond de eeuwwisseling in Israël uitgeprobeerd. Net als Nederland is Israël een parlementair stelsel met veel partijen. De direct gekozen minister-president leidde tot verdere verbrokkeling in het parlement en bemoeilijkte de formatie. Het experiment leidde tot zó veel chaos dat de direct gekozen minister-president er zo snel mogelijk weer werd afgeschaft.

Sneller haalt het rapport van de Staatscommissie Parlementair Stelsel (2018) aan om te onderstrepen dat verandering nodig is. Maar hij vergeet te vermelden dat die staatscommissie de gekozen minister-president om bovenstaande redenen afwees. Natuurlijk heeft Sneller gelijk dat de status quo onbevredigend is. Nederland mist nu een manier om kiezers invloed te geven op het belangrijkste politieke ambt. De veelgehoorde suggestie dat de grootste partij het premierschap zal claimen, is al vaker onjuist gebleken. Dat politici en journalisten desondanks het premierschap tot de inzet van de verkiezingen maken, is daarom ongepast.

Er zijn betere alternatieven om kiezers meer grip te geven op de regeringsvorming. Via stembusakkoorden kunnen politieke partijen zich al voor de verkiezingen committeren aan een toekomstige coalitie. Bovendien kunnen partijen dan een gezamenlijke premierskandidaat naar voren schuiven. Politieke partijen zouden die verandering nu al kunnen inzetten, zonder moeizame institutionele hervorming en – belangrijker – zonder een fundament onder ons parlementaire stelsel weg te slaan.

D66 wilde in 1967 het Nederlandse politieke bestel van binnenuit opblazen. Een direct gekozen minister-president zou dat daadwerkelijk veroorzaken.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next