Politiemensen over die ene melding, wat daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak
ingrijpend heeft veranderd. Als hoofdagent moest Albert Tiebot (64) naar een groot verkeersongeluk op de N50. ‘Ik zie die beelden zo weer voor me.’
‘Ik was pas 24 toen ik naar een ongeluk moest op de Oude Arnhemseweg, vlak bij het oorlogsmonument Woeste Hoeve. Mijn collega Netty en ik scheurden ernaartoe. Wat we zagen was verschrikkelijk. Het was een grote ravage van kapotte auto’s, twee betrokken vrachtwagencombinaties waarvan er eentje op z’n kant lag, in totaal vijf doden van wie er twee uit de auto waren geslingerd, enkele gewonden en een wirwar van rem-, schuif-, kras- en blokkeersporen op de weg.
‘Hoewel het terras van de nabijgelegen herberg vol zat en er veel toeschouwers stonden te kijken, was het doodstil, je kon een speld horen vallen. Er klonk alleen het sissen van een motorblok. Iedereen was geschokt, wij ook. We riepen naar de meldkamer: ‘We hebben ambulances nodig, en de brandweer, en hulp van collega’s!’
Over de auteur
Wil Thijssen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Een Opel Ascona was door een vrachtwagen aangereden, andere voertuigen waren bij de aanrijding betrokken geraakt. Het dak van de Opel lag eraf en de hele zijkant was opengereten. Het restant leek niet eens meer op een auto. Twintig meter verderop stond een personenauto met een Engels kenteken, een Austin Allegro. De bestuurder uit Birmingham stond er in shock naast. Voor hem lag een baby van 8 maanden in de berm. Puntgaaf, maar wel dood. Getuigen vertelden later hoe die man het kindje uit de auto had gehaald, het in de berm legde en wezenloos voor zich uit staarde. Twee andere inzittenden, zijn echtgenote en schoonmoeder, zaten nog levenloos in de auto. Netty ontfermde zich over die man en leidde hem weg van die plek.
‘Ik ging naar de chauffeur van de vrachtwagen die op z’n kant in het maisveld lag. Hij kwam uit Zweden, bloedde aan zijn hoofd en sprak heel gebrekkig Engels. Hij was erg aangeslagen door de doden in de Engelse auto, die hij niet had kunnen ontwijken. Alleen de vrachtwagen uit Nederland had weinig schade. Die chauffeur gaf de bestuurder van de Opel de schuld.
‘Ondertussen kwamen ambulances, politiewagens en brandweervoertuigen van alle kanten aangereden. De doodse stilte maakte plaats voor een kakofonie van sirenes. De verkeersongevallendienst ging onderzoek doen, ambulancemedewerkers dekten met witte lakens de doden af. Er kwam pers, er kwam persvoorlichting, zelfs de BBC meldde zich. Zo’n groot ongeluk op je 24ste blijft je altijd bij. Ik zie die beelden zo weer voor me. Als politie word je vaker geconfronteerd met de dood, maar zoveel dode mensen op één dag, die bovendien zo beschadigd waren, dat is heftig.
‘Zodra alle hulpverleners aan het werk waren en we de plaats delict hadden afgezet, gingen Netty en ik terug naar het bureau. Daar hoorden we later van collega’s dat de chauffeur van de Nederlandse vrachtwagen bleek te hebben gelogen. De verkeersongevallendienst constateerde na getuigenverhoren en sporenonderzoek dat hij zelf de veroorzaker van het ongeluk was. Hij had te hard gereden. Deze chauffeur is diezelfde dag aangehouden in Zwolle, waar hij ging lossen.
‘Door zo’n ongeluk realiseer je je ineens hoe kwetsbaar een mens is, je kunt in één seconde weg zijn. Het leven van een Zweed en vier Engelsen kreeg ineens een heel andere wending in Apeldoorn, waar ze helemaal niet hoefden te zijn, ze waren gewoon op doorreis. Met die Zweed heb ik nog het hele weekend opgetrokken, hij was in afwachting van de repatriëring van zijn vrachtwagen. Een deel van de lading kon door, een ander deel was stuk en moest terug naar de fabrikant. Ik begeleidde hem daarbij.
‘Het ongeluk vond plaats in de zomer van 1984. Nu hebben we allemaal een bankpas en creditcard, maar destijds waren die niet overal geldig. Die Zweed had geen contanten, hij kon niks, hij kon nog geen broodje kopen. Ik bleef het hele weekend bij hem, regelde dat hij in een hotel kon overnachten, wat Nederlands geld kreeg om te eten en dat hij op ons bureau kon bellen met z’n baas en familie in Zweden. Hij werd emotioneel toen hij ze aan de lijn kreeg. Na het weekend ging hij weer weg en ging iedereen weer door met z’n leven.
‘Met Kerstmis lag er ineens een doos in mijn postvakje. Er zat een prachtige glasgravure in, van een Zweeds rendier, met een briefje erbij: ‘Bedankt Albert, voor alle hulp.’ Mooi hè? Het is een heel zwaar ding. Die man heeft het gekocht, zorgvuldig ingepakt, briefje erbij gedaan en naar Nederland gestuurd.
‘Het geeft aan hoe belangrijk je eigenlijk bent als politieagent in een mensenleven. Wij doen gewoon ons werk, we gaan van incident naar incident, maar voor de mensen die met ons te maken krijgen heeft ons werk een enorme impact. Op de politieschool leer je veel, maar dit kun je niet leren. Je wordt ermee geconfronteerd en probeert naar je beste vermogen te handelen. De directeur van de politieschool had daar een mooie uitspraak over: ‘Kennis is macht, maar je karakter is je beste wapen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant