De Noord-Griekse regio Thessalië werd vorig jaar getroffen door een extreme storm die leidde tot hevige overstromingen. Terwijl de schade nog lang niet hersteld is, vrezen de bewoners voor nieuwe weersextremen. ‘Er is hier geen toekomst.’
Sotiris Giotas (53) klopt met zijn vuist op de muur van zijn voormalig woonkamer. Stukjes verf en pleisterwerk dwarrelen naar beneden. Driekwart jaar na de overstroming die zijn woning van vloer tot plafond onder water zette, heeft de vrachtwagenchauffeur het huis eindelijk helemaal schoongemaakt van modder, maar de waterschade is nog overal zichtbaar.
Tussen het dubbelglas van de ramen staat een laag water, de muren zitten vol vegen, de elektriciteit is overal uitgevallen en de leidingen zijn volledig kapot. De enige voorwerpen die Giotas in het huis heeft laten staan, zijn twee verlopen portretfoto’s van zijn dochters als kleuters.
Inmiddels zijn ze 14 en 19 jaar. Als het aan hun vader ligt, keren ze niet meer terug naar hun geboorteplaats. ‘Er is hier geen toekomst’, zegt hij treurig. Cycloon Daniel maakte vorig jaar september een abrupt einde aan hun leven in Vlochos, een dorpje van minder tweehonderd huizen in de Noord-Griekse regio Thessalië.
Storm Daniel haalde vorig jaar het wereldnieuws vanwege de duizenden doden die in de Libische stad Derna vielen na een dijkdoorbraak. Maar ook aan de noordkant van de Middellandse Zee hield de cycloon huis. Door extreme regenval overstroomden rivieren, braken dijken door en kwamen lage gebieden volledig onder water te staan.
Over de auteur
Rosa van Gool is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan voor de Volkskrant. Zij woont in Rome.
Vlochos ligt op de Thessalische vlakte, onder aan het Pindos-gebergte waar de grote Pineiosrivier doorheen stroomt. Door Vlochos, een van de laagste punten van de streek, stroomt een zijrivier van de Pineios, die door de extreme regenval ver buiten zijn oevers trad. Het dodental was in Griekenland met vijftien relatief laag. Maar de materiële gevolgen zijn acht maanden later nog overal in Thessalië te zien, terwijl een nieuwe zomer vol weersextremen alweer voor de deur staat.
Nog hooguit tien huizen zijn bewoond, zegt trucker Giotas. De straten van Vlochos zijn, net als in het naburige dorpje Metamorfosi, spookachtig leeg. De taverne lijkt op een verlaten set van een apocalyptische film: de muren, ramen en slordige bergen kapotte spullen gaan schuil onder een laagje modder. In de ventilator aan het plafond hangen strengen riet.
Na zijn plotselinge vlucht voor het water nam Giotas, net als de meeste bewoners, met zijn gezin intrek in een tijdelijk appartement in het stadje Palamas. Dat had zeven kilometer verderop ook last van de overstroming, maar ondervond door de iets hogere ligging minder schade dan de dorpen.
Het water liet in Vlochos niet alleen bergen modder, meegesleurde takken en puin achter, maar trok ook een spoor van verdeeldheid. De meeste bewoners, onder wie Giotas, willen hun geboortedorp definitief achterlaten. Herbouwen heeft weinig zin, menen ze, omdat het in het relatief lage gebied wachten is op een nieuwe overstroming.
Klimaatwetenschappers geven hen daarin gelijk: ze verwachten dat medicanes zoals Daniel (‘Mediterranean hurricanes’) de komende jaren steeds vaker zullen voorkomen. Tegelijkertijd loopt de Griekse grond door watertekort, tijdens steeds drogere zomers, het risico op verzilting en verwoestijning, waardoor gewassen minder of zelfs niet meer groeien.
Voor Giotas en zijn goede vriend Vassilis Galanis (52, autospuiter) is het dus duidelijk: ze kunnen beter een nieuw leven opbouwen, bijvoorbeeld in Palamas. Ze vinden dat de overheid daar nieuwe huizen moet bouwen voor de bewoners die met een onverkoopbaar en niet-toekomstbestendig huis in het dal zitten. Tot nu toe kregen ze sinds de overstroming, tot hun onvrede, alleen drie maanden huur van een tijdelijk onderkomen vergoed, en 6.600 euro voor de schade aan hun huis en inboedel
Maar niet het hele dorp is een voorstander van hervestiging, en de overheid heeft een unanieme beslissing tot nu toe als voorwaarde gesteld. ‘De enige mensen die tegen hervestiging zijn, wonen hier niet eens vast’, klaagt een derde vriend van Giotas en Galanis, een uitgesproken veertiger die vanwege zijn werk als militair anoniem wil blijven.
‘Ze komen uit Thessaloniki of Athene’, zegt hij verontwaardigd. ‘En hebben hier alleen nog een familiehuis voor vakanties, dat ze niet kwijt willen.’ Zelf woonde hij wél in Vlochos, ook tijdens de overstroming. Net als Giotas moest ook hij, met zijn jonge gezin, vluchten naar het kerkje op de heuvel, terwijl het dorp onderliep. Een helikopter bracht hen na een etmaal wachten in de kerk naar het veilige gebied, waar ze nog steeds wonen.
En ja, erkennen de mannen, hun laaggelegen dorp overstroomde ook in de vorige eeuw al meermaals. Ze maakten het mee tijdens hun jeugd en kennen de verhalen van hun ouders. Maar nooit kwam de impact in de buurt van die van vorig jaar. Ook de hogere frequentie van overstromingen baart hen zorgen. In 2020 kreeg het gebied namelijk ook al te maken met een – minder zware – medicane.
Een paar weken na de overstromingen riep de Griekse overheid hulp uit Nederland in: de Grieken vroegen het Nederlandse bedrijf HVA International – voorheen Handelsvereniging Amsterdam – om advies. De Nederlanders stelden een uitvoerig masterplan op, dat loopt van overstromingsprotocollen en betere waarschuwingssystemen tot het veranderen van de landbouwactiviteiten.
Alle voorgestelde maatregelen dienen uiteindelijk hetzelfde doel, legt de Nederlands-Griekse bestuursvoorzitter Miltiadis Gkouzouris (47) aan de telefoon uit: de regio Thessalië beter beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Mede vanwege zijn achtergrond – hij is geboren in Nederland als zoon van Griekse immigranten – voelde Gkouzouris zich direct betrokken bij het project.
Ook in Thessalië is men blij met de hulp van buitenaf. Op het zonnige centrale plein van Palamas informeren boeren Vangelis Makris (57) en Kostas Valaris (63) bij een ijskoffie en een sigaret nieuwsgierig naar de stand van zaken rond ‘de Nederlanders’. Het wantrouwen tegen de eigen overheid, waardoor ze zich in de steek gelaten voelen, is zo groot dat ze liever vertrouwen op expertise van buitenaf.
Toch is vooral Valaris, die bij de overstroming al zijn negentien kalveren verloor, niet over alle adviezen van HVA te spreken. Behalve vee heeft hij, zoals veel boeren in de regio, namelijk ook een paar katoenvelden. En het Nederlandse advies luidt nu juist om te stoppen met het verbouwen van katoen, een weinig winstgevende activiteit die bovendien veel water opslokt.
Daardoor draagt het katoen bij aan de verwoestijning van de regio, legt adviseur Gkouzouris uit. Als het ondergrondse waterreservoir leeg raakt, dringt zeewater van onderaf binnen en wordt de grond zout en op den duur onvruchtbaar ‘Dat is, naast de overstromingen, misschien nog wel een ernstiger probleem.’ Daarom adviseert HVA de katoenplanten te vervangen voor tomaten of sesam, die met veel minder water evenveel geld op kunnen brengen. Valaris ziet daar niets in. ‘Ik ben oud, mijn kinderen trekken weg, wie moet die tomaten gaan plukken?’
‘Voor het oogsten van sesam kunnen boeren precies dezelfde machines gebruiken als voor katoen’, brengt Gkouzouris daar tegenin. Maar behalve conservatieve boeren zijn er ook lokale politici die pleiten voor het behoud van de kleine katoenindustrie. Ook ondernemers die het ruwe katoen verwerken zijn begrijpelijkerwijs niet enthousiast over de voorgestelde switch naar sesam.
Valaris’ collega-boer Vangelis Makris verbouwt geen katoen, maar heeft als veehouder zijn eigen problemen. Hij gaat voor door de schapenstal waarvan hij net het houten dak heeft hersteld, in een weiland net buiten Palamas. ‘Na de overstroming lag hier een berg dode schapen’, wijst hij aan. Driehonderd dieren verdronken vorig jaar. Ze dreven alle kanten op, zegt Makris.
Behalve de schapen raakte hij ook zijn dure machines kwijt. Hij schat de totale schade aan zijn bedrijf op 120 duizend euro, terwijl hij slechts 32 duizend euro vergoed kreeg. De overheid had hem beloofd de marktprijs per schaap terug te betalen, beklaagt Makris zich. Voorwaarde was wel dat hij eerst zelf nieuwe dieren zou kopen.
Nu lopen er in de stal weer tachtig lammetjes rond, à 160 euro per stuk. Maar per verloren schaap kreeg hij uiteindelijk maar 120 euro terug, en de grote dieren die hij verloor waren volgens de boer meer dan 200 euro waard. ‘Als ik geweten had dat ik zo weinig zou krijgen, had ik nooit nieuwe lammeren gekocht.’
Ook de huur van een tijdelijk onderkomen, die de overheid voor drie maanden vergoedde, is een pijnpunt voor de inwoners van Thessalië. Want drie maanden tijd en 6.600 euro schadevergoeding waren veel te weinig om de huizen weer bewoonbaar te maken, zeggen de mannen in Vlochos, terwijl ze behoedzaam door de modder achter het huis van Sotiris Giotas stappen.
Ondertussen sleept behalve het herstel ook de discussie over hervestiging, die belangrijk is voor de beslissing om wel of niet opnieuw te investeren in een huis, langzaam voort. Maar niet iedereen heeft genoeg geld om de uitkomst daarvan af te wachten. Sommige bewoners hebben simpelweg te weinig vast inkomen om maandelijks huur te betalen, maar zijn nog wel eigenaar van een half-bewoonbaar huis. Zo ook in Metamorfosi, het dorp naast Vlochos, waar schoonmakers Fotis Boutas (49) en Athanasia Parapaliou (46) druk bezig zijn.
Boutas richt de hogedrukspuit op modderige muren, Parapaliou dweilt de veranda. De doofstomme, oudere eigenaar kijkt van een afstandje toe hoe het door hem betaalde tweemansbedrijf zijn huis weer enigszins bewoonbaar maakt. ‘Hij heeft geen geld meer voor de huur in Palamas, dus hij moet terug hierheen’, legt Boutas uit, terwijl hij de straal op de modderige luiken richt. Boutas is een van de weinigen die in de overstroming juist een economische kans zagen, door zijn werk te maken van het schoonmaken van huizen.
In Vlochos scharrelt Giotas rond door de lege vertrekken van zijn huis, dat hij erfde van zijn vader, die het in 1968 liet bouwen. Hij woont er weliswaar niet meer, toch komt hij nog zo vaak als hij kan overdag naar zijn geboortedorp. Om aan het huis te klussen, al weet hij zelf ook niet precies waarom. Wonen wil hij er nooit meer en verkopen zal niet lukken. ‘Maar we kunnen het niet achterlaten zoals het na de ramp was.’
Ook als hij niet in zijn dorp komt, gaat er geen dag voorbij waarop hij niet terugdenkt aan de dag van de ramp. Niet aan de meubels of aan alle dierbare fotoboeken die door de kamer dreven, maar aan de angst voor het metershoge water. Dat is de belangrijkste reden waarom hij hier geen toekomst ziet. Geen toekomst voor zichzelf en al helemaal niet voor zijn dochters.
De volgende overstroming zal erger zijn, vreest Giotas, omdat de riolering en putten nog vol meegesleurde troep van de vorige overstroming zitten, en dus minder aan kunnen. Over de mogelijkheden van de regio om zich aan te passen aan het extremer wordende klimaat zijn de mannen pessimistisch. ‘De klimaatcrisis is hier al’, zegt autospuiter Galanis. ‘Dat weten politici in Athene wel, maar je begrijpt het pas echt als je het met eigen ogen hebt gezien.’
De Griekse ministeries van Landbouw en van Milieu en Energie reageerden niet op vragen van de Volkskrant.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant