Snackbarhouders Franky van Hintum en Coen van Oosten, bekend omdat ze regelmatig patat bakken aan het Oekraïense front, hebben hun activiteiten in Oekraïne uitgebreid. Deze week opent hun opvangcentrum voor vluchtelingen in de oostelijke stad Dnipro, vertellen ze aan NU.nl.
Het idee ontstond door Denis Khrystov, een Oekraïner die "mensen evacueert van plekken waar niemand meer durft te komen. Echt tussen de bommen en granaten door", vertelt Van Hintum telefonisch. "Soms weet hij niet waar hij die mensen naartoe moet brengen, bijvoorbeeld omdat ze geen familie of geld hebben."
Dat raakte de frietbakkers. Lang verhaal kort: ze hebben een leegstaand hotelletje gehuurd en opgeknapt waarin ze zo'n zeventig vluchtelingen kunnen opvangen.
"In Dnipro is het min of meer veilig", zegt Van Hintum. Mensen hebben daar voor het eerst in maanden, soms wel een jaar, weer warm water en stroom. En een fatsoenlijk bed."
De vluchtelingen mogen er zo'n twee maanden blijven. Ondertussen helpt het duo ze met het vinden van een permanente verblijfplaats. "Zo heeft Denis altijd een plek om nieuwe mensen naartoe te brengen." Net zoals hun eerdere Oekraïense activiteiten wordt het project gefinancierd met donaties.
De opvang gaat officieel komende week pas open. Maar de eerste vluchtelingen zijn er al. Van Oosten: "Dat zijn een dame en heer die we uit Netailove geëvacueerd hebben, een plek die vier dagen later volledig werd bezet door de Russen. Eerst wilden ze niet vertrekken, want ze voelden zich verantwoordelijk voor de anderen die er nog woonden."
"We hebben toen wel 170 broden en ook bananen gebracht naar het dorp. Die ochtend verloor hun overbuurvrouw beide benen door een bombardement op haar huis, en daarna overleed ze aan haar verwondingen. Dat vonden ze nog geen reden om met ons mee te gaan."
"Maar daarna werd het huis van hun buren geraakt door een vliegtuigbom. Ze hebben de lichamen van de bewoners letterlijk in stukjes bij elkaar moeten rapen en begraven. Het oor van die bewoonster vonden ze zelfs terug in hun eigen huis. Toen zijn ze wel vertrokken."
Zo goed en kwaad als dat ging, want hun huis bevond zich precies tussen twee op elkaar schietende partijen, hun auto was vrijwel total loss (zie foto) en deels reden ze niet over wegen, maar dwars door boerenvelden met mijnen.
Het voelde "extreem geweldig" om het stel in hun shelter te verwelkomen, vertelt Van Hintum. "Omdat ze anders 95 procent kans hadden het niet te overleven."
Van Oosten: "Je ziet gewoon dat ze nu rust hebben. Toen ze aankwamen, zag je de stress in hun gezicht. Later interviewden we ze voor ons YouTube-kanaal en toen ze aan de gebeurtenissen terugdachten, zag je het meteen weer."
Zo'n vijf maanden per jaar zijn de Nederlanders in Oekraïne. Tijd voor hun frietzaken thuis hebben ze amper nog. En bij het opvangen van menselijke vluchtelingen blijft het bovendien vermoedelijk niet.
Van Hintum: "In Myrnohrad runt een vrouw een pension met vierhonderd vooral uit het frontgebied afkomstige honden. De Russen komen elke week een stapje dichterbij. Dus we willen het hele pension verplaatsen naar een veiliger plek."
Sowieso gaan de mannen één hondje uit het pension adopteren. "Die noemen we dan King of Queen, afhankelijk van het geslacht. Want dan is het de 'king of the shelter' of de 'queen of the shelter'. Zo'n beestje om je heen is ook een beetje troost voor wie net gevlucht is."
Ook het patatbakken in Oekraïne hebben de mannen nog niet losgelaten. Maar dat is wel gevaarlijker geworden. Van Hintum: "Het probleem zijn de drones. De Russen weten dat je er staat, dus je bent een doelwit, ook omdat er allemaal mensen om de frietkraam staan. De volgende keer staan we daarom liever iets verder bij de frontlinie vandaan. We blijven wel spullen leveren aan de frontlinie, want dat duurt maar kort en dan zit je vooral in een rijdende auto. Maar vijf of zes uur op dezelfde plek staan op de frontlinie..."
De mannen voelen daar niet veel voor, al is er mogelijk een plan B. "We zouden een jammer boven onze frietkraam kunnen hangen, een apparaat dat drones detecteert en de signalen verstoort. Dan wordt die drone stuurloos. Dat is nog steeds gevaarlijk, want de granaat die eronder hangt explodeert nog steeds. Maar dan zou dat niet meer op onze frietkraam gebeuren, maar 40 meter verderop."
Van Oosten: "We denken steeds meer na over wat er kan gebeuren. Want het geeft wel een stukje angst. Er is niet alleen een risico voor ons, maar ook voor de mensen voor wie we het doen."
Des te meer reden om trots te zijn op wat ze al hebben bereikt, zou je denken. Al moet Van Oosten daar even over nadenken. Met enige twijfel reageert hij: "Ja, ik ben wel trots. Ik zeg het niet snel, maar als je al die video's ziet, en al die mensen die ons steunen... Ja, dan wel." Van Hintum: "Hij zegt dit nu met een traantje in zijn ogen, hoor."
En die tranen zijn er wel vaker. Na bijna 2,5 jaar oorlog wordt het wel iets makkelijker voor de mannen om zo veel ellende te zien. Kapotgeschoten gebouwen kunnen ze nu voorbijrijden zonder erover na te denken. Van Hintum: "Maar ik kan al janken bij een stom spelprogramma of wanneer iemand een mooi liedje zingt op tv. Dat had ik vroeger nooit. En als Oekraïners emotioneel zijn omdat wij er zijn, of omdat ze hun verhaal vertellen... Dat komt nog steeds hard aan."
Van Oosten: "In Dnipro staan ergens wel honderd foto's van overleden soldaten. Alleen al daardoor besef je hoe erg deze oorlog is. En op een willekeurige begraafplaats in West-Oekraïne zagen we de graven van honderden militairen. Dat is onvoorstelbaar. Op straat zie je hier ook bijna geen mannen meer van tussen de 25 en 50 jaar. Sommigen zijn in dienst, anderen zijn bang om in dienst te moeten. En anderen zijn overleden."
Source: Nu.nl algemeen