Home

Rechters mogen minder benepen zijn, maar de politiek maakt uit controledwang ook wel erg slechte wetten

Stel, je bent een erkende gedupeerde van het ­toe­slagenschandaal. Er is ten onrechte geld van je ­gevorderd door de overheid. Je hebt een boete ­gekregen die je niet verdiende. En je hebt toen, om te overleven, geld geleend van familie en vrienden en je zo flink in de schulden gestoken. Na jaren van leed zijn er ­eindelijk manieren bedacht om je te helpen. Een ervan is dat de overheid je schulden overneemt, zodat jij een nieuwe start kunt maken.

Maar nu komt het: de overheid wil ‘informele’ schulden alleen overnemen als jij die hebt laten vastleggen bij een ­notaris. Dus toen je aan de grond zat, in het diepst van je ­ellende, had je wél een akte moeten laten opmaken met alle bijkomende kosten van dien. Het maakt niet uit wat je aan ander bewijs kunt aanvoeren om het bestaan van je schuld aannemelijk te maken: een notariële akte moeten ze zien en niets anders.

Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast Stuurloos. Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Nu kun je denken: wanneer de overheid zich zo ­on­redelijk opstelt, is er de rechter, nietwaar? Die zal toch ­inzien dat dit een onmogelijke eis is? Vrijwel geen enkele ­gedupeerde voldoet hieraan. Maar niets daarvan. In twee ­recente zaken oordeelt de Raad van State, de hoogste bestuurs­rechter, dat deze eis mag worden gesteld. Het is nu eenmaal uitdrukkelijk zo in de wet geregeld.

Hoe kan zoiets? En hoe is het te verhelpen?

Dit is waar het over gaat, wanneer de Staatscommissie Rechtsstaat adviseert dat de bestuursrechter moet gaan toetsen aan rechtsbeginselen, en dan in het bijzonder aan het evenredigheidsbeginsel. Die commissie bracht van de week haar rapport naar buiten, met de inmiddels weinig ­opzienbarende conclusie dat de Nederlandse rechtsstaat ‘in een staat van verwaarlozing’ verkeert. Toetsen aan rechts­beginselen is één vorm van achterstallig onderhoud.

Die aanbeveling zal niet iedereen iets zeggen, maar of hij wordt opgevolgd, kan het verschil maken tussen wel of niet weer kunnen ademen nadat je te gronde bent gericht door de overheid. Dit keer geldt dat voor gedupeerden van het toeslagenschandaal. Een volgende keer kan het ieder van ons zijn die te grazen wordt genomen en geen poot heeft om op te staan.

Het evenredigheidsbeginsel houdt in dat een besluit niet veel slechter voor iemand mag uitpakken dan de bedoeling is van de regels. Dit is een grondbeginsel in het recht, dus je zou er altijd van uit mogen gaan. Maar juist in het bestuursrecht, waarvan burgers afhankelijk zijn wanneer ze in het geweer komen tegen overmacht van de staat, wordt hier weinig rekening mee gehouden. Júíst in dat bestuursrecht staat de burger vaak 10-0 achter. Omdat wordt aange­nomen dat de staat wel correct zal hebben gehandeld. Of dat de staat keurig alle relevante gegevens ter beschikking zal stellen in een rechtszaak. Terwijl burgers soms, bijvoorbeeld door fraudebestrijding in de bijstand, als criminelen worden behandeld.

De Raad van State lag eerder onder vuur vanwege die oneerlijke benadeling van burgers. In het toeslagenschandaal stelde hij steeds de belastingdienst in het gelijk wanneer die mensen kapot aan het maken was. Dat moest wel van de wet, was het verweer. Tot 2019, toen de Raad van State een ommezwaai maakte en wel degelijk coulanter werd voor ­ouders. Maar dat ging knarsetandend. De Raad van State vond het juridisch maar ingewikkeld.

Hoezo? Omdat er een bepalende uitspraak is geweest van de Hoge Raad in 1989. Die zegt dat het de rechter in Nederland niet alleen verboden is om nationale wetten te toetsen aan de Grondwet – zeer uitzonderlijk in Europa – maar dat hij een wet óók niet mag toetsen aan rechtsbeginselen.

Nu is dat niet in steen gehouwen. Zo’n uitspraak mag je in zijn tijd en context zien. En de Hoge Raad bood ook een ­uitzonderingsgrond: toetsen aan de rechtsbeginselen mag bij onvoorziene omstandigheden. Sinds het toeslagenschandaal zie je bestuursrechters dan ook voorzichtig een kléín beetje die kant op schuiven.

Alleen, uitgerekend in de recente zaken over de leningen heeft de wetgever dit heel moeilijk gemaakt. Want toen de regels twee jaar geleden werden vastgesteld, is het in de Kamer uitgebreid over die notariële akten gegaan. Toen­malig SP-Kamerlid Renske Leijten en Pieter Omtzigt, destijds zelfstandig Kamerlid, zeiden: laat het nou aan ambtenaren of aan de rechter over om te beoordelen of er genoeg bewijs is. Maar een Kamermeerderheid wilde per se die notarispapieren, zelfs al kon dat ellendig uitpakken. Want tja, er zou eens een lening te veel worden overgenomen. Dit soort controle­dwang is dan ook de belangrijkste reden waarom de hele ­hersteloperatie voor gedupeerden van het toeslagenschandaal zo lang duurt en zo kostbaar wordt.

Als de politiek rechters bewust opzadelt met zulke wet­geving, kunnen die rechters daar alleen van afwijken door te zeggen: de hele wet is disproportioneel. En daar deinzen ze voor terug, want dan krijgen ze het verwijt dat ze politiek ­bedrijven. In arren moede wijzen ze dan maar terug naar de wetgever.

Dus ja, rechters mogen zich minder benepen opstellen. Maar alles begint ermee dat de politiek niet zulke slechte wetten moet maken. Wat het ergste doet vrezen van een nieuw kabinet dat – vooral in asielzaken – de houding heeft: ‘we gaan zo ver als we kunnen en we zien wel of het bij de rechter standhoudt’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next