Stikstofuitstoot De vliegvelden in Rotterdam en Eindhoven hoeven geen natuurvergunning meer te hebben, meldde het ministerie van Landbouw vrijdag. Ze mogen zich wat capaciteit en het aantal vluchten betreft beroepen op oude afspraken.
De luchthavens in Rotterdam en Eindhoven hoeven toch niet te beschikken over een natuurvergunning. Dat heeft het ministerie van Landbouw vrijdag bekendgemaakt. Volgens het ministerie is de stikstofuitstoot van het vliegverkeer beperkt en kunnen beide luchthavens zich beroepen op oude afspraken over onder meer vliegcapaciteit en geluid. Voor Rotterdam The Hague Airport geldt een besluit uit 2010, voor Eindhoven uit 2014.
In 2020 veronderstelde het ministerie nog dat alle vliegvelden in Nederland een natuurvergunning moesten hebben omdat zij te veel stikstof uitstootten op kwetsbare natuurgebieden. Schiphol kreeg eind 2023 een vergunning. Die is nodig om een luchthavenbesluit te nemen dat het maximale aantal vluchten per jaar vastlegt. Royal Schiphol Group, eigenaar van Rotterdam en (deels) Eindhoven, nam boerderijen rond Schiphol en Rotterdam over om voldoende ‘stikstofruimte’ te hebben zodat men emissies van het vliegverkeer kon afkopen. Dat leidde tot kritiek van provincies en de politieke partij BBB. Die aankopen zijn nu niet nodig voor Rotterdam.
Het ministerie meldde vrijdag dat het gaat overleggen met de Schipholgroep hoe de aangekochte stikstofruimte het best kan worden benut.
Beide luchthavens moeten elk jaar rapporteren over hun stikstofuitstoot. Het kan niet zo zijn, stelt het ministerie, dat zij weliswaar binnen hun capaciteitsgrenzen en geluidsafspraken blijven, maar dat zij wel meer stikstof uitstoten. Nieuwe vliegtuigen zijn veelal stiller dan oudere, maar stoten net zoveel (of soms zelfs meer) stikstof uit.
Source: NRC