Vijf schilderijen die door de nazi’s zijn geroofd van Joodse eigenaren worden verwijderd uit de collectie van Kunsthaus Zürich. Een van die werken is geschilderd door Vincent van Gogh.
Dat heeft de Bührle Foundation, de stichting die de werken beheert, vrijdag bekendgemaakt. Voor de schilderijen wordt momenteel naar ‘eerlijke en rechtvaardige oplossingen gezocht’ met de nazaten van de Joodse eigenaren. Daarmee komt de stichting tegemoet aan een in maart van dit jaar gepubliceerde ‘best practices’-richtlijn van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, die kaders biedt over hoe er wereldwijd moet worden omgegaan met door de nazi’s geroofde kunst.
Over de auteur
Irene de Zwaan is verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over jongerencultuur en onderwijs.
Over de werken in het Zwitserse museum bestaat al jarenlang discussie, omdat die voor een belangrijk deel afkomstig zijn uit de kunstcollectie van Emil Bührle (1890-1956). De in Duitsland geboren ondernemer, die in 1924 naar Zwitserland verhuisde, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog exorbitant rijk door wapens aan de nazi’s en de geallieerden te leveren. Zijn fortuin spendeerde hij onder meer aan het opkopen van kunstwerken van bekende schilders als Claude Monet, Paul Cézanne, Paul Gauguin en Vincent van Gogh.
Toen Kunsthaus Zürich in 2012 aankondigde dat erven van Bührle tweehonderd werken uit zijn collectie langdurig aan het museum zouden uitlenen, leidde dit tot veel kritiek.
Uit een publicatie van de Zwitserse historicus Erich Keller bleek dat mogelijk bij negentig werken die door de stichting E.G. Bührle in bruikleen zijn gegeven, sprake is van onvrijwillig bezitsverlies van Joden. Hierbij gaat het niet vanzelfsprekend om diefstal door de nazi’s; niet zelden moesten Joden hun bezittingen verkopen om Duitsland te kunnen ontvluchten. Dit gebeurde vaak tegen prijzen die ver onder de marktwaarde lagen.
De stichting heeft de aantijgingen altijd ontkend. De directeur verklaarde dat er geen aanwijzingen zijn dat het om roofkunst gaat, ook al valt niet van alle werken de volledige herkomst te achterhalen.
Het Kunsthaus kondigde daarop aan met een eigen onderzoek te komen naar de herkomst van de Bührle-collectie. De resultaten daarvan worden eind deze maand verwacht. De Bührle Foundation loopt hier nu op vooruit, door aan te kondigden dat het ‘vijf werken heeft geïdentificeerd’ die onder de nieuwe richtlijn van het Amerikaanse ministerie vallen. Behalve van Vincent van Gogh, zijn die afkomstig van Gustave Courbet, Claude Monet, Henri de Toulouse-Lautrec en Paul Gauguin.
Van Goghs De Oude Toren (1884) was eigendom van Walter Feilchenfeldt, een Duitse kunsthandelaar en uitgever, die ook een tijdlang in Amsterdam heeft gewoond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef Feilchenfeldt in ballingschap in Zwitserland. Om zijn gezin in onderhoud te kunnen voorzien, verkocht hij het schilderij van Van Gogh en een werk van Henri de Toulouse-Lautrec aan Bührle.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant