Voor de inwoners van Huwara op de bezette Westelijke Jordaanoever geeft de Gazaoorlog een extra rauw randje aan ontwikkelingen die al jaren gaande zijn. NU.nl bezocht het dorp, een bekende brandhaard in de strijd tussen Palestijnen en Joodse kolonisten. "Huwara wordt langzaam gewurgd."
Iedereen rent de supermarkt in. Metalen rolluiken komen naar beneden. Maar een jong stel, hun peuter en opa zaten al in de auto, pal voor de winkelingang. De eerste stenen raken de gevel en stuiteren door het beeld. Twee gemaskerde mannen met petten op (dresscode: voetbalhooligans) rennen naar het voertuig.
Een van de mannen slaat met een grote steen op het raam van de bijrijdersplek. De andere doet hetzelfde aan de andere kant, maar dan met een handbijl. Het glas versplintert, hij blijft uithalen. Na enkele bloedstollende seconden weet de bestuurder de auto te starten en hard weg te rijden.
De beveiligingscamera's leggen ook de uren daarna vast. Gemaskerde mannen stichten brand voor de deur van de woning naast de supermarkt. Israëlische soldaten staan tussen de relschoppers en kijken toe. Even verderop: een militaire terreinwagen met flitsende zwaailichten.
Firas Demaidi (37) is eigenaar van een supermarktketen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Het hoofdkantoor zit boven de winkel die op de beelden te zien is, naast zijn ouderlijk huis in het dorp Huwara. Op de dag van de aanval, 26 februari 2023, zat hij zelf in Dubai. De camerabeelden kwamen live binnen op zijn telefoon. "Ik kon helemaal niks doen", mompelt hij.
"Mijn zeventigjarige moeder en mijn zus zaten boven, doodsbang", zegt Firas. Nadat de aanvallers waren vertrokken en Palestijnse ambulancemedewerkers het vuur hadden gedoofd, was hun beproeving nog niet voorbij. "De elektrische voordeur werkte niet meer, dus ze zaten twee dagen opgesloten totdat we hen konden bevrijden."
Het begon die dag toen een Palestijn twee Israëlische broers doodschoot op een kruispunt in Huwara. Honderden mannen uit Joodse nederzettingen in de omgeving lanceerden een nachtelijke wraakexpeditie naar Huwara en drie nabijgelegen dorpen. Woningen, bedrijven en auto's gingen in vlammen op en meer dan honderd Palestijnen raakten gewond. Een 37-jarige man werd in zijn buik geschoten en overleefde dat niet.
Huwara heeft ongeveer zevenduizend inwoners en ligt tussen Ramallah en Nablus. Het dorp gold lang als een zeldzaam economisch succes op de bezette Westelijke Jordaanoever. Dat kwam vooral door de autoweg die erdoorheen loopt: Route 60 verbindt alle grotere Palestijnse steden in het gebied met elkaar en met een aantal Israëlische nederzettingen en steden. Zo'n vijfhonderd ondernemingen in Huwara, van restaurants tot garages, verdienden goed aan het passerende verkeer.
Route 60 zorgt niet alleen voor economische bedrijvigheid. De weg wordt gebruikt door zowel Palestijnen als Joodse kolonisten, vaak ultraorthodox-nationalistische hardliners uit nederzettingen die niet alleen illegaal zijn volgens de VN, maar ook volgens de Israëlische wet. Talloze geweldsincidenten door de jaren heen hebben Route 60 een bijnaam opgeleverd: 'Snelweg van Bloed'.
Het kolonistengeweld op 26 februari werd breed veroordeeld in Israël, ook door premier Benjamin Netanyahu en president Isaac Herzog. Uiteindelijk werd niemand ervoor vervolgd. De Israëlische strijdkrachten lieten weten dat ze niet optraden omdat ze werden verrast door de omvang en de felheid van de ongeregeldheden.
Firas wijst naar het westen vanaf het dak van zijn supermarkt. "Kijk, daar zitten de kolonisten, op die heuvel." De nederzetting Mitspe Yits'har is duidelijk te zien. "Ze beginnen altijd op een heuveltop en kruipen dan geleidelijk naar beneden." Richting het noorden, verder weg, nog een nederzetting. In het oosten scheidt een hoge betonnen muur Huwara van een gloednieuw stuk snelweg.
"We worden eigenlijk gewoon belegerd, van alle kanten", concludeert de ondernemer. "Huwara wordt langzaam gewurgd."
De gebeurtenissen van februari 2023 waren het ernstigste incident dat in de afgelopen jaren plaatsvond in Huwara, maar rustig is het er nooit. De winkel van Firas en de woning van zijn moeder worden zeker eens per maand bezocht door stenengooiende kolonisten. Hij heeft een vaste afspraak met een bedrijf dat naderhand de gesneuvelde ruiten en andere schade herstelt.
"En dan hebben we het nog niet gehad over de checkpoints en controles", zegt hij. "Laatst moest ik medicijnen ophalen voor mijn moeder. Dat vertelde ik aan de Israëlische soldaten die me staande hielden. 'Fuck you and fuck your mother!', was het antwoord. Ik moest me uitkleden, gewoon langs de kant van de weg. Iedereen kon me zien. Waarom? Om me te pesten en me te vernederen, dat was de enige reden."
Na de Hamas-terreuraanvallen van 7 oktober vorig jaar werd het dorp in tweeën gesplitst. Palestijnen mochten geen gebruik meer maken van Route 60. Zelfs te voet oversteken was verboden. Wat normaal een wandeling van een tiental meters was, veranderde in een urenlange autorit. Firas: "Ik mocht het huis van mijn moeder niet meer uit om mijn eigen winkel in te lopen. Dus sloop ik maar van dak tot dak." Ondertussen lagen de versproducten in zijn supermarkt te bederven. "Ik ben voor zo'n 200.000 dollar aan voorraad kwijtgeraakt."
"Alles zat meer dan anderhalve maand potdicht. Dankzij die sluiting, en een aantal eerdere, is nu ongeveer 70 procent van de ondernemers vertrokken uit Huwara", zegt Muin Demaidi (50), burgemeester van het dorp (en verre familie van Firas). "Daar komt de nieuwe omleidingsweg nog bij. Niet alleen hebben de Israëliërs sinds 2017 ongeveer 1.100 vierkante kilometer land van ons afgepakt voor de aanleg ervan, maar de weg gaat om Huwara heen. Dat zal ons economisch heel veel pijn doen."
De Israëlische autoriteiten zeggen dat de omleiding de veiligheid verbetert en zorgt voor een betere verkeersdoorstroming dan de voorheen razend drukke weg door het hart van Huwara.
De Gazaoorlog heeft bestaande spanningen op de bezette Westelijke Jordaanoever weliswaar verergerd, maar de Israëlische plannen voor Huwara waren daarvoor al duidelijk, zegt burgemeester Demaidi. "Kijk bijvoorbeeld naar die laatste sluiting. Het zegt genoeg dat die niet begon op 7 oktober, maar drie dagen daarvoor."
De coalitieregering van de Israëlische premier Netanyahu bestaat ook uit ultrarechtse politici uit de nederzettingenbeweging, zoals Bezalel Smotrich, de huidige minister van Financiën. Na de geweldsexplosie in Huwara in februari 2023 kreeg hij ook het beleid op de bezette Westelijke Jordaanoever in zijn portefeuille. Smotrich liet weinig twijfel bestaan over zijn doelen. "Ik vind dat het dorp Huwara van de kaart moet worden geveegd", verklaarde hij. "Ik vind dat de Israëlische staat dat moet doen."
"Het zijn fanatici", verzucht Demaidi. "Wij voelen ons volkomen hulpeloos. Door deze vreselijke bezetting kunnen we onze burgers geen basisvoorzieningen leveren. Zelfs kleine dingen, zoals zorgen dat winkels open kunnen, worden onmogelijk gemaakt."
Supermarkteigenaar Firas heeft ook weinig hoop dat de situatie in Huwara zal verbeteren. "Het wordt steeds erger hier. Alles gaat de hele tijd dicht en het wordt moeilijker om de checkpoints te passeren. Er zijn meer invallen en arrestaties en de kolonisten kunnen volkomen ongestraft hun gang gaan. En natuurlijk denken we ook de hele tijd aan het afschuwelijke lijden van onze broeders en zusters in Gaza."
Van de vijftig werknemers die zijn bedrijf telde in Huwara zijn er nog twintig over. De meesten van hen wonen in Nablus, dus het is elke dag de vraag of ze hun werkplek kunnen bereiken. "Normaal is dat een rit van vijf minuten, maar nu doen ze er zo'n anderhalf uur over, als het al lukt."
Ondanks zijn pessimisme over de toekomst zijn er drie nieuwe verdiepingen in aanbouw op zijn pand. Op het hoogste dak leggen bouwvakkers de laatste hand aan een groot frame voor een tiental zonnepanelen. "Iedereen denkt dat ik gek ben", zegt Firas. "De kolonisten willen dat wij naar Jordanië of Saoedi-Arabië verhuizen, maar dat vertik ik. Toen mijn opa dit huis bouwde, bestond de nederzetting op die heuvel nog niet eens. Dit is ons land. Als ik straks nog vijf verdiepingen moet toevoegen om te laten zien dat wij hier nog zijn, is dat precies wat ik ga doen."
NU.nl zag de volgende dag hoe journalisten werden aangevallen door deelnemers aan een ultranationalistische vlaggenmars in Oost-Jeruzalem. Die behoren tot Noar haGvaot, de 'Heuveltopjeugd', een soort knokploeg uit de nederzettingen. De aanvallers van de familiewoning en het bedrijf van Firas in Huwara komen uit dezelfde hoek.
Source: Nu.nl algemeen