Studenten demonstreren al een halfjaar tegen het geweld in Gaza. Nu hun acties heviger worden, zien zij de beeldvorming zich tegen hen keren. Wie zijn deze studenten, wat drijft hen, en hoe radicaal zijn ze?
Revoluties, zo weten de Nijmeegse studenten, beginnen niet op een parkeerplaatsje waar met rood-wit afzetlint is aangegeven waar gedemonstreerd mag worden. Op gezette tijden. Toch zijn ze daar nu door de burgemeester toe veroordeeld.
Op zondagavond kwam bij een van de woordvoerders van de beweging Nijmegen for Palestine een mail binnen van de gemeente. Het demonstratierecht was een groot goed, stond er, ‘maar wel op een daartoe aangewezen locatie’.
Ja dág, dachten ze.
Over de auteur
Loes Reijmer is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over migratie, asiel en polarisatie.
Malou Hart is algemeen verslaggever van de Volkskrant.
Dus is er deze maandag op de Radboud Universiteit ‘een lokaal bevrijd’, in de woorden van de activisten. In een stil hoekje van het Erasmusgebouw, een jarenzeventigkolos opgetrokken uit beton en marmoleum, wordt een powerpointpresentatie opgestart over het demonstratierecht. In groepsapps en op sociale media gaat het bericht rond dat er vandaag een geïmproviseerde bijeenkomst in lokaal 2.51 gehouden zal worden. Langzaam druppelen de dertig studenten en enkele sympathisanten, onder wie twee grijze mannen, binnen.
‘Ik heb er geen woorden voor’, zegt een Amerikaanse die de presentatie geeft met een keffiyeh, een Palestijnse sjaal, over haar hoofd en een mondmasker voor. ‘Dit is het begin van fascistische politiek, de radicaal-rechtse regering is al in de maak.’
Waar de studentenprotesten in andere steden al snel escaleerden, ging het in Nijmegen lang goed. Het kampement was toegestaan, er was overleg tussen de beweging en het universiteitsbestuur.
Tot vorige week, toen de studenten een gebouw bezetten, graffiti op de muren spoten en brandblussers leegden. Anders, zo was de gedachte, werden ze toch niet gehoord. De universiteit zei ‘zeer verontwaardigd’ te zijn, burgemeester Hubert Bruls besloot dat het genoeg was en gaf de politie de opdracht om alles te ontruimen.
De nieuwe regels zijn vergaand. Demonstraties buiten het parkeerplaatsje zijn niet toegestaan. Volgens de studenten wordt het dragen van Palestijnse vlaggen of keffiyehs door beveiligers soms al als protest gezien. Meerderen zeggen erop aangesproken te zijn. ‘Kan ik niet gewoon zeggen dat het een fashionstatement is?’, oppert een jonge Nederlandse vrouw met hoofddoek.
‘Ik heb het gevoel’, zegt ze ook, ‘dat deze repressie tenminste in lijn is met de werkelijkheid. Als onze stem over Gaza niets betekent, dan kunnen ze deze net zo goed ontnemen.’
‘Het is een mask off moment’, beaamt de Amerikaanse. Een demasqué. ‘De universiteit met al haar mooie woorden over dialoog. Bullshit. Die dialoog is nu naar een parkeerplaats verbannen.’
‘Ik ben’, zegt een ander, ‘nog nooit zo gemotiveerd geweest om door te gaan.’
Het broeit op de Nederlandse universiteiten. Studenten demonstreren al een halfjaar tegen het geweld in Gaza, waarbij al meer dan 35 duizend Palestijnen werden gedood. Maar sinds anderhalve maand zijn de acties heviger, ontwrichtender.
In vrijwel alle universiteitssteden sloegen studenten hun kampement op, en vrijwel overal maakte de politie er een eind aan. De studenten eisen dat hun academische instellingen de banden verbreken met Israëlische universiteiten. Die dragen immers, zo vinden ze, door hun verwevenheid met het Israëlische leger bij aan de onderdrukking van Palestijnen. De Nederlandse universiteiten zijn niet bereid aan die oproep gehoor te geven, lieten rectoren deze week gezamenlijk weten.
Opgeven is geen optie, benadrukken de activisten. Ze hekelen het onvermogen of de onwil van Nederland en andere westerse landen om het handelen van premier Benjamin Netanyahu krachtig te veroordelen en het geweld te stoppen. Het demasqué geldt niet alleen voor hun universiteiten, nee: ook voor de politiek, of voor het Westen in het algemeen. We hebben de mond vol van mensenrechten, zeggen ze, maar laten een genocide op het Palestijnse volk gewoon gebeuren.
Een groter contrast met de Tweede Kamer is nauwelijks denkbaar. Daar staat de rechtse meerderheid vierkant achter Israël. Daar zijn de studenten juist de kwaaie pier. ‘Puur tuig’, in de woorden van VVD-leider Dilan Yesilgöz. Keihard aanpakken, was het devies van Geert Wilders. Vooral ter rechterzijde zijn er grote zorgen over het vermeend radicalisme van de studenten en betrokkenheid van een organisatie als Samidoun, die de aanslag van Hamas van 7 oktober roemt als een daad van legitiem verzet.
De politieke ruk naar rechts, een oorlog die ook de Nederlandse samenleving onder hoogspanning zet, een oorlog bovendien waarvan de gruwelijkheden via sociale media als Instagram en TikTok de levens van jongeren binnendringen: er lijkt een vruchtbare bodem voor de opleving van activisme. Is dit de geboorte van een nieuwe protestgeneratie?
De Volkskrant volgde de protesten in Nijmegen en Amsterdam de afgelopen maand en sprak uitgebreid met zes studenten. Hoe zijn ze georganiseerd, waar is hun denken door gevormd, waarom is het juist deze oorlog die ze de collegezalen doet verruilen voor de straat? En: hoe radicaal zijn ze?
Werp een blik op de studenten van Nijmegen for Palestine en zie: deze lichting activisten is opvallend divers. Een organisatie als Extinction Rebellion kreeg vorig jaar nog kritiek dat ze te monocultureel en geprivilegieerd is. De klimaatacties zouden voornamelijk mensen uit de witte, hogere middenklasse aantrekken. In ‘bevrijd lokaal’ 2.51 zitten witte studenten, vrouwen met een hoofddoek, mannen met een migratieachtergrond, queers. De een is spraakzaam, de ander zit zwijgend watermeloentjes te haken, een Palestijns symbool.
Het collectief is geworteld in het linkse activisme, dat in een progressieve stad als Nijmegen goed georganiseerd is. Maar er zijn ook studenten voor wie deze Palestinaprotesten een introductie zijn. ‘De afgelopen tijd hebben we gebouwd aan een fantastische gemeenschap’, zegt een vrouw. ‘Ik ken nog niet veel andere organisaties, en zou het zo jammer vinden als dit in de zomervakantie verloren gaat.’
Filosofiestudent Ties van den Bogaard (24) en Maite van Lith (22), student sociale geografie, hebben wél meer ervaring in het actiewezen. Ze zijn allebei lid van de socialistische jongerenorganisatie Rood, tot 2021 de jongerentak van de SP. De moederpartij verbrak de banden toen bleek dat prominente leden ook actief waren binnen het Communistisch Platform.
Op de Rood-zomerschool kwam twee jaar geleden iemand van Students for Palestine Nederland spreken, een organisatie die al jaren lezingen geeft over Palestina en geregeld demonstreert. Waarom hebben wij geen lokale afdeling, dacht Van Lith, en richtte begin 2023 Nijmegen for Palestine op.
Nationaal en internationaal is Students for Palestine ‘zeer informeel’ georganiseerd, zegt hij. Meer kennis dan strategie. ‘We hebben wel meer contact met mensen uit Gent, Barcelona en Valencia. Het is fijn om te praten met groepen waarvan de universiteit de eisen wel heeft ingewilligd.’
‘Een generatie van wantrouwen’, noemde The New Yorker de demonstrerende Amerikaanse studenten. Door de klimaatcrisis, coronapandemie en de wooncrisis hebben jongeren het idee gekregen dat de boven hen gestelden er een potje van maken, analyseerde het Amerikaanse tijdschrift.
Van den Bogaard herkent zich daarin. ‘Doordat Stef Blok de woningmarkt in de uitverkoop heeft gedaan, kunnen wij geen huis meer vinden. En denk aan het toeslagenschandaal: bewindspersonen wisten ervan en tóch naaiden ze mensen van kleur.’ Van Lith ging voor het eerst de straat op vanwege de klimaatcrisis. ‘Die vormt een existentiële dreiging voor jongeren, maar de overheid doet weinig. Daar word ik inderdaad wantrouwend van.’
Ze krijgen het vaak te horen. Waarom wél demonstreren voor Palestijnen, maar niet voor Oekraïne? Waarom gaan ze niet de straat op vanwege de Oeigoeren in China, de situatie in Sudan, of andere brandhaarden?
‘Oekraïne krijgt al steun van de Nederlandse overheid’, zegt Van den Bogaard. ‘En we leveren geen wapens aan machthebbers in Soedan, zijn daar dus niet medeplichtig aan oorlogsmisdaden.’ Bovendien, zeggen de studenten, is de situatie in Gaza zó urgent en onrechtvaardig dat ze niet anders kunnen.
Hun wantrouwen naar instituties is de afgelopen weken alleen maar toegenomen. Door politici en media die demonstranten neerzetten als rellend tuig, door het geweld dat de politie heeft gebruikt. De studenten zijn teleurgesteld in hun universiteiten als bakens van open debat.
‘Ik voel me echt verraden’, zegt Van Lith. ‘Het college van bestuur had steeds een kumbaya-houding, zo van: we zijn echt héél trots op jullie. Ondertussen waren ze alleen maar aan het wachten tot we iets zouden doen waarop ze ons konden pakken.’
Uiteindelijk zullen ze aan de juiste kant van de geschiedenis staan, voorspellen ze. Net als eerdere protestgeneraties. ‘Overal in dit gebouw hangen foto’s van de protesten in de jaren zestig’, zegt Van den Bogaard. ‘Over 25 jaar hangen de foto’s van onze graffiti hier. Dan zeggen ze: wat fijn dat zij opstonden voor gerechtigheid.’
‘There’s only one solution!’, schalt door het gebouw van Amsterdam University College. ‘Intifada revolution!’
Het is vrijdagmiddag eind mei, iets na 13.00 uur. Ongeveer 25 demonstranten zijn de ‘common room’ binnengelopen, een verzamelruimte met rode bankjes. Uit een oranje Blokkertas hebben ze een spandoek gehaald: ‘Nederland financiert, Israël bombardeert’, staat erop. De groep wordt bij deze ‘sit-in’ aangevuurd door een jonge vrouw in een wit T-shirt en zwarte cargobroek. Zij roept de chants, de leuzen, door een megafoon. De rest roept haar na.
‘Intifada! Intifada! Free, free Palestine!’
‘From the river to the sea, Palestine will be free!’
Op 10 meter afstand slaat een medestudent het protest gade. Hij zit roerloos op zijn stoel, vastgelijmd bijna. De jonge man is tweedejaarsstudent aan het internationaal georiënteerde university college, komt uit Hongarije en heeft een joodse achtergrond.
‘Ik heb ook vrienden uit Israël’, fluistert hij. ‘Zij zijn tegen de oorlog, ík ben tegen de oorlog. Het geweld moet stoppen.’ En toch zou hij zich nooit bij de protesten aansluiten. ‘Vooral vanwege de leuzen. Weten ze wat ze zingen? Ik vind het intimiderend, zit zelfs een beetje te shaken.’
Het protest duurt vijftig minuten, daarna verstuiven de studenten weer over de campus. De aanjager is afgemat van het chanten. Met een journalist praten wil ze nu niet, zegt ze terwijl ze het medische mondmasker wat omhoogtrekt, snakkend naar lucht. ‘Ik heb er de energie niet voor.’
Een paar weken later wil ze wel praten. Met drie andere demonstranten zit ze in een activistisch buurthuis in Amsterdam-Oost. Ze doen verschillende studies, kennen elkaar dus niet echt, alleen van gezicht of van wat korte uitwisselingen. ‘We praten eigenlijk nooit over wie we zijn, het gaat altijd over activisme’, verklaart ze.
De 20-jarige vrouw die Lisa genoemd wil worden – de Amsterdamse studenten willen alleen onder pseudoniem of voornaam in de krant, hun volledige namen zijn bekend bij de hoofdredactie – blijkt een sleutelrol te hebben gespeeld in de protesten aan de UvA. Ze zat aan tafel met rector Peter-Paul Verbeek ten tijde van de bezetting van de Oudemanhuispoort. Die vertelde in Nieuwsuur dat hij had onderhandeld met onherkenbare, gemaskerde demonstranten. Een overdrijving, vindt zij. ‘Ik had een medisch mondmasker op, zo hebben we er in de coronaperiode ook bij gelopen. De aanwezige docenten garandeerden hem bovendien dat we allemaal student waren.’
‘Daar,’ zegt ze, ‘is mijn laatste restje vertrouwen verloren gegaan. Terwijl we hem smeekten om niet te ontruimen, heeft hij aangifte gedaan en ging de politie over tot ontruiming.’
Begrijpen ze dat de leuzen sommige medestudenten angst inboezemen, met termen als revolution en intifada? ‘Letterlijk betekent ‘intifada’ afschudden’, zegt de 19-jarige Sam, die Arabisch spreekt omdat hij vier jaar in Jordanië heeft gewoond vanwege het werk van zijn vader. ‘Ik snap dat het eng kan klinken, omdat het misschien lijkt alsof we oproepen tot geweld. Maar ik bedoel er niets anders mee dan gerechtigheid, progressie.’
‘Het feit dat sommige mensen deze leuzen eng vinden, zegt ook iets over het beeld dat ze hebben van de Arabische en islamitische wereld’, vult de 26-jarige sociologiestudent Laura aan. ‘Een gewelddadig beeld.’
De Amsterdamse studenten krijgen op de universiteit een heel ander wereldbeeld aangereikt. ‘Ik heb voor mijn studie veel gelezen over oriëntalisme, racisme en sentiment richting Arabische en islamitische mensen, en hoe dit verband houdt met het koloniale verleden’, zegt Laura. Vooral bij sociale- en geesteswetenschappen gaat het volgens de studenten veel over hoe westerse landen niet-westerse landen uitbuiten en onderdrukken, ook als het gaat over bijvoorbeeld klimaat, migratie en gender.
Intersectionaliteit is daarbij het sleutelbegrip, het idee dat verschillende vormen van onderdrukking samenhangen en tegelijkertijd bestreden moeten worden. Genderongelijkheid, racisme, homofobie, klimaatonrechtvaardigheid en discriminatie gaan vaak hand in hand, is de gedachte.
In het onderwijs krijgen ze dus de tools aangereikt om kritisch naar het Israëlische beleid te kijken, zeggen ze. ‘Maar als ik in de les een kritische vraag stel over Israël en Gaza, valt er een ongemakkelijke stilte’, zegt de 22-jarige Noor, haar eigen naam. Palestina is tot hun grote ergernis nauwelijks onderdeel van het curriculum – ook niet als het over kolonialisme gaat. ‘Palestina is een verboden onderwerp, leraren zijn te bang om hun vingers eraan te branden’, zegt Sam. Laura vult aan: ‘Terwijl ze ons wel leren: bij een genocide moet je in actie komen. Dus dan doen we dat.’
Bij de bezettingen van de UvA richtten de demonstranten voor 1,5 miljoen euro schade aan. De beelden van een in het zwart geklede man die twee beeldschermen vernielde, domineerden sociale media.
Zelf waren ze niet betrokken bij de vernielingen, maar ze veroordelen de kaalslag niet. ‘We hebben het lang, heel lief gevraagd, zonder reactie van de UvA’, zegt Noor. Het bezetten en vernielen is volgens haar nodig geweest om die aandacht wel te krijgen. ‘Er vindt een genocide plaats’, zegt Laura. ‘Dan lijkt me deze reactie binnen proportie.’
Op het moment dat Israël Rafah aanviel, stonden kranten en sociale media bol van het nieuws over de bezetting in Amsterdam. Ook bij de demonstranten ging het vooral over het politiegeweld. Leiden de acties niet juist af van de situatie in Gaza?
De media en politiek focussen op de verkeerde dingen, zeggen ze. Het feit dat mensen zich meer zorgen maken over een beeldscherm dan over tienduizenden mensenlevens, is volgens studenten veelzeggend voor de tijd waarin we leven. ‘In Gaza staat geen schoolgebouw meer overeind’, zegt Lisa. ‘Het maakt me verdrietig dat mensen het niet in verhouding kunnen zien. Er is een moment voor discussies over die vernielingen, maar dit is niet het moment.’
Eigenlijk zou Mohammed Khatib deze maandagmiddag in regenachtig Nijmegen een lezing houden. De Europees coördinator van Samidoun, een organisatie die zegt op te komen voor Palestijnse gevangenen, was door Nijmegen for Palestine gevraagd om te komen spreken. Een paar maanden geleden deed hij dat ook al. Maar nu het tentenkamp is ontruimd en protest alleen nog maar is toegestaan op een druilerig parkeerplaatsje, hebben de studenten het optreden geannuleerd. Te eerloos.
De betrokkenheid van Samidoun bij de protesten is omstreden. De organisatie heeft banden met het PFLP, het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina, dat op de terreurlijst van de Europese Unie staat. Samidoun viert de Hamasaanval van 7 oktober, waarbij 1.200 Israëliërs werden gedood, als een vorm van legitiem verzet. Om die reden is Samidoun in Duitsland al verboden, in Nederland proberen rechtse partijen dat voor elkaar te krijgen. Over het geplande optreden van Khatib in Nijmegen werden Kamervragen gesteld.
‘Het zionisme zal vernietigd worden’, meldde Samidoun woensdag nog op X. ‘Dus ja, lange leve 7 oktober, de dag waarop de symbolische en materiële bevrijding van de Palestijnen is ingezet.’
‘Soms lees je dat Samidoun islamitisch is’, zegt filosofiestudent Van den Bogaard. ‘Dat is al een misvatting, ze komen voort uit een radicaal-communistische organisatie. Verder weet ik het fijne er niet van, maar ik weet wel wat Khatib eerder bij ons heeft verteld: dat hij voor een seculiere staat is, waar iedereen kan wonen, Joden en Palestijnen. Zonder apartheid.’
‘Door hem uit te nodigen, willen we het gesprek over gewapend verzet voeren’, zegt mede-Roodactivist Van Lith. ‘Begrijpen waarom het nodig is, wat het betekent voor een volk om onderdrukt te worden door een imperialistische macht. Gewapend verzet is de eindconclusie van die onderdrukking.’
‘Als je halve familie is uitgemoord, begrijp ik wel dat je gewelddadig verzet niet afkeurt’, vult Van den Bogaard aan.
De vier Amsterdamse studenten hebben minder kennis over Samidoun. ‘Ik zie weleens vlaggen bij demonstraties’, zegt Sam. ‘Maar er zijn zoveel organisaties bij betrokken.’
Wel weten ze welk onderwerp nu ter tafel komt. Het zijn vragen die ze als demonstrant vaak krijgen: hoe kijken zij zelf naar 7 oktober, wat vinden ze van Hamas? ‘Ik vond die aanslag verschrikkelijk’, zegt Noor. ‘En ik vreesde ook meteen voor Palestijnse levens, want ik wist dat Israël keihard zou terugslaan.’
‘Het leed was onbeschrijflijk’, zegt Sam. ‘In één dag, zo veel mensen vermoord. Tegelijkertijd hoor ik ook de Israëlische stemmen die zeggen: het beleid van Netanyahu heeft hier een rol in gespeeld. Gaza zit al sinds 2007 op slot. Palestijnen worden zo onderdrukt dat ze geen andere uitweg zagen.’
‘Het lijkt alsof ons protest alleen legitimiteit mag hebben als we 7 oktober en Hamas hard afkeuren’, zegt Lisa. ‘Aan de ene kant is dat begrijpelijk, want ik sta achter geen van beide.’ Maar toch. ‘Het feit dat journalisten dit altijd meteen willen weten, doet onrecht aan het feit dat er ook een 8, 9, 10 oktober waren, en de maanden daarna, en de decennia ervoor.’
‘Ik vind Hamas geen frisse club, ik keur hun daden af’, zegt de Nijmeegse student Van den Bogaard. ‘Maar het idee dat Palestijnen niet in opstand mogen komen tegen Israël, is net als zeggen: hoe durven die enge Oekraïners iets tegen Rusland te doen?’
In lokaal 2.51 wordt maandagmiddag nagedacht over een exitstrategie. Ze hebben gezegd dat ze de ruimte tot half twee nodig hebben, maar gaan ze dan ook weg? Twee agenten in burger zijn al poolshoogte komen nemen, de beveiliging zegt dat er alleen studenten in het lokaal mogen zijn, ook de pers moet weg. Is dit het moment om te escaleren?
‘Het gevaar is dat we er nu, door alle emoties, dubbel zo hard ingaan’, zegt een jonge man. ‘Emoties zijn goed, maar niet als ze tot tunnelvisie leiden. We moeten ons echte doel voor ogen houden.’
‘De tentamens komen eraan, kunnen we niet zeggen dat we hier de hele dag studeren?’, zegt de jonge vrouw met hoofddoek. ‘We zijn niemand tot last’, vult een ander aan.
Toch waaieren de studenten rond drie uur het lokaal uit. De actie is voorbij – voor vandaag.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant