Met de bondscoach heb ik, buiten mijn schuld, ooit een akkefietje gehad. Gelukkig liep het goed af. Het begon ermee dat Ronald Koeman boos was op de Volkskrant en weigerde een interview te geven. Het was in 2002 en hij was trainer van Ajax.
Hij sloeg de uitnodiging af omdat vijf jaar eerder lelijke dingen in de krant hadden gestaan over zijn afscheid bij Feyenoord, zijn laatste club als voetballer. Ik was het allang vergeten. Het was, zo zag ik later na een duik in het archief, inderdaad geen erg opwekkend stuk.
‘Afscheidsfeest Koeman vol treurige trekjes’, stond erboven. Hij had zijn carrière afgesloten bij een club ‘waar hij eigenlijk niet thuis hoorde’ en niks had gepresteerd. Er stond geen woord in over de schitterende loopbaan van Koeman. Ook de zanger van het pauzenummer This is the moment, Lou Prince, werd genadeloos afgekraakt.
Over de auteur
Paul Onkenhout was jarenlang voetbalverslaggever en is columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Koeman bleek een geheugen als een olifant te hebben. Toen ik hem vroeg om een interview, zei hij dat hij daar geen zin in had, vanwege dat ene artikel. Een paar maanden later waagde ik een nieuwe poging. Hij stemde in en zei dat hij alleen tijd voor me had in Portugal. De winterstop naderde, Ajax zou een paar weken later op trainingskamp gaan. Het was een sluwe test om te zien hoe ver we bereid waren te gaan. Zo is hij ook, Ronald Koeman. Ik naar Portugal.
Op de dag van het interview stond hij me in een hotel aan de Algarve grijnzend op te wachten. Van het gesprek herinner ik me twee dingen. Het eerste is dat Koeman in een beschouwing over zijn vak perfect het midden hield tussen Johan Cruijff en Louis van Gaal; tussen de zucht naar avontuur en zekerheid en tussen improvisatie en calculatie. Het tweede was dat hij over zichzelf zei dat hij steeds meer geneigd was over ‘vroeger’ te praten. Op dat moment was hij 39.
Daar dacht ik aan toen ik woensdag online zijn eerste persconferentie in Wolfsburg volgde. Koeman maakte een kribbige, maar scherpe indruk en gaf korte antwoorden. Het ging een paar keer over ‘vroeger’, onder meer toen de NOS hem voorhield dat hij niet hoefde te vrezen dat spelers er ’s nachts tussenuit zouden knijpen om te gaan stappen, omdat in Wolfsburg weinig te beleven is.
Dat doen ze tegenwoordig niet meer, zei Koeman. Hij vond dat jammer, zo leek het. SBS haakte in en vroeg of het in zijn tijd anders was geweest, een vraag die veel zei over de leeftijd van de verslaggeefster. Ja, zei Koeman, wij liepen gewoon door de voordeur naar buiten. Of dat mocht, vroeg SBS. Niet altijd, zei Koeman.
RTL wilde iets weten over de omvangrijke staf bij Oranje, tegenwoordig aangevuld met een batterij data-analisten die hem voorzien van informatie over van alles en nog wat. Daar maakt hij gebruik van, zei hij, van data, ‘maar ik geloof niet dat alles nu beter is’.
Hij vindt zijn eigen ‘blote oog’ ook heel belangrijk. Daarna kwam hij er met eentje voor een tegeltje op de proppen: ‘Alles weten maakt niet gelukkig’. Honderd procent Cruijffiaans was die uitspraak niet, maar veel scheelde het niet.
Vrijdag zette de KNVB een filmpje online over de ‘Hollandse School’, met een keur van internationals en beelden uit heden en verleden en Koeman als bovenmeester in een schoolgebouw – en Kees Jansma als conciërge. De belangrijkste les op zijn school is geschiedenis, doceerde Koeman, ‘want die schrijf je samen’. De bondscoach is er klaar voor, alles wijst erop.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns