Al ruim een eeuw was er een constante in de politiek: van de nieuwe ministers had er minstens een al eerder op het pluche gezeten. Kabinet-Schoof breekt met deze traditie. Geen van de nieuwe ministers stond eerder in die hoedanigheid op het bordes.
Voor alle beoogde ministers is de functie nieuw. Dat is voor het eerst sinds 1905, stelt Bert van den Braak van Parlement.com vast. Dat kabinet, van minister-president Theo de Meester, met twee partijloze ministers, stond bekend als het ‘kabinet van kraakporselein’. Het viel binnen twee jaar.
Sinds dat kabinet zat in elke ministersploeg minstens één man of vrouw met ministeriële ervaring. Van de nieuwe ploeg heeft Mona Keijzer de rol nog van het meest dichtbij meegemaakt, als staatssecretaris in Rutte III.
Het kabinet-Schoof lijkt het een-na-hoogste aandeel vrouwelijke ministers te krijgen, 7 van de 16 kandidaat-ministers zijn vrouw. Dat kan nog veranderen, maar ondanks de twijfels van de VVD blijft Marjolein Faber (PVV) de beoogd minister voor Asiel en Migratie.
Rutte IV, met evenveel vrouwen als mannen, wordt nog niet geëvenaard. Toen Mariëlle Paul (VVD) de afgetreden minister Dennis Wiersma (VVD) verving, waren vrouwen zelfs in de meerderheid.
Het nieuwe kabinet wil flink bezuinigen op het ambtenarenapparaat en geeft het voorbeeld door het werk met minder ministers te gaan doen. Na de bordesfoto zullen er 16 ministers zijn, dat zijn er nu 20. Dat is historisch gezien nog steeds een hoog aantal. Doordat er meer staatssecretarissen zijn, zal het kabinet – net als nu – bestaan uit 29 bewindslieden.
Daarnaast zijn ambtenaren nodig voor drie nieuwe ministeries. Nu moeten onder andere vicepremiers Rob Jetten en Carola Schouten het zonder eigen departement rooien – zij zijn ministers ‘voor’ een thema in plaats van ‘van’ een departement. In het beoogde kabinet heeft alleen Reinette Klever (PVV) voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp geen eigen ministerie.
Over de auteurs
Serena Frijters en Pepijn de Lange zijn datajournalist van de Volkskrant.
De nieuwe ministerraad is gemiddeld 51 jaar oud. Dat is vergelijkbaar met de voorgaande kabinetten. In de laatste drie kabinetten-Rutte was de gemiddelde leeftijd ook rond de 50. De eerste ploeg van Rutte was beduidend ouder, bijna 55. Het jongste kabinet ooit was Lubbers I, zo blijkt uit cijfers van Parlement.com, met een gemiddelde leeftijd van krap 45. Lubbers was met 43 jaar de jongste premier ooit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant