De samenstelling van de nieuwe ministersploeg is zo goed als bekend. Toch is het vreemd dat kiezers daar vrijwel geen invloed op hebben. Laat het volk de premier kiezen, betoogt Tweede Kamerlid Joost Sneller.
De persoon die de komende jaren aan de politieke touwtjes trekt in ons land is verkozen in partijpolitieke achterkamers. Tijdens deze formatie was dat nog meer het geval dan ooit tevoren. Vanuit democratisch perspectief is dit zeer onbevredigend. Ook werkt het een politieke cultuur in de hand waarbij regering en coalitiefracties elkaar de hand boven het hoofd houden.
Daarom is het tijd voor een rechtstreeks gekozen premier. Geef kiezers niet alleen een stem op de controle van de macht, maar ook een stem op die macht zelf. Het parlement én kabinet kunnen hun rol in onze democratie dan beter vervullen. Dit draagt bij aan het herstel van vertrouwen in de politiek en democratie.
Over dit artikel
Joost Sneller is Tweede Kamerlid voor D66. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
In 1848 is onder regie van Thorbecke onze grondwet fors gewijzigd. De wetgevende macht ligt bij het parlement en de regering is de uitvoerende macht. Hoewel algemeen kiesrecht toen nog zo’n zeventig jaar op zich liet wachten tot 1920, mogen we wel stellen dat de hervorming van onze grondwet in 1848 de parlementaire democratie in de huidige vorm heeft ingeluid.
Een democratische rechtsstaat heeft onderhoud nodig, zoals de commissie-Remkes in 2018 al schreef. Vernieuwingen zijn bittere noodzaak, getuige ook de bevindingen van hoogleraar sociale wetenschappen Marcel Lubbers in het Nationaal Kiezersonderzoek (2023). Zijn onderzoek laat zien dat Nederlanders ‘politiek en bestuur’ aanwijzen als het één na grootste nationale probleem.
Daarbij komt dat in 2023 maar de helft van de Nederlanders geneigd was het kabinet te vertrouwen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau stelt dat meer dan de helft van de stemgerechtigden in ons land vindt dat zij geen enkele invloed hebben op wat een regering doet. En in zekere zin klopt dat ook. Burgers stemmen wel, maar kiezen hun eigen premier en regering niet. Dit tekort aan legitimiteit is slecht voor het vertrouwen in onze democratie en het bestuur.
De rol van de premier is de afgelopen decennia veranderd, waardoor de noodzaak van democratische legitimiteit ook steeds prangender is geworden. Vroeger was de premier vooral ‘primus inter pares.’ Inmiddels is deze meer een leidsman van het land geworden. Opeenvolgende premiers zijn die rol steeds steviger gaan invullen. Zo kan de premier sinds 2006 zelf onderwerpen op de agenda zetten van de ministerraad.
Ook in de omgang met de media presenteert de premier zich steeds meer als leider van het kabinet. Bijvoorbeeld door op vrijdag na de ministerraad een persconferentie te geven en de wekelijkse gesprekken met de minister-president op televisie. Dit stelt de premier in staat om zijn eigen stempel te drukken op het beleid van een kabinet. De coronatoespraken van premier Rutte zijn een tekenend voorbeeld van een premier die zich als staatsman laat zien. Niet alleen in de beeldvorming, maar ook in de besluitvorming verdween een groot deel van het kabinet naar de achtergrond.
De vertegenwoordigende rol van de premier in het buitenland heeft zijn invloed op de koers van het land ook sterk vergroot. De internationalisering en europeanisering van onze democratische besluitvorming zijn toegenomen en die ontwikkeling zal doorzetten.
Die rol op het internationale podium gaat verder dan diplomatie en handen schudden. Het is nadrukkelijk ook een formele rol, door bijvoorbeeld het lidmaatschap van de Europese Raad. Daar is de premier allesbepalend en mag hij niet vervangen worden. In crisistijd krijgt de premier er macht van bijna presidentiële proporties, omdat daar besluiten worden genomen die niet terug te draaien zijn. Vertrekkend premier Rutte stelt zelf ook dat dit de dimensie is die de afgelopen veertien jaar het meest veranderd is.
Al decennia klinkt kritiek op het gebrek aan dualisme in onze democratie. Van het Torentjesoverleg van Lubbers tot het coalitieoverleg van Rutte. Coalitiepartijen en regering zouden te veel twee handen op één buik zijn. Wetgevende en uitvoerende macht zijn in ons land met elkaar vergroeid. Of zoals Hans van Mierlo het zei: ‘Een dodelijke omhelzing van macht en controle.’
Hierdoor kan de regering niet regeren, en de Kamer niet controleren. Dit is een direct gevolg van de manier waarop ons parlementaire stelsel werkt. Coalitiefracties willen ‘hun’ regering niet beschadigen en zullen met zachte hand hun controletaak vervullen. Daarnaast leert de geschiedenis dat de kans groot is dat een toekomstig lijsttrekker uit het kabinet komt. Lijsttrekkers hebben grote invloed op samenstelling van kieslijsten. Zij beslissen over het politieke lot van Kamerleden. Dit werkt in de hand dat Kamerleden minder kritisch zijn op kabinetsleden. Dit gebrek aan dualisme is niet goed voor het functioneren van onze democratie.
Over het gehele politieke spectrum is er consensus dat we iets moeten doen aan dit tekort. Toch deinzen verreweg de meeste partijen ervoor terug om de fundamentele spelregels van onze democratie aan te passen. Zolang we het houden bij ‘cosmetische maatregelen’, zoals journalist Peter Vermaas dat jaren terug al verwoordde in De Groene Amsterdammer, blijft het tegen de stroom in roeien. Als het ons menens is, moeten we de structuur van ons parlementaire stelsel durven aanpakken.
Doorbreek de impasse door de premier rechtstreeks te kiezen. Hiermee krijgt de regering een eigen mandaat. De gekozen premier schrijft zijn eigen programma en stelt zijn eigen ploeg samen. Dat is een breuk met de huidige praktijk, waarin fracties een sterke vinger in de pap hebben bij het opstellen van het regeerakkoord.
Voor het kabinet betekent een gekozen premier meer daadkracht bij besluitvorming. Een kabinet kan dan met kiezersmandaat besluiten nemen op terreinen waar nu vaak waterige compromissen op gesloten worden. Het huidige hoofdlijnenakkoord lijkt toch meer op het resultaat van een potje kwartetten waarbij prioriteiten worden uitgewisseld, dan op een samenhangende visie voor het land. Een gekozen premier kan hier zelf meer richting aan geven en de grote lijnen voor Nederland uitzetten.
De minister-president via stemming kiezen, betekent ook een aanscherping van het dualisme. Het wordt minder oppositie versus coalitie, en meer Kamer versus kabinet. De Tweede Kamer controleert met mandaat van de kiezer de evenzo met mandaat gekozen minister-president en de regering. In het parlement komt meer ruimte voor debat en de controlerende taak, omdat de parlementariërs minder gebonden zijn aan wat het kabinet doet. Coalitiefracties zijn niet gebonden aan een regeerakkoord. Het geeft meer ruimte voor oprechte kritiek op of steun voor regeringsbeleid.
Een bijkomend effect van het kiezen van een premier is dat formaties sneller kunnen verlopen. De duur van de formaties schuurt steeds meer, zoals ook de Raad van State opmerkt. Er klinkt kritiek op het handelen of juist niet-handelen van demissionaire kabinetten. De demissionaire status betekent besturen met de handrem erop, terwijl er grote uitdagingen zijn. Daarnaast is het staatsrechtelijk ongemakkelijk dat sommige demissionaire bewindspersonen ook maandenlang tegelijkertijd Kamerlid zijn.
Alle reden om naar kortere formaties te streven. Een gekozen premier kan met direct mandaat van de kiezer aan de slag om een regering te vormen. Hij of zij kan direct na de verkiezingen aan de slag met het samenstellen van een ploeg en het schrijven van een programma. Dat zal aanzienlijk minder tijd in beslag nemen dan het om elkaar heen draaien en kwartetspel dat we afgelopen formaties hebben gezien.
Het kiezen van een premier, hoe doe je dat? De grootste fractie in de Tweede Kamer had vroeger vaak meer zetels dan de PVV nu. Zelfs deze haalde nog geen 25 procent van de stemmen. Dat is natuurlijk niet het brede kiezersmandaat waarmee een premier aan de slag kan. Daarom moet de gekozen premier voortkomen uit een kiesstelsel dat zorgt voor een duidelijk mandaat.
De voorkeur geniet het ‘single transferable vote system.’ Het systeem regelt dat iemand alleen wint, als diegene een meerderheid van de stemmers achter zich weet te krijgen. Op het stembiljet mogen de kiezers (bijvoorbeeld) drie voorkeuren vermelden, in een voorkeursvolgorde.
In de Nederlandse partijpolitieke krachtsverhoudingen is het aannemelijk dat geen van de kandidaten op grond van de eerste voorkeuren van de kiezers al een absolute meerderheid behaalt. In dat geval valt de kandidaat met de minste eerste voorkeuren af. Gekeken wordt welke tweede voorkeuren op de desbetreffende stembiljetten zijn vermeld. Deze worden vervolgens opgeteld bij de overblijvende eerste voorkeuren. En zo gaat dit afpelproces door tot een van de kandidaten een absolute meerderheid heeft verkregen. Dat maakt het praktisch haalbaar en de kans op een hoge opkomst het grootst.
De invoering van de gekozen premier brengt een vrij fundamentele wijziging aan in de manier waarop onze democratie werkt. En dat is ook precies de bedoeling. Het huidige stelsel moet opgeschud worden als we daadwerkelijke verandering willen bereiken. Dat is nodig om het vertrouwen in politiek en bestuur te herstellen. Door een aanscherping van het dualisme en door meer zeggenschap over de samenstelling van het landsbestuur.
Om nog één keer Hans van Mierlo te citeren: ‘We moeten de revolutie maken, voordat die uitbreekt.’
In een eerdere versie stond dat de grootste fractie nog nooit zo klein is geweest als de PVV nu. Dit klopt niet: de VVD is eerder (2010, 2017, 2021) de grootste fractie geweest met nog minder zetels.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant