De Amerikaanse kunstenaar Judy Chicago staat in elk kunstgeschiedenisboek, maar wel altijd met dat ene werk: The Dinner Party, bekritiseerd als ‘feministische propaganda’. Veel erkenning kreeg ze niet. Maar ze is altijd haar eigen koers blijven varen, valt nu te zien in Londen.
Dat gaat mij niet gebeuren. Als Judy Chicago zich als ambitieuze jonge kunstenaar in het Los Angeles van de jaren zeventig begint te verdiepen in het lot van invloedrijke vrouwen, stuit ze al snel op wat ze ‘de uitwissing van het cultureel erfgoed van vrouwen’ noemt. Oftewel, de manier waarop de bijdragen van vrouwen aan kunst, cultuur, en wetenschap na hun dood vaak worden vergeten, uitgewist of tenietgedaan. Plechtig neemt ze zichzelf voor: ik ga er alles aan doen om te zorgen dat dat mij niet overkomt.
Over hoe het haar na haar dood zal vergaan valt alleen nog maar te speculeren; Judy Chicago, kunstenaar en feministisch icoon, is 84 en springlevend. Eén ding is wel duidelijk: haar werk is vooralsnog niet vergeten. Sterker nog, ze staat in zo’n beetje ieder gezaghebbend kunstgeschiedenisboek over de 20ste eeuw.
Over de auteur
Sarah van Binsbergen schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst.
Maar: ze staat er wel altijd in met dat ene werk. Wie Judy Chicago zegt, zegt The Dinner Party (1979). Dit eerbetoon aan vrouwen uit (met name) de westerse geschiedenis, een schoolvoorbeeld van feministische kunst, maakte veel discussie los: was het nu kunst of alleen activisme? Het kunstwerk maakte haar beroemd, geliefd, maar ook verguisd. De rest van haar carrière werkte ze grotendeels in de marge, de kunst die ze maakte bleef grotendeels onbekend. Haar eerste overzichtstentoonstelling kreeg ze pas in 2021, ze was toen 82 jaar.
The Dinner Party is een monumentale installatie die een volle zaal bestrijkt en bestaat uit een driehoekige tafel. Die is gedekt voor 39 historische vrouwen, van de wiskundige en filosoof Hypatia (Alexandrië, ca. 350-415) tot Virginia Woolf (Londen, 1882-1941). Voor iedere vrouw is er een unieke, handgeborduurde tafelloper en een handbeschilderd porseleinen bord. De lopers laten details zien uit het leven en werk van de dinergast in kwestie, de borden zijn versierd met de gestileerde, geabstraheerde vorm van een vulva. Soms plat, vaak met wulps reliëf.
Na decennia in de luwte staat Chicago nu weer volop in de belangstelling. Haar kleurrijke verschijning – het haar geverfd in tinten variërend van turquoise tot lila, oranje brillenglazen en knalgele oogschaduw – sierde de omslagen van tijdschriften als Harper’s Bazaar en T Magazine van The New York Times. In 2018 stond ze in de lijst van honderd meest invloedrijke mensen ter wereld van Time Magazine. Ook de kunstwereld hijst haar op het schild, met tentoonstellingen die, eindelijk, de breedte van haar kunstenaarscarrière tonen. Het De Young Museum in San Francisco beet het spits af in 2021, daarna volgde The New Museum in New York in 2023. Eind mei is haar eerste overzichtstentoonstelling in Europa open gegaan in de prestigieuze Serpentine Gallery in Londen.
Judy Chicago wordt in 1939 geboren in Chicago als Judith Cohen. Het gezin waarin ze opgroeit heeft voor die tijd opvallend progressieve genderrollen, zo schrijft ze in haar (derde!) autobiografie, The Flowering (2021). Haar vader werkt nachtdiensten, overdag is hij thuis en zorgt hij voor haar. Haar ouders geven haar de boodschap dat ze alles kan worden wat ze wil. En wat ze wil is een beroemde kunstenaar worden. Dat haar vrouw-zijn daarbij misschien een hindernis gaat vormen, daar staat ze geen moment bij stil.
Dat ondervindt ze pas als ze het als jonge kunstenaar probeert te maken in Los Angeles. ‘Weet je, Judy, je moet kiezen of je een kunstenaar wil zijn of een vrouw’, vertelt een mannelijke kunstcriticus haar daar. In het begin neemt ze het advies ter harte. Ze sluit zich aan bij de door mannen gedomineerde Finish Fetish-beweging (denk: geairbrushte, minimalistische sculpturen) en doet zich zo macho mogelijk voor: ze rookt sigaren, experimenteert met vuurwerk en explosieven, volgt een opleiding tot autospuiter. Het mag niet baten: ze ziet hoe haar mannelijke generatiegenoten snel carrière maken, terwijl zij op allerlei muren stuit.
En dus verandert ze haar achternaam in 1970 in Chicago. Het is een feministisch statement: een zelfgekozen naam, niet die van haar vader of haar toenmalige man. Ze verdiept zich in het leven en werk van vergeten historische vrouwen. In 1972 opent ze samen met andere jonge kunstenaars WomanHouse: ze bezetten een vervallen herenhuis in Hollywood en organiseren daar workshops, performances en kunst vanuit feministisch perspectief. Chicago maakt er onder meer een installatie getiteld Menstruation Bathroom.
Gloria Steinem, nu een van de bekendste Amerikaanse feministen, bezoekt WomanHouse in de winter van 1972 en is diep onder de indruk. ‘Ik kan mijn leven indelen in voor en na Judy Chicago’, zegt ze hierover in 2019.
Als The Dinner Party in 1979 voor het eerst te zien is in het San Francisco Museum of Modern Art, is het een sensatie. In de eerste drie maanden trekt het kunstwerk zo’n honderdduizend mensen. Al snel volgt ook van alle kanten kritiek. Met name op die vulvaborden. Critici vinden ze vulgair, republikeinse politici noemen het keramieken porno. Velen vinden het essentialistisch: de vrouw gereduceerd tot haar geslachtsdelen.
Chicago zelf zou later zeggen dat het geen letterlijke vulva’s zijn. De borden hebben net zo veel te maken met vulva’s als wolkenkrabbers met fallussen, zegt ze in een interview. (Veel of juist weinig dus, het is maar net aan wie je het vraagt.) Op andere momenten noemt ze de borden juist weer grappend haar vagina china, oftewel haar vagijnporselein.
Chicago maakt The Dinner Party niet alleen, maar met vierhonderd vrijwilligers: naaisters, keramisten, glasblazers, porseleinschilders. Ze werken er vijf jaar aan. Je kunt je voorstellen hoe veel uren onderzoek, denkwerk en handwerk erin zitten. Je kunt je ook voorstellen hoe kapot ze ervan is als vervolgens de ene na de andere negatieve recensie binnenkomt. Time noemt het werk ‘humorloos’ en ‘cliché’, volgens The New York Times is het ‘very bad’ en ‘mislukte kunst’. Veel critici zijn het erover eens dat het feministische propaganda is, geen kunst.
Het publiek reageert anders: veel vrouwen zijn diep ontroerd. Zij zien het kunstwerk zoals Chicago het bedoeld heeft: als een monumentale prestatie, een poging om zowel de geschiedenis als de beeldtaal van de hedendaagse kunst te herschrijven vanuit feministisch perspectief. Toch volgde ook vanuit feministische hoek kritiek, met name over het feit dat er aan het diner met 39 gasten maar twee vrouwen van kleur mogen aanschuiven.
De invloed van de kritiek is groot. Na San Francisco zou het kunstwerk verder reizen naar twee andere musea, maar die gelasten nu hun tentoonstellingen af. Op initiatief van vrouwenorganisaties gaat het kunstwerk uiteindelijk toch op tour, maar dan buiten het officiële kunstcircuit.
Het weerhoudt Chicago er niet van om meer kunst te maken. Want: ‘Woede kan je vanbinnen opvreten of het kan je creativiteit aanwakkeren.’ In de luwte van de kunstwereld blijft ze bouwen aan een divers oeuvre: tekeningen, sculpturen, textielkunstwerken, performances. In Belen, een plaatsje in de Amerikaanse staat Nieuw-Mexico waar ze met haar man, fotograaf Donald Woodman, in een oud hotel woont, werkt ze nog steeds elke dag in haar atelier. Maar echte erkenning door gezaghebbende kunstinstellingen en critici bleef tot voor kort uit.
Zelf is Chicago ervan overtuigd dat dat komt doordat ze vrouw is. Daar is wat voor te zeggen: ze koos voor ‘traditionele’ kunstvormen als textielkunst, die vanwege de associatie met vrouwenwerk lang niet als serieuze kunst vormen werden gezien. Bovendien paste haar keuze voor vrouwenthema’s en activisme niet in een door mannen gedomineerde kunstwereld die vooral bezig was met vorm, abstractie en concepten.
Inmiddels heeft ze het tij mee. De thema’s waarmee ze zich al die jaren al bezighoudt, zoals feminisme, identiteit en klimaatverandering, staan nu hoog op de agenda, zowel in de kunstwereld als daarbuiten. Kunstwerken als The Dinner Party en WomanHouse vinden nieuwe fans. Bijvoorbeeld Maria Grazia Chiuri, creatief directeur van Dior, die Chicago in 2020 vraagt om samen te werken aan het concept voor een modeshow met godinnenthema.
Chiuri over Chicago in de Portugese Vogue: ‘Ze kent geen grenzen en ziet overal mogelijkheden. Ze legt zichzelf geen beperkingen op, daar zouden andere vrouwen een voorbeeld aan moeten nemen.’
Dat ze zichzelf geen beperkingen oplegt zie je, zowel in goede als in slechte zin, ook terug in de tentoonstelling in de Serpentine Gallery. De kwaliteit is wisselvallig. Een deel van wat er te zien is had best door een beetje zelfkritiek begrensd mogen worden. Haar tekeningen over ecologie een klimaatverandering zijn behoorlijk tenenkrommend, denk aan een bloedende boom met in koeienletters ‘gewonde boom’ eronder. In antwoord op de veelgehoorde kritiek dat haar feminisme binair en essentialistisch is (feminisme = vrouw = vulva) en dus niet meer van deze tijd, tekende ze in 2023 een god met borsten en een penis, plat en voorspelbaar.
The Dinner Party, dat sinds 2007 een vaste plek heeft in het Brooklyn Museum en te fragiel is om te reizen, krijgt in Londen aandacht aan de hand van een door Chicago zelf ingesproken videotour, schetsen en ander archiefmateriaal. Kijkend naar de videotour dringt nog eens door wat een enorme prestatie dit is. Iedere tafelloper is een klein kunstwerk op zichzelf.
Soms expliciet, soms meer abstract vertelt het een verhaal over het leven en werk van deze krachtige vrouwen en over de vaak onbarmhartige omstandigheden in hun tijd. Neem schrijver Mary Wollstonecraft (1759-1797). Zij stierf, zoals zoveel vrouwen in de 18de eeuw, in het kraambed. Chicago brengt het onverbloemd in beeld: een bed vol bloed.
Duidelijk is vooral dat Judy Chicago met dit kunstwerk haar tijd ver vooruit was. Textiel en keramiek, in haar tijd nog gezien als inferieur, tuttig en geen echte kunst, hebben inmiddels hun plek in het hart van de hedendaagse kunst opgeëist. Op de Biënnale van Venetië, een goede graadmeter van hoe de vlag er internationaal op kunstgebied bij hangt, wemelde het er dit jaar van. Ook gingen de laatste twee edities van de Biënnale over vergeten perspectieven (van vrouwen in 2022, van niet-westerse kunstenaars dit jaar), een thema dat Chicago al decennia eerder op de kaart zette.
Chicago’s werk komt voort uit het feminisme van de tweede golf, een beweging die later terecht is bekritiseerd vanwege het gebrek aan aandacht voor vrouwen van kleur. Die blinde vlek zit ook in The Dinner Party en maakt het kunstwerk gedateerd. Toch is de waarde ervan, als activistische daad en als kunstwerk, onverminderd groot.
Chicago baande er een pad mee voor generaties kunstenaars na haar, die nu furore maken met (textiel)kunst in dezelfde geest. Denk bijvoorbeeld aan de Nederlandse kunstenaar patricia kaersenhout (haar naam schrijft ze zonder hoofdletters), die in 2021 een eigen, inclusievere versie van The Dinner Party maakte: Guess Who’s Coming to Dinner Too?
In Londen hangt veel meer prachtige kunst van Chicago. Zoals schetsen en een wandkleed uit Chicago’s baanbrekende Birth Project (zie inzet). En studies voor haar Great Ladies-serie (1973): krachtige, zinderende abstracte beelden die elk zijn vernoemd naar een vrouw uit de geschiedenis, zoals Marie-Antoinette en koningin Victoria. Eindelijk treedt dit werk uit de schaduw van The Dinner Party en is het voor een groot publiek te zien.
Judy Chicago: Revelations. Serpentine Gallery, Londen, t/m 1/9.
Vanaf eind jaren zestig maakt Judy Chicago ‘rooksculpturen’: ze gebruikt rookmachines, explosieven en droogijs om de lucht tijdelijk met kleur te injecteren. Het is haar antwoord op landart, waarbij kunstenaars als Richard Long en Robert Smithson sculpturen in de natuur maken met stenen en aarde. Zij veranderen het landschap blijvend, Chicago’s ingrepen zijn vluchtig en tijdelijk.
In Serpentine hangen prachtige foto’s van rooksculpturen in de woestijn van Californië: grote pluimen rode, oranje en roze rook onttrekken het overweldigende landschap deels aan het zicht en benadrukken de ruige schoonheid ervan juist daarmee nog meer.
In 1974 maakt Chicago een serie van vijf tekeningen die ze samen Rejection Quintet noemt. Ze laat zich inspireren door ontmoetingen met een mannelijke kunsthandelaar en een mannelijke verzamelaar, waarbij ze zich afgewezen en ‘als vrouw op haar plek gezet’ voelde. In de tekst onder de tekening schrijft ze dat je ware identiteit tonen zoiets is ‘als je bloem openen en niet meer bang zijn dat je afgewezen wordt.’ En: ‘Hier ben ik een vrouw, met een vrouwelijk lichaam en een vrouwelijk perspectief.’
De vergelijking tussen een bloem en vrouwelijkheid is wat cliché, maar de tekening zelf intrigeert. Golvende blauw-roze lijnen waaieren uit over het papier, krullen in het midden om en onthullen daar een amandelvormige opening. Het is alsof het beeld van binnenuit openbarst, gewelddadig en zacht tegelijk.
Na The Dinner Party raakt Chicago naar eigen zeggen alles kwijt. Vijf jaar lang heeft ze alles van zichzelf in dit kunstwerk gestopt, nu is haar huwelijk stukgelopen en zit ze in de schulden. Wat ze wel heeft, zijn honderden brieven van vrouwelijke fans die haar vragen of ze alsjeblieft mee mogen werken aan een volgend handwerkproject. Zij worden de krachten achter Birth Project, een serie van vijf monumentale wandtapijten die verschillende stadia en ervaringen van baren verbeeldt. Meer dan honderdvijftig handwerksters werken vijf jaar lang op vrijwillige basis mee.
In Londen hangt een schets voor The Crowning. Het verbeeldt wat voor velen een van de heftigste momenten van de bevalling is: het moment waarop het hoofdje van de baby 'staat’. In een paar lijnen verbeeldt Chicago hoe alle energie in het lichaam van de barende vrouw zich samenbalt: een krachtige, grafische icoon.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant