Soedan Het aantal doden bij de oorlog in Soedan ligt mogelijk veel hoger dan tot nu toe gedacht. Ooggetuigen schetsen vanuit de strategische stad El Fasher de hemeltergende situatie. „Het lijden van de burgers gaat de verbeelding van de menselijke geest te boven.”
Wie niet vecht, die vlucht. De Soedanese oorlog begon als een intern conflict tussen twee eenheden van het leger, maar veertien maanden later doen tienduizenden burgers mee aan de strijd.
„Je ontkomt niet aan de bommen van het regeringsleger, niet aan de beschietingen van de RSF, niet aan de berovingen en verkrachtingen door losbandige burgergroepen, je zit in de val”, jammert leraar Abdulla Ibrahim (40) door de telefoon. Met zijn familie is hij er net in geslaagd de omsingelde stad El Fasher te verlaten. De RSF waarover hij spreekt, dat zijn de Rapid Support Forces van Mohamed Hamdan Dagalo, alias Hemedti. Daar tegenover staat in de uitdijende strijd in Soedan het regeringsleger van generaal Abdel-Fattah Burhan.
El Fasher is de laatste grote stad in de westelijke regio Darfur die nog in handen is van de troepen van Burhan. Er zitten ruim twee miljoen mensen vast: de oorspronkelijke bevolking aangevuld met mensen in vluchtelingenkampen. Slachtoffers van eerdere etnische zuiveringen door Arabische milities tegen Afrikaanse bevolkingsgroepen zochten daar veiligheid.
In heel Soedan zijn tien miljoen mensen op de vlucht, honderdduizenden trokken naar buurlanden. Scholen, ziekenhuizen, musea, kantoorgebouwen, bruggen en woningen, zelfs moskeeën, zijn geraakt door drones, gewone bommen of artillerievuur. Een landelijk dodencijfer valt moeilijk vast te stellen; de Amerikaanse gezant Tom Perriello noemde deze week in Nairobi het getal 150.000. De VN waarschuwen voor een hongersnood. En voor etnische zuiveringen. „Burgers zijn onbeschermd en worden behandeld op basis van hun etnische identiteit”, zei Alice Wairimu Nderitu, de VN-adviseur ter preventie van genocide deze week.
„El Fasher staat voor de helft onder controle van de regeringssoldaten en aangesloten strijdkrachten, de andere helft staat onder controle van de RSF en milities”, vertelt leraar Abdulla Ibrahim. „Het lijden van de burgers gaat de verbeelding van de menselijke geest te boven. Voedsel valt steeds moeilijker te verkrijgen, bovendien bestaat er een tekort aan water. In een poging huishoudens van water te voorzien, maken een paar mensen gebruik van kleine watertankwagens die aan ezels en paarden zijn bevestigd. In mijn buurt sloeg een bom in, waarbij degenen die werkten aan het transport van water omkwamen.”
Journalist Mohamed Suleiman van het Soedanese radiostation Dabanga probeert de dagelijkse ontwikkelingen in en rond El Fasher per telefoon in kaart te brengen. „Het regeringsleger van president Burhan zit in zijn kazernes, de paramilitaire RSF van Hemedti neemt posities in door huizen van burgers binnen te dringen en gebruikt dan grondwapens om dichter bij de legerkazerne te komen”, zegt hij. „De luchtmacht van het leger voert willekeurig luchtaanvallen uit op de RSF in de woonwijken. Daardoor vallen er volgens ooggetuigen talrijke slachtoffers.”
Het garnizoen van El Fasher is veel groter en beschikt over meer vuurkracht dan regeringskampementen die eerder in alle grote steden van Darfur door het RSF onder de voet werden gelopen. Daarom duurt de strijd om El Fasher al zo lang en zou de inname door het RSF een grote zege betekenen.
De relatieve sterkte van de regeringsstrijdkrachten komt door duizenden vers geronselde burgers en door de inzet van de Joint Force, een coalitie van rebellengroepen die in 2020 een vredespact met de regering sloten. Aan de zijde van het RSF vechten tienduizenden in de gehele Sahel gerekruteerde strijders van Arabische afkomst die, zo is hun beloofd, gratis kunnen winkelen in Darfur. Door de uitbreiding van het oorlogstoneel met al deze nieuwe, veelal ongedisciplineerde krijgers, is plunderen en verkrachten een onderdeel van de strijdmethodes geworden.
Door de deelname van steeds meer gewapende burgergroepen wordt de oorlog destructiever. De oorlog vindt goeddeels buiten het zicht van de media plaats, maar in het dorpje Wad al-Noura in Oost-Soedan was een bloedbad dat door filmpjes op sociale media veel publiciteit kreeg. In een lange rechte lijn groeven daar op een dag eerder deze maand bewoners een massagraf voor 140 inwoners. Ook 35 kinderlijkjes werden daarin begraven. Zonder een training te geven had het regeringsleger eerder wapens uitgedeeld aan bewoners. Toen het RSF aanviel, was dus iedereen opeens doelwit. Vermoedelijk hadden de bewoners nog nooit een geweer in handen gehad; schieten konden ze nauwelijks en het regeringsleger kwam hen niet te hulp.
Het regeringsleger zint al maanden op een grote tegenaanval, maar boekt nauwelijks successen. Behalve El Fasher omsingelt het RSF ook de stad El Obeid, ten zuiden van Khartoem. Ook in en rond de hoofdstad maakt het RSF de dienst uit.
De kant van het regeringsleger is uitgegroeid tot een bonte verzameling strijders die de ruwe, vaak ongeschoolde RSF-strijders verachten. Aan de coalitie rond president Burhan doen politieke partijen mee en er vechten voormalige rebellen en milities uit Darfur en uit Oost-Soedan. Medewerkers van de in 2019 afgezette president Bashir hergroeperen zich rond dit samenwerkingsverband en de inzet van deze moslimfundamentalisten groeit. Zo wordt het strijdtoneel steeds minder overzichtelijk en de kans op vrede kleiner.
De burgeropstand in 2019 ontaardde in een burgeroorlog. Een nieuw tijdperk van vrijheid bleef uit en het schrikbeeld van fragmentatie – van een ‘somalisering’ van Soedan – komt er nu voor in de plaats.
Er zijn steeds meer concrete aanwijzingen dat Iran en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) met wapenleveranties betrokken zijn bij de oorlog in Soedan. Uit onderzoek van de BBC bleek donderdag dat drones die begin maart door het Soedanese regeringsleger gebruikt zijn bij het terugveroveren van het hoofdkwartier van de staatsomroep in Khartoem, van Iraanse makelij waren. In januari is door de RSF-rebellen ook een Iraanse drone neergehaald. De VAE zou drones hebben geleverd aan de RSF. Het Humanitarian Research Lab van Yale wijst in een rapport donderdag op een vrachtvliegtuig uit de Emiraten dat begin deze week bij Darfur gesignaleerd is. Voor de regio Darfur geldt sinds 2005 een wapenembargo van de VN.
Source: NRC