De ministeries van Algemene Zaken en Binnenlandse Zaken hebben een ‘aan weigerachtigheid grenzende weerstand tegen openbaarmaking’ van conceptstukken, aldus de rechtbank Midden-Nederland. De rechter neemt de uitzonderlijke stap om zelf alle documenten te beoordelen en te bepalen wat openbaar gemaakt kan worden.
Dat blijkt uit een uitspraak die deze week is gepubliceerd over openbaarmaking van de kabinetsreactie op het rapport Ongekend onrecht, het eindverslag van de parlementaire ondervragingscommissie over de toeslagenaffaire. Volgens experts is de rechterlijke uitspraak wederom een signaal dat het transparantiebeleid van de overheid niet door de beugel kan.
Een persoon uit Leerdam vroeg al in 2021 om de conceptversies van de kabinetsreactie die naar de Tweede Kamer is gestuurd. De ministeries van Algemene Zaken (AZ) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) weigerden de conceptversies te verstrekken, omdat anders het ‘functioneren van de staat’ in gevaar zou komen en ambtenaren niet meer vrijuit de minister zouden durven adviseren. Dat gaat ten koste van de kwaliteit van de besluitvorming, betoogde de landsadvocaat in de rechtbank.
Daar was de rechter het niet mee eens. ‘Ook publiek debat over niet-gevolgde opvattingen of voorstellen kan bijdragen aan een goede en democratische bestuursvoering.’
Geheimhouding van stukken kan ook juist wantrouwen aanwakkeren, merkte de rechter op. De rechtbank neemt het de ministeries kwalijk dat ze jaren hebben gedaan over het besluit dat de conceptstukken niet openbaar gemaakt mogen worden, terwijl het aantal documenten ‘zeer beperkt’ is en de beoordeling ervan ‘niet complex’.
‘Tegenzin’ en ‘aan weigerachtigheid grenzende weerstand’ noemt de rechter de houding van de ministeries. Daarmee gaat de rechtbank lijnrecht in tegen het rijksbrede beleid om concepten zonder inhoudelijke afweging niet openbaar te maken.
De rechtbank heeft in het vonnis de uitzonderlijke stap genomen om per zin te bepalen wat de ministeries nu openbaar moeten maken. Dat moet nog deze maand gebeuren.
‘Een hart onder de riem’, noemt Ineke van Gent de rechterlijke uitspraak. De voorzitter van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding vindt het kwalijk dat juist deze ministeries zich zo opstellen. ‘Juist AZ heeft een voorbeeldfunctie, als ministerie van onze minister-president, die toch heeft aangegeven een aanjager te willen zijn van een nieuwe, open bestuurscultuur. Dat geldt ook voor de minister van BZK, die de hoeder is van de Wet open overheid (Woo). Het feit dat de rechter juist bij deze ministers weigerachtigheid, weerzin en tegenzin constateert, is toch op zijn minst zorgwekkend.’
‘Hier is echt jurisprudentie gemaakt’, zegt Annemarie Drahmann, universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden. ‘Ik denk dat de rechtbank hier een boodschap heeft willen meegeven aan ministeries door die weigerachtige houding expliciet te benoemen, in de hoop dat ze daardoor die houding veranderen.’
Doordat de uitspraak heel toegankelijk is geschreven, kan Drahmann deze goed gebruiken voor cursussen die ze soms aan ambtenaren geeft. ‘Om te laten zien dat je niet zomaar alles mag zwartlakken.’
‘Dit is geen klein uitspraakje’, zegt ook hoogleraar bestuursrecht Wim Voermans. ‘Dit is een rechter die het patroon aanpakt en alles ongelooflijk goed onderbouwt in een uitspraak waarin het huidige beleid wordt gefileerd. Er was langzaamaan een soort nieuwe Rutte-doctrine ontstaan waarin weer niks gegeven hoeft te worden. Daar zet deze rechter een dikke streep doorheen.’
De uitspraak volgt op kritiek na eerdere publicaties van de Volkskrant en Follow the Money dat het rijksbrede beleid over het integraal weigeren van concepten volgens de Wet open overheid (Woo) niet mag. Na die publicaties werd in een commissiedebat over de Woo dit voorjaar een motie aangenomen van onder meer NSC, waarin de regering werd opgeroepen het beleid in overeenstemming met de wet en jurisprudentie te brengen.
Het ministerie van BZK zegt de uitspraak nog te bestuderen en nog niet te weten of het in hoger beroep gaat. Een woordvoerder van staatssecretaris Alexandra van Huffelen laat weten zich niet te herkennen in het beeld van ‘aan weigerachtigheid grenzende weerstand tegen openbaarmaking’. ‘Wel betreur ik dat de afhandeling van het verzoek te lang heeft geduurd.’
Het ministerie beraadt zich op een wijziging van het openbaarheidsbeleid en wil mogelijke aanpassingen voor het zomerreces aan de Tweede Kamer presenteren.
Hoe het aanstaande kabinet tegen transparantie aankijkt, is niet geheel duidelijk. In het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB staat dat een nieuw kabinet de uitvoering van de Woo en ‘de hiermee gemoeide kosten’ gaat evalueren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant