Met Women Inc. bouwde Jannet Vaessen het grootste netwerk van vrouwen in Nederland op. Dat gaf haar de kans door te dringen tot in de bestuurskamers om een gelijkwaardige behandeling van vrouwen af te dwingen. ‘Vergeet schattig, wees kundig.’
Wat is de definitie van een idealist? Wanneer ze de uitnodiging om aan deze interviewserie deel te nemen ontvangt, zoekt ze dat allereerst op. Tot haar bevreemding stuit ze op de tegenstelling met een realist: ‘Een idealist wordt gedefinieerd als iemand die naar iets streeft, maar waarom zou dat niet realistisch kunnen zijn?’
Die onderzoekende, kritische houding typeert haar. Haar favoriete rol is die van fly on the wall: op een afstandje iets overzien, onderliggende mechanismen doorgronden en conclusies trekken. Toch heeft Jannet Vaessen achttien jaar lang niet op afstand van, maar midden in het maatschappelijk debat gefunctioneerd, als boegbeeld van Women Inc. Die organisatie, gericht op een gelijkwaardige behandeling voor vrouwen, begint ze in 2004, samen met een stagiaire. Bij haar vertrek in 2023 telt Women Inc. 25 werknemers en beschikt het over het grootste netwerk van vrouwen in Nederland. Tevredenheid voelt ze over ‘haar goede opvolger, die tot de volgende generatie vrouwen behoort’.
Na decennia in hartje Amsterdam is ze nabij de Noord-Hollandse duinen gaan wonen. Ook op haar 54ste blijft ze onverkort maatschappelijk betrokken, onder meer als onderzoeker bij het Amsterdamse Law Centre for Health and Life aan de Universiteit van Amsterdam: ‘Die betrokkenheid is kennelijk de aard van het beestje.’
In haar boek Iedereen Inc. betoogt ze dat ieder mens last heeft van ‘blinde vlekken’ die leiden tot uitsluiting: ‘Het denken in categorieën en groepen zie ik als een poging de chaos te bedwingen, maar het gevaar is dat je uitsluit wie of wat je niet herkent.’
Een verwant inzicht: ‘Wie in stellige waarheden gelooft, dreigt zijn open blik kwijt te raken.’ Ze benadrukt haar ‘grote verantwoordelijkheidsgevoel’, dat ze van de adjectieven ‘grenzeloos’ en ‘overdreven’ voorziet. Als bron ziet ze het opgroeien in een gezin met twee in het onderwijs werkende ouders, wonend aanvankelijk in Oeganda, later in Eindhoven en Castricum: ‘Sociale betrokkenheid is me met de paplepel ingegoten. Niet vanuit een religie, maar wel vanuit maatschappelijke waarden die je in veel religies terugvindt.’
Op haar jeugd volgt een studie geschiedenis die helpt maatschappelijke trends te doorgronden: ‘Ik probeer altijd te zien waar onze tijd achterhaald raakt, waar het heden geschiedenis aan het worden is.’ Na een carrière als maker van documentaires en debatprogramma’s komt op haar 34ste het idee voor Women Inc. op. Als directeur van die organisatie groeit haar fascinatie ‘voor mensen die in verantwoordelijke posities het aandurven wissels in het maatschappelijk denken om te zetten’. Haar basishouding is een geloof in het goede van de mens: ‘Dat vind ik niet naïef, maar realistisch. Iedereen heeft toch belang bij rechtvaardigheid en een eerlijke verdeling? Dat is realisme, geen idealisme.’
Was u van jongs af bij het feminisme betrokken?
‘Helemaal niet. Eerlijk gezegd was het mijn mannelijke baas bij de Cultuurfabriek waar ik destijds werkte, die me op het spoor van Women Inc. heeft gezet. In mijn jeugd, in de jaren tachtig, was de verhouding tussen man en vrouw geen onderwerp voor me. Ik had het voorbeeld van twee werkende ouders, waarbij mijn moeder ook het huishouden deed, terwijl mijn vader boeken las en leuke dingen met de kinderen deed, echt een enorme kindervader. Verder merkte ik dat ik als meisje met dingen wegkwam waarvan jongens zeiden: dat zouden wij niet moeten proberen.
‘Aan het begin van mijn loopbaan deed zich een cruciaal moment voor toen ik de televisiedocumentaire Blue Eyed zag. Daarin zit een scène met een mooie, jonge vrouw die met een leuk lachje door het leven gaat. Op een gegeven zegt de commentaarstem van maker Jane Elliott tegen haar: ‘Get over cute, get competent.’ Dat raakte me diep. Ik realiseerde me toen plots dat als jonge vrouw er leuk uitzien me maar tot een bepaald punt zou brengen.’
Hoe keek u tegen het feminisme aan?
‘Waar ik destijds nogal kriegelig van werd, was het ‘anti-man’-discours van sommige feministen. Ik was allergisch voor een moralistische toon – de rubriek ‘Langs de feministische meetlat’ in het maandblad Opzij waarin de geïnterviewde de maat werd genomen, stond voor mij daarvoor symbool. Als ik die allergie achteraf analyseer, kom ik uit bij het ontbreken van een persoonlijk belang om mezelf als vrouw te identificeren – ik zag niet het nut ervan ingewikkeld daarover te doen en ging liever mee met de flow. Rond hun 30ste, wanneer het kindervraagstuk gaat opspelen, worden vrouwen zich pas bewuster van hun maatschappelijke achterstelling. Dat gebeurde dus ook bij mij.
‘Toen ik me in het onderwerp ging verdiepen, bleek me dat ik wel een groot belang erbij heb en dat ik ideologisch bezien met het feminisme op één lijn zit. Vanuit mijn afkeer van sociale ongelijkheid kon en kan ik me sterk identificeren met het concept van gelijke rechten voor mannen en vrouwen, en kan ik me daarvoor hartstochtelijk inzetten. Zie de loonkloof die aangeeft dat vrouwen voor hetzelfde werk nog altijd minder betaald krijgen. Of zie de gezondheidszorg, waarin de verschillen tussen het mannelijke en het vrouwelijke lichaam wetenschappelijk onvoldoende zijn geregistreerd, waardoor er minder over het vrouwenlichaam bekend is. Toen dat voor het eerst tot me doordrong, was ik geschokt. Moest ik ervan uitgaan dat mijn lichaam minder belangrijk is dan dat van jou? Mijn vertrouwen in de instituties heeft toen echt even gewankeld.’
Hoe reageerde uw omgeving op uw omarming van deze thema’s?
‘Twintig jaar geleden was het nog helemaal niet cool om aan activisme te doen. Grappig genoeg zijn het sectoren die nu in een lastiger vaarwater zitten die toen wel cool waren, zoals de journalistiek, reclamebureaus en zelfs het bankwezen. Sommige vrienden hielden me voor: moet je je wel voor de vrouwenzaak inzetten, is dat wel goed voor je carrière, kom je niet in een raar hoekje terecht? Door het succes van Women Inc. kreeg ik ook positieve feedback, zoals de lof dat ik verantwoordelijkheid durfde te nemen. Voor mij voelde dat als iets vanzelfsprekends, maar ik merkte dat anderen die keuze anders maken. Veel bestuurders zitten in een positie waarin ze iets aan sociaal onrecht zouden kunnen doen, maar zien daar om allerlei redenen van af. Uit ideologische afkeer of uit angst voor het afbreukrisico bijvoorbeeld. Vrouwen denken vaak nog niet in de goede positie te zitten – iemand als Neelie Kroes (ex-minister en ex-Eurocommissaris, red.) is zich pas voor de vrouwenzaak gaan inzetten toen ze met haar internationale carrière begon.’
U sprak premier Rutte aan op de loonkloof tussen mannen en vrouwen – hoe reageerde hij?
‘Toen ik hem die voorhield, zei hij: ‘Ik snap niet dat jullie dat nog pikken.’ Hij legde de bal dus meteen terug. Toen ik antwoordde dat ik het bij hem aansneed juist omdat we het niet meer pikten, deed hij alsof het zijn probleem niet was, zijn bekende teflonreactie. Het is een houding die ik vaker bij bestuurders tegenkom. De kunst is dan toch in gesprek te blijven. Daarvoor moet je de taal van het systeem spreken, anders blijf je een eeuwig roepende in de woestijn. Zo’n gesprek begint met de feiten op tafel leggen. Ik ben er trots op dat we bij Women Inc. op vier grote thema’s de ongelijkheid tussen man en vrouw in dossiers uiterst feitelijk hebben onderbouwd: de loonkloof, de achtergestelde positie in de gezondheidszorg, de ondervertegenwoordiging in de media en het door de overheid onvoldoende faciliteren van zorgtaken, waardoor de traditionele rollenpatronen systemisch in stand blijven. Op dat laatste vlak heeft Women Inc. aan een wezenlijke vooruitgang bijgedragen: het zorgverlof voor mannen is in 2020 van een paar dagen naar vijf weken uitgebreid. ‘Mooi, doen jullie ook iets goeds voor ons’, luidde de reactie van mijn man, haha.’
Welke methode gebruikt u om dit soort veranderingen teweeg te brengen?
‘Naast het zo zorgvuldig mogelijk opbouwen van die feitendossiers draait het om het vormen van allianties. Je moet de betrokken partijen bij een thema bij elkaar brengen, bijvoorbeeld activisten, beleidsambtenaren en ondernemers. Bij het thema gezondheid is het ons goed gelukt om zo momentum te creëren. Ik herinner me een bijeenkomst waarop een ondernemer riep: het probleem is duidelijk, nu hebben we daadkracht nodig. Waarna een hoge ambtenaar van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de handschoen opnam en een ‘Agenda voor de wetenschap’ voorstelde om de kennis over het vrouwenlichaam systematisch te verbeteren. De programma’s die toen zijn opgezet, hebben daadwerkelijk tot meer kennis geleid. Aan het creëren van zo’n moment gaat monnikenwerk vooraf van goed luisteren en zorgvuldig weerstanden in kaart brengen. Vervolgens komt het aan op de chemie tussen mensen, wil je een beweging op gang krijgen. Ik vond het altijd bijzonder juist daaraan bij te dragen.’
Wat heeft u de meeste voldoening gegeven?
‘Wat ik het mooist vond, waren de gesprekken met verantwoordelijke bestuurders buiten het zicht van de camera, een-op-een. Wanneer ik ze de relevante feiten over een vorm van onrecht voorlegde, bleken ze die geregeld niet te kennen. Met bestuurders ging ik dan samen na wat de weerstanden zijn om onrecht aan te pakken. Want die zijn in mijn ogen altijd te begrijpen. Doorgrond je ze eenmaal, dan kun je om ze heen slalommen. Iemand heeft me wel eens getypeerd als een wolf in schaapskleren. Ik vroeg bijvoorbeeld: wat zijn volgens u de piketpalen die we nu kunnen slaan zodat uw opvolger stappen kan zetten? Ik kwam altijd compromisbereid over, maar ondertussen was mijn houding ook: I will not take no for an answer.’
Wat nog altijd niet het geval is: vrouwen evenveel als mannen laten verdienen voor hetzelfde werk. Waardoor lukt dat maar niet?
‘De loonkloof is in de voorbije tien jaar wel afgenomen, maar zeker niet snel genoeg. Aan de overtuiging dat we hieraan een einde moeten maken, heeft Women Inc. zeker bijgedragen, en die overtuiging wordt inmiddels ook breed gedeeld. Maar als samenleving deinzen we er nog voor terug die ethische norm in een wet vast te leggen. Dat stuit op het liberale denken dat in de voorbije jaren onze samenleving heeft gedomineerd. Aan economische waarden wordt een veel groter belang toegekend dan aan maatschappelijke waarden. In mijn ogen hoort dat economisch denken niet het fundament van de samenleving te zijn. Dan ben je vooral gericht op meer bezit, het speelt een individualistische benadering in de kaart – mensen zijn dan alleen maar met hun eigen positie in het maatschappelijk systeem bezig. Volgens mij kunnen we beter dan dat.’
Wat wilt u daarvoor in de plaats stellen?
‘Idealiter wil ik dat we een systeem vormen waarin gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid vooropstaan. De mens is in zijn kern een sociaal dier dat in staat is zich verantwoordelijk te voelen voor zijn omgeving. Doet hij dat, dan draagt dat bij aan het onderling vertrouwen in een samenleving. Wat mij erg aanspreekt, is de Afrikaanse, humanistische filosofie Ubuntu die zegt: ‘Ik ben omdat wij zijn, wij zijn omdat ik ben.’ Ik hoop dat mensen gaan inzien dat het in hun belang is niet alleen verantwoordelijkheid voor zichzelf te nemen, maar ook voor hun omgeving. Dat het niet alleen om hun eigen kinderen gaat, maar ook om die buurjongen en dat buurmeisje.’
Boektip
Malcolm Gladwell, The Tipping Point
‘Ik werd gegrepen door dit boek, omdat Gladwell, een Canadese journalist, overtuigend weet uit te leggen, hoe maatschappelijke veranderingen tot stand kunnen komen. Bij het ontstaan van omslagpunten in het denken over sociale normen kun je als individu een rol spelen, luidt zijn boodschap. Verandering kan dus daadwerkelijk bij jezelf beginnen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant