Nu Brussel de importtarieven voor veel Chinese automerken fors verhoogt, zitten sommige ondernemingen en landen in zak en as. Andere bedrijven profiteren juist van de stap. Wie zijn de voorlopige winnaars en verliezers?
China exporteerde vorig jaar een kleine half miljoen elektrische auto’s naar Europa. Volgens onderzoeksinstelling Kiel Institute zal een importheffing van 20 procent deze uitvoer met ongeveer een kwart verminderen.
Met heffingen die, vanaf 4 juli, kunnen oplopen tot bijna 50 procent krijgt een concern als SAIC Motor dus een zware slag te verwerken. Maar ook andere Chinese merken zien zich geconfronteerd met hoge heffingen die de winstmarges doen verdwijnen. BYD, dat ook in Nederland auto’s verkoopt, komt nog relatief gunstig weg met een heffing van in totaal ruim 27 procent. Wat de precieze gevolgen voor het merk in Europa zijn. Is nog niet duidelijk. De Europese vestiging wil niet reageren op vragen.
Over de auteur
Bard van de Weijer is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over de energietransitie en de impact daarvan op het dagelijks leven. .
Ook in Europa zal de maatregel gevoeld worden, zoals bij BMW. De in China geproduceerde iX3 bijvoorbeeld, wordt straks mogelijk 21 procent duurder. Tesla vreest de heffing voor zijn populaire Model 3, die in China wordt gebouwd. Het autoconcern liet al weten dat het de prijzen van dit model waarschijnlijk zal verhogen in Europa. Een andere populaire Tesla, de Model Y, wordt in Duitsland gebouwd en blijft vermoedelijk buiten schot.
Duitsland is mordicus tegen een verhoging van de tariefmuur, vooral omdat zijn auto-industrie ernstig zal lijden als China besluit tegenmaatregelen te nemen. Autofabrikanten als Volkswagen, BMW en Mercedes-Benz halen een groot deel van hun omzet in China. Ook Zweden is tegen, vanwege Volvo, dat in Chinese handen is. Ook Hongarije en Tsjechië zijn tegen.
Maar een land als Frankrijk is juist vóór. Dit land kan zo de eigen industrie beschermen, omdat het nauwelijks voet aan de grond heeft in China. Tegenmaatregelen raken de auto-industrie niet. Daarom heeft China al laten doorschemeren dat het mogelijk tegenmaatregelen neemt die met name de Franse landbouwsector en vliegtuigbouwer Airbus zullen raken.
‘Voor consumenten zijn deze maatregelen niet gunstig’, zegt Rico Luman, sectoreconoom transport en logistiek bij ING. ‘Het kan zijn dat Chinese merken hun prijzen zullen verlagen, maar de kans is groot dat elektrische auto’s duurder zullen zijn dan zonder extra heffingen nodig is.’
Als dit gebeurt, dan zullen er minder auto’s worden verkocht in het middenklassesegment. Dat belangrijke deel van de automarkt is, nadat dit eerder gebeurde bij de duurdere zakelijke modellen, nu aan de beurt om te elektrificeren. Hogere prijzen zullen leiden tot lagere verkopen, terwijl de opmars van de e-auto momenteel toch al hapert, zegt Luman.
Personenauto’s zijn een van de grootste veroorzakers van CO₂-uitstoot in de EU. Als de opmars van de e-auto stokt, wordt het minder zeker dat de Brusselse klimaatdoelen op tijd worden gehaald. Luman: ‘Dit is in elk geval geen maatregel die versnelling creëert.’
Wie een dreun van deze omvang krijgt en toch overeind blijft, kan zichzelf ook een beetje winnaar wanen. Want zelfs de verhoging van het bestaande Europese importtarief van 10 procent met percentages van 17,4 (voor BYD) tot 38,1 (SAIC), vagen de Chinese automakers niet weg. Sterker, een concern als BYD kan zijn auto’s hier nog altijd met winst verkopen, constateerde adviesbureau Rhodium Group onlangs.
Als er minder Chinese e-auto’s worden verkocht, krijgen Europese fabrikanten meer lucht om zelf goedkopere en betere elektrische auto’s te ontwikkelen. Als ze daarin op tijd slagen, blijven massa-ontslagen in de belangrijke Europese auto-industrie mogelijk beperkt. Bovendien hebben veel Chinese fabrikanten plannen om de assemblage naar Europa te brengen. Omdat de heffing alleen geldt voor complete voertuigen, kunnen onderdelen – zoals de dure accu’s, die ook vaak Chinees zijn – zonder extra belasting naar Europa worden verscheept, om hier tot complete auto’s te worden opgebouwd.
De Chinese fabrikant Chery opent later dit jaar al een fabriek in Spanje en overweegt een tweede in Italië. Ook Dongfeng overweegt de opening van een productielocatie in Italië. SAIC wil hier twee fabrieken openen, mogelijk in Duitsland, Italië, Spanje of Hongarije. BYD bouwt productie in Hongarije en overweegt een tweede Europese fabriek. Ook Volvo kondigde aan dat het de productie van enkele in China gebouwde modellen naar zijn fabriek in Gent overhevelt.
Een potentieel onverwachte winnaar is mogelijk Turkije. Dit land heeft al een behoorlijke auto-industrie die jaarlijks goed is voor zo’n 1,5 miljoen voertuigen. De lonen zijn er laag, de kwaliteit van de wagens hoog en Turkije heeft een douane-akkoord met Europa, waardoor het tariefvrij kan exporteren. Ankara zou volgens Bloomberg al gesprekken voeren met BYD en Chery over de bouw van fabrieken. De ‘Turkse’ auto’s die daar gemaakt worden, kunnen dan zonder tariefhobbel het Europese vasteland op rijden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant